(1) Hij is getrouwd met Marike Vogelsang.
Zij zijn getrouwd te Son.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Geertrui Groenendael.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1692, hij was toen 37 jaar oud.
Jan treedt op als getuige (peter) bij de doop (NG) van Johannes van Santen op 16-7-1679 in de
Forten te 's-Hertogenbosch. De vader van het kind, Gerrit van Santen, is schoolmeester te
Crom
voirt.
Geschiedenis van Udenhout
VOGELENZANG, EEN MOORDWIJK!
door Luud de Brouwer
Dit artikel is gepubliceerd in Unentse Sprokkels 2, jaarboek van Heemcentrum 't Schoor
Udenhout-Biezenmortel, pp 8-15. (2005)
Soms komen het verleden en de toekomst elkaar tegen in een naam. De Van der Weegen Bouwgroep bouwt
nieuwe woningen op een lokatie achter het oude gemeentehuis van Udenhout, op de hoek van de<
/p>Schoorstraat en de Slimstraat. Dat plan heeft de naam Vogelenzang gekregen. Deze naam heeft een
heel bewogen geschiedenis. In onderstaand artikel zal ik uiteenzetten hoe deze naam in Udenh
terecht is gekomen.
out
Het toponiem Vogelenzang
Een toponiem is een plaatsnaam. Een toponiem heeft soms een eeuwenoude oorsprong die op allerlei
aspecten van het perceel kunnen teruggaan. Zo komen er o.a. namen voort uit het agrarisch gebr
uik(b.v. Haverakker), de fysische omstandigheden (b.v. Hoge wei) of de grootte (b.v. de Groote wei).
Het perceel dat het toponiem Vogelenzang draagt ligt in een driehoek land tussen een p
ad achterde Slimstraat, Schoorstraat en een pad dat de Schoorstraat met de het andere pad verbond in
vroeger tijden.
Bronnenonderzoek terug in de tijd tot 1740 wijst tot dusver uit dat het genoemde gebied het
toponiem Hoornik, in een aantal schrijfvarianten (Hornik, Horderick, Hordijck), droeg. Een
Ho
ornik is volgens het Toponymisch Woordenboek van Gysseling een hoek en daarmee een heeltoepasselijke en waarschijnlijk oude naam voor dit deel van Udenhout. Het valt meteen op dat het
percee
l langs de Schoorstraat waar een woning op staat een afwijkend toponiem heeft: Vogelsang.
De woning van de schoolmeester
In die woning woonde de Udenhoutse schoolmeester. Hij gaf onderwijs in een schoolhuijs dat van
oudsher was gevestigd bij de kapel in de Kruisstraat. Het schoolgebouw, met wat bijgebouwen,
stond langs de Schoorstraat. De schoolmeester woonde een stukje verderop in de Schoorstraat. Dat
huis was niet zijn eigendom, maar hij kreeg wel vrije inwoning vanwege zijn ambt. De gemeensch
apvan Udenhout draaide voor de kosten van de woning op en moest die ook onderhouden. We moeten ons
bij dat huis niet al te veel voorstellen. Het bestond uit een houten constructie met wan
vlechtwerk en leem of van hout. Voor de schoolmeester was het in ieder geval dicht bij zijn werk.
den van
De bewoner: schoolmeester Jan Ophorst
Van Jan Ophorst kunnen we op basis van de beschikbare bronnen een redelijk beeld scheppen. Hij
volgde in 1677 zijn vader op als schoolmeester van Udenhout. Jan Ophorst was toen nog vrijgezel.
Hij ontpopte zich in het begin van zijn ambt als een nauwgezet man die op een goede manier de
Udenhoutse kinderen wat probeerde bij te brengen.
Op 11 augustus 1682 verscheen Johan Ophorst voor de predikant van Loon op Zand, samen met zijn
verloofde Maria Vogelsangh, om in ondertrouw te gaan. Later dat jaar trouwde het echtpaar in Son
,de toenmalige woonplaats van Maria Vogelsangh. Op 25 november 1685 liet het echtpaar een dochter
Maria dopen en op 12 februari 1687 een tweeling: Wouter en Govert. Deze kinderen kregen h
un doopin Loon op Zand omdat de kleine protestantse gemeente van Udenhout bij die kerk hoorde sinds
1648. Het groeiende gezin was misschien aanleiding voor meester Jan om er een baantje b
ij tenemen. De classis van 's-Hertogenbosch (dat is een vergadering van een aantal kerken in een
regio) die toezicht hield op het functioneren van de schoolmeesters in de Meijerij kreeg i
n derapportages meer en meer te horen over de bijbaantjes van Johan Ophorst. In 1687 kreeg hij dan
ook een slechte beoordeling toen de classis schreef dat de kwaliteit van het onderwijs i
Udenhout sterk te wensen overliet.
n
De schoolmeester als belastinginner
Johan Ophorst ging belastingen innen voor het dorp Loon op Zand. Doordat het innen van de
belastingen werd verpacht, noemde men deze mensen ook wel pachters. Hij deed dat niet alleen maar
samen met Pieter Drabbe. Pieter Herman Drabbe was van beroep ketellapper. Deze belastinginners
waren vanzelfsprekend niet populair, nog los van het feit dat het protestanten waren in een
<
p>katholieke omgeving. De schepenen van Loon op Zand hebben onder bedreiging Pieter Drabbe af latenzien van het innen van deze belasting. Zij hadden zelf al enkele collecteurs aangesteld. Op 12
april 1687 verklaarden de schepenen van Loon op Zand dat ze Pieter Drabbe schadeloos zullen
stellen in zijn ambt van pachter. Een dag later kwamen Pieter Drabbe en Jan van Ophorst naar Lo
onop Zand om over de financiële gevolgen van deze zaak te praten. De ontmoeting had plaats in de
herberg van Theodorus Poison in de Kerkstraat. In de kamer aan de straat had zich hoog ge
zelschapverzameld: mr. Antonij van der Punten, secretaris van de heerlijkheid Loon op Zand, Johan van
Rotterdam, drossaard, de heer Everart, rentmeester van de heer van Loon op Zand, mr.
GovertVerheijden, Willem van Hasselt, Hendrick van Vucht, Martinus Cocquel en zijn vrouw, Pieter Drabbe
en Jan Ophorst en zijn vrouw. Er was ondertussen een groep mensen voor de herberg v
an Poisongekomen waarbij er groot geroep en geschreuw is gehoort. Onder deze mensen waren Laurens de
Leeuw, Willem vande Graeff en Willem Brants. Laurens de Leeuw beweerde dat Pieter Drab
be hem dehelft van zijn belastingpacht had toegezegd en hij wilde nu ook delen in deze financiële
afwikkeling. In het tumult dat ontstond, trok of leidde De Leeuw Drabbe naar buiten en d
aarbegonnen de omstanders hem te bedreigen roepende slaet den Hondt slaet den Crauwer doodt steeckt
hem de keel af. Pieter Drabbe trok daarop een mes soo alsmen ordinaris voor vier stuijv
ers coopten wilde Laurens de Leeuw steken. De omstanders grepen nu in en vielen Drabbe aan waarbij ze hem
het mes afhandig maakten en op hem insloegen. Jan Ophorst wilde ingrijpen maar we
rd daar ineerste instantie in belet door de mensen in het huis, waaronder zijn huisvrouw. Zij zeiden
letterlijk tegen hem: blijft maer hier inde Camer, U sal geen leedt geschieden. Het wa
s duidelijkdat de actie tegen Pieter Drabbe was gericht. Jan Ophorst liet zich echter niet tegenhouden,
pakte een stok en sloeg zich een weg naar buiten om Drabbe te helpen. Volgens een a
antal getuigensloeg hij daarbij ook zijn eigen vrouw. Toen hij eenmaal buiten was, richtte de meute zich ook op
hem. De omstanders sloegen hem en werkten hem tegen de grond. Uiteindelijk
slaagden Drabbe enOphorst er in om terug te komen in de kamer waar Ophorst weer zodanig klappen kreeg dat hij in
swijm bleef leggen. Uiteindelijk verschansten ze zich in het huis van de P
resident-schepen. Dathuis werd de hele nacht nog belaagd door oproerkraaiers. Pieter Drabbe kon als gevolg van zijn
verwondingen gedurende vier weken zijn beroep niet uitoefenen en hij ga
Daarna keerde rust blijkbaar terug.
f regelmatig bloed op.
De aanslag
Bijna een jaar later, op maandag 5 april 1688, kwam Laurens de Leeuw naar Udenhout. Hij liep bij
verschillende mensen binnen op zoek naar een plaats om te overnachten. Dat was verdacht, want
hijhad een vaste kamer die hij gebruikte bij zijn regelmatige bezoeken aan Udenhout. Uiteindelijk
vond hij onderdak bij de molenaar van de kreitenmolen. Matheus Bergmans en zijn dochter J
ennekeverklaarden dat zij Laurens de Leeuw ook op bezoek hebben gehad en dat hij een roer (geweer) bij
zich had.
In de loop van de avond kwamen er vijf mannen Udenhout binnenlopen. Zij namen hun intrek in het
huis van Cornelia Willem Bertens, huisvrouw van Hendrick van den Heuvel, die getuigde dat deze<
/p>mannen in haer aengesicht swart waren ider een roer bij sich hebbende. De mannen informeerden off
Peer den Bueter noch bij mr Jan is. Daarmee bedoelden ze Pieter Drabbe, die Bueter was:
>ketellapper. Tijdens hun verblijf probeerden twee van hen, den kerel met den blauwen keel en de
kerel met den grouwen rock met tinne knopen, in contact te komen met Laurens de Leeuw. De eers
tesprak met hem en ze dronken wat brandewijn. De tweede werd aan de deur afgehouden door de vrouw
van de molenaar.
Cornelia Bertens wist nog te melden dat de mannen uiteindelijk na dat er drie of vier kannen bier
gedroncken waren die selven nacht ontrent elff of twaelff uren uijtten huijse sijn wech gegae
n.Jan Ophorst lag toen al in bed met zijn vrouw. Zijn moeder sliep in de keuken en er lag een baby
in de wieg. Hij hoorde tussen 12 en 1 uur in de nacht van maandag op dinsdag dat er mens
en rondzijn huis liepen. Vervolgens gooiden deze mensen vijf ramen in. Hij stond op van het bed om te
proberen er achter te komen wie dat hadden gedaan. De daders stonden echter buiten de
maneschijnen de maan stond ook nog eens op het punt om onder te gaan. Daardoor kon hij niemand
onderscheiden. Hij vermoedde dat het om tien personen ging. Hij had die gedachte nauwelijks
gevormd toen de kogels hem om de oren vlogen. Bij het eerste salvo raakten twee kogels de bedstee
waar zijn vrouw in lag, terwijl desselffse huijsvrouw met den derden kogel door de gordij
ne vanbedstede geschoten inde lincker borst penetrerende door het hart, soo dat de selve daer aen mors
is doodgebleven. Zij was op dat moment ongeveer 7 ½ maand zwanger. Daarmee was er n
og geen eindeaan de aanval gekomen. Een volgend salvo sloeg in de keuken waar de moeder van Jan Ophorst lag.
Er volgde nog meer salvo's waarbij nogal wat huisraad werd getroffen. Al met a
l dacht hij dat er40 kogels in het huis waren geschoten. Jan Ophorst verklaarde dat hij hebbende dien nacht alsoo
met vreesen enden beven doorgebracht.
Toen hij was bekomen van de schrik, rende hij naar de buren om hun het nieuws te brengen van wat
hem overkomen was en hun hulp in te roepen. Alle buren verklaarden weliswaar schoten gehoord t
ehebben, maar door de nogal geïsoleerde ligging van het huis wisten ze niet dat die schoten bij
het huis van Jan Ophorst vandaan kwamen.
De hiervoor genoemde Matheus Bergmans hoorde Jan Ophorst roepen gebuerman staat op, helpt mijn,
waermede hij (...) sijn opgestaen ende gaende na den huijse van voorn mr Jan, hebben bevonden d
atsijn vrouw doodgeschoten ende oocq dat sijn moeder in swijme lach. Een andere buurman, Aart
Pijnenburg, herinnerde zich nog doen mr. Jan aen sijn huijs riep dat hij eens op soude staen
endehet licht mede brengen want dat hij niet en wist off sijn vrouw beswijmt ofte dood was ende hij
affirmant opstaende is met sijn vrouw die het licht inde handt hadde na den huijse van
mr. Jangegaen, alwaer hij affirmant bevondt dat de selve dood op het bed lach ende dat sij voor in de
lincker borst gequetst was.
Heel vroeg in de ochtend kwam Laurens de Leeuw het huis binnen. Jan Ophorst vroeg hem om naar zijn
vrouw te komen kijken. Laurens de Leeuw antwoordde: ick soude het niet connen sien. Jan Opho
vroeg vervolgens naar de man die De Leeuw had gesproken, maar hij zei die mannen niet te kennen.
rst
De daders
Hoewel in de getuigenverklaringen steeds sprake is van vijf personen die deze aanslag gepleegd
hebben, zijn er uiteindelijk 4 mannen aangeklaagd: Willem vande Graeff, Willem Brants, Thomas Ja
nThomas Egmonts en Dirck Bunen. Aangezien zij allevier voortvluchtig zijn, werden ze bij verstek
aangeklaagd. Twee van hen, Willem vande Graef en Thomas Jan Thomas Egmonts, sloten zich aa
n bijhet leger van commandant van Barlo. Mogelijk waren ze daar al actief en verklaart dat de
aanwezigheid van zoveel geweren. Deze soldaten werden opgespoord in het kampement in Maastric
ht.Toen ze van daaruit naar 's-Hertogenbosch op transport gingen, ontsnapten ze echter. Hoewel de
Hoogschout van de Meijerij ook Laurens de Leeuw voor deze moord wilde aanklagen is hij da
ar nietin geslaagd omdat hij daar geen bewijs voor kon vinden. Hij beschuldigde hem wel van voorkennis
over deze fatale aanslag.
Oproepbiljet voor Willem vande Graeff om voor de Bossche schepenbank te verschijnen.
Het onderzoek nam enige tijd in beslag maar in het voorjaar van 1690 was de aanklacht rond en
ondernam men pogingen om de daders voor de Bossche schepenbank te krijgen. Op 19 maart, 9 april,<
/p>20 april en 7 mei riep de vorster van Oisterwijk voor de kerk, vermidts in Udenhout nooijt geen
publicatie en wordt gedaen, de daders op zich te melden. Diezelfde oproep vond ook plaats in
's-Hertogenbosch. Dat alles bleef zonder resultaat.
De nasleep
Johan Ophorst was geschokt door wat hem overkomen was. Maar hij was er de man niet naar om bij de
pakken neer te gaan zitten. Drie maanden na de moord op zijn vrouw en ongeboren kind ging hij
opnieuw de belastingen innen met zijn partner Pieter Drabbe. Hij richtte in 1689 een
verzoekschrift aan de Raad van State waarin hij aandrong op een nieuwe woning van steen.
Daarnaa
st kwam hij in aanmerking voor schadevergoeding. De hoogschout van de meierij van's-Hertogenbosch nam de zaak heel hoog op. Een aanval op belastingpachters kon hij natuurlijk
niet over zi
jn kant laten gaan. Hij nam schepenen van Loon op Zand in gijzeling in degevangenpoort van 's-Hertogenbosch omdat hij er van overtuigd was dat ze weet hadden gehad van de
op handen zijnde
aanslag op het leven van Peter Drabbe en Jan Ophorst. Bovendien verweet hij deschepenen dat ze door hun lakse houding na de aanval op Peter Drabbe en Jan Ophorst in 1687 een
directe aanl
eiding hebben gegeven tot de aanslag en moord van 1688. De regeerders van Udenhoutverweet hij dat ze geen waarschuwing aan het adres van Jan Ophorst hebben doen uitgaan. Beide
instanties
schadeloosstelling. Of een dergelijke betaling ook heeft plaatsgevonden is mij niet bekend.
samen moesten aan Jan Ophorst een bedrag van 8000 gulden betalen als
Voor wat betreft het vernieuwen van de woning van de schoolmeester waren de bestuurders van
Udenhout niet doortastend genoeg en in 1692 vernieuwde Jan Ophorst zijn verzoek waarna de Raad
<
p>van State de Udenhouters sommeerde om voor een deugdelijke woning voor hun schoolmeester tezorgen. Het ontbreken van de dorpsrekeningen uit die periode maken het onmogelijk te verifiëren
of ze dat ook daadwerkelijk hebben gedaan. Uit het feit dat Jan Ophorst hierna geen nieuw verzoek
aan de Raad van State heeft gedaan mogen we aannemen dat zijn verzoek is ingewilligd.
Vogelsangh
Deze dubbele moord heeft ongetwijfeld diepe indruk gemaakt op de inwoners van Udenhout. Johan
Ophorst bleef in het dorp wonen, hertrouwde en bleef schoolmeester tot aan zijn overlijden in
1729. Hij was toen al meer dan 50 jaar actief als schoolmeester en er zullen maar weinig inwoners
van Udenhout zijn geweest die niet in zijn schoolbanken hebben plaatsgenomen. Hij liet één
achter uit zijn eerste huwelijk: Govert.
zoon
Het is ongetwijfeld uit respect voor hun schoolmeester, dat het perceel waarop hij zolang gewoond
heeft, in een mogelijk nieuwe of aangepaste woning, in de volksmond de naam kreeg van zijn
>vermoorde huisvrouw Maria Vogelsangh.
Bronnen
Regionaal Archief Tilburg, Schepenbank Oisterwijk, inv.nr. 476, f. 68v, 9 juli 1688.
Stadsarchief 's-Hertogenbosch û Rechterlijk archief 's-Hertogenbosch, inventarisnummers 146-11,
148-07 en 116-16.
Nationaal Archief, Archief van de Raad van State.
Trommelen, J.R.O. en M.P.E. Trommelen, Tilburgse toponiemen in de 16e eeuw, een tentatieve
reconstructie en naamsverklaring, Tilburg, 1994.
Op 11 juni 1676 had de Raad van State Johan Ophorst, de zoon van de overleden schoolmeester
Johannes Willem Ophorst, benoemd als schoolmeester van Udenhout.
In 1681 werd hij door de classis van s-Hertogenbosch "den selven bequam geoordeelt heeft omme de
kerk- en schooldienst tot Udenhout te bekleeden".
In 1685 werd vermeld dat de schoolmeester goede boeken gebruikte en "stichtelijk" leefde.
Vanaf 1686 gingen er klachten over en weer tussen de schoolmeester en de kerkeraadsleden. In 1689
overleefde hij ternauwernood een mishandeling, maar zijn 7½ maanden zwangere vrouw overleed.
DeRaad van Brabant vervolgde de daders. Hij en zijn vrouw lagen op bed, toen "haar neffens sijn
sijde het hert was afgeschoten". Johan beklaagde zich dat hij een "slegt huijsken, met hou
leeme wanden" had en verzocht om een huis met stenen muren op kosten van Udenhout.
te en
In 1712 waren enige officieren in Udenhout ingekwartierd, waarschijnlijk in het schoolgebouw. In
1713 kreeg Johan een vergoeding van 2 gulden 11 stuivers en 8 oord voor het luiden van de
d
orpsklok ter gelegenheid van de vrede van Utrecht.
Hij was meer dan 50 jaar lang schoolmeester en koster van Udenhout. Beroep: Schoolmeester te
Udenhout
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johannes Jan Ophorst | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Marike Vogelsang | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1692 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.