Tijdstip: 01:00
21 floreal jaer XIII van de Fransche Republiek. Est comparu Charles Tuijtten, meunier, agé de quarante cinq ans, demeurant a cette commune lequel nous a presenté un enfant de sexe masculin né aujourd'hui a une heure de la nuit, de lui declarant et de Marie Jeanne Thery son epouse, les dits declaration et presentation faite en presence de Jean Baptiste Calewaert, agé de soixante dix ans, et Eugene Verbauck agé de vingt sept ans, tous les deux demeurant en cette commune de Zarren, et ont les pere et temoins signé avec nous.
Tijdstip: 16:00
zijn verschenen Clement Tuytten, molenaar, oud 44 jaren, en Carolus Gryspeerdt, sekretaris, oud 47 jaren, woonachtig te Zarren, den eersten zoon en den tweeden geen maagschap der overledene, dewelke ons hebben verklaart dat, David Alexander Tuytten, molenaar, oud 84 jaren, geboren en wonende te Zarren, zoon van Carolus en nvan wijlen Maria Joanna Terry, weduwn van Virgenia Vanlouwe, om vier ure namiddag ten zijnen huize binnen deze gemeente overleden is, en de komparanten hebben deze na voorkezing geteekend
Hij is getrouwd met Virgenia Nathalia van Louwe.
dig Zarren 3363/64/65/66
Zij zijn getrouwd op 21 februari 1827 te Zarren ten zeven uren voormiddag, hij was toen 21 jaar oud.
Getuigen: Francis Schottey, schrijver, oud 28 jaeren Louis Schottey, meulenaer, oud 39 jaeren / Pieter Rommelaere, herbergier, oud 36 jaeren,,
Kind(eren):
Tuytten 1 ferrariskaart + molen - dig erik 5-980 zarren 1 3284
Op de archieven van kadaster vinden we David Tuytten, bakker, als enige terug met eigendom in Zarren in 1845, hij moet wel al welstellend geweest zijn, wij zien dat hij eigenaar is van een weide, een hof, een huis, een tweede huis, een hof, drufelsland, land en een steenemolen, beter gekend als de Plaatsemolen of ook genoemd Tuyttensmolen, deze stenen stellingmolen gebouwd in 1836. Hij bezat aan de zuidzijde van de huidige Eessenstraat een belangrijk stuk grond met woonhuis, bakkerij en schuur. Dit alles was gelegen vanaf de huidige woning nr.15 tot en met nr.29
Bij de bouwaanvraag tot het provinciebestuur had David Tuytten een uitgebreid grondplan gevoegd met aanwijzing van de ligging van de nieuw te bouwen molen alsook een mooi schematisch plan van het molentype. De gemeenteraad van Zarren adviseerde op 27 februari 1836: "dat de gevraegde autorisatie aen den rekwestrant sieur Tuytten David, broodbakker binnen de gemeente, zou toegestaen worden op voorwaerde dat hij zijn voorgestelden koorn wind en oliemolen op tien meter afgewijderd van de dorpstraete zal plaetsen". Het provinciebestuur verleende op 27 april 1836 de toestemming op voorwaarde dat zijn graan-en oliemolen op 20 meter van de chemin de dorpstraete te bouwen, dus op een dubbele afstand als geadviseerd door de gemeente Zarren. Hierdoor zou de molen toch vrij dicht bij de achterliggende toenmalige pastorij (eigendom van de gemeente) komen, wat blijkbaar voor het gemeentebestuur geen beletsel vormde.
David Tuytten had zijn vroeg gestorven vader in de ouderlijke bakkerij opgevolgd. David de toekomstige molenaar, was in 1827 getrouwd met Virgenie Van Louwe, de oudste dochter van de toen wijdbekende Jan Van Lauwe. Deze Jan Van Louwe was oud-soldaat in Oostenrijkse dienst en leider van de Boerenkrijg te Zarren en later venter in brandewijn, winkelier, landbouwer en herbergier in "Den Gouden Adelaar" op Zarren-Linde. Blijkbaar konden ook toen politieke tegenstellingen en huwelijken samengaan.
De familie Tuytten-Van Louwe bekeek het leven al de vrolijke kant. Telkens de gelegenheid zich voordeed, werd feest gevierd. Zo ook op 9 mei 1836: tijdens een familiefeest werd door hun driejarig zoontje Louis de eerste steen van de nieuwe molen gelegd. Een jaar later, op 28 juni 1837 alweer met feest de laatste steen ervan. Een maand later werd de eerste tap aan de kappe van de molen geslagen en werden er zestien stoopen bier verteerd. Op 29 juli werd de asse van de molen ingedaen en het eerste graan werd gemalen op 3 september daaropvolgend.
David Tuytten bleef naast molenaar en olieslager ook bakker. Zijn vrouw hield er een kruidenierswinkel op na. Nog tijdens de bouw werd het hem moeilijk gemaakt. Brouwer Schottey, zijn buurman aan de overzijde van de straat, had op 16 februari 1837 toestemming van het provinciaal bestuur verkregen tot de bouw van een stoomolieslagerij op de achterkoer van zijn huis en brouwerij. De mededeling kwam zwaar aan, ook voor de drie andere olieslagers. De kapitaalkrachtige brouwer kon door regelmatige aankondigingen in de streekkranten zijn olieprodukten gemakkelijker aan de man brengen. "Hij gaf ook zes maenden tijd van betaelinghe mits stellende goede borgen of met twee ten honderd korting voor deze die betaelen met gereed geld"
De concurrentie was zwaar. Op 29 mei 1847 diende David Tuytten een klacht in bij het gemeentebestuur over het teveel betalen van belasting. Alhoewel hij reeds vijf frank minder patentrecht betaalde dan Maesenaere op de Statiemolen (25 tegen 30 frank per jaar), dacht hij zich toch nog benadeeld tegenover deze concurrent. Ofwel was zijn molen misschien minder beklant ofwel had hij minder maalcapaciteit dan de molen van Maesenaere. Het gemeentebestuur kon hem nochtans geen vermindering toestaan, "gezien den aenzienlijken erfenis van zijn oom, die hij verkregen heeft, den gemeenteraed onbekend is". Blijkbaar werd het patentrecht door de gemeenteraad niet naar het inkomen bepaald, maar naar de welstand van de betrokkene. Maar geen nood, de molen maalde verder, toen David Tuytten in 1889 op 84 jarige leeftijd overleed, had zijn zoon Clement hem al twintig jaar eerder als molenaar en olieslager opgevolgd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
David Alexander Tuytten | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1827 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Virgenia Nathalia van Louwe | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.