Hij is getrouwd met Beertje Renden.
1715 april 6, rec. 151, folio 53. ( ORAH, copie 13:4 )
Voor Geltsaeijer ende Speulde Schepenen bekenden jan Wijchmansen ende
Beerts Echteluiden, sij tutore maritus, in eenen vasten ende stedigen
te hebben vercoft een acker saeijlants in desen Schependom op de Hoge
de buijrschap Hierden naest copers ter eenre ende Beert jacobs
andre sijden gelegen aen Jan Martensen en Beertje Renden Echteluiden voor
dert en veertigh guldens, van welcke sij Comparanten bekenden vernoegt
voldaen te sijn, waerom sij den opgemelte acker saeijlant met alle sijn
en gerechtigheit erfflick hebben overgedragen, getransporteert en
aen de voorschreven jan Martensen ende Beertje renden Echteluiden en
genaemen om het selve rustigh ende vredigh te gebruijcken en mits desen
porteren ende cederen, belovende allen voorcommer en voorpligt naer
recht daer van aff te doen en voorts te wahren ende vrijen, verbindende
fecte voorschrevene haere personen ende goederen onder submissie als na
Actum den 6. April 1715.
1741 mei 10, rec. 152, folio 154 verso. ( ORAH, copie 13:27 )
Voor Pronck en Pannekoek Schepenen loofden en wierden burgen, als
recht is, Adam van Luijck en Albert Lijsbertsen voor 't erfhuijs van Jan
tensen en Beertje Renden in leven Echteluijden, des beloofden Rende
Henrik Beertsen en Jacob Beertsen, voorkinderen van Beertje Renden, sig
sterckmakende voor Gerrit Beertsen, mitsgaders Jacob Dircksen, en sig
sterckmakende voor de voogden van sijne onmundige broeders, ende Rende
als voogd over de voorkinderen en caverende de rato voor Jannetje Gerrits
voogdesse over de nakinderen van Peter Beertsen, de voornoemde burgen pro
ioni tut. hereditariën te vrijen als recht is. Actum den 10 Meij 1741.
Zij zijn op 10 april 1698 in ondertrouw gegaan.
Kind(eren):
1731 september 15, rec. 151, folio 328 en 328 verso. ( ORAH, copie
Voor van de Graaff en Pronck Schepenen verklaarde Jan Martensen en
Rende Echteluijden haere uijtterste en vrije wille te sijn, dat na dode
van beide de langstlevende alle des overledens gerede en ongerede
niets uijtgesondert, nae lijftugts regten sal besitten en genieten (
dert de klederen en het geene tot het lijf van de tweede Comparante
die als sij sterft alstonts sullen vererven op haere twee Dogters
Beerts en Aeltje Jans ) ende wanneer sij beide Comparanten sullen
sijn, betugtigden sijin alle haere wedersijds nae te laeten gerede en
goederen haer Dogter Aetje Jans, om alle haerer beider goederen insgelicx
Tucht rechte te besitten en te genieten. Voorts verklaerden sij
saemen en ijder in het bijsonder tot haere universele Erfgenaemen te
eren des tweede Comparantes voorkinderen in ehestant bij Beert Petersen
creërt, die der Comparanten sterfdag beleven sullen, en der
deren in ouders plaetse, om den eijgendom anstonts nae der Comparante
na dode van den beide Comparanten en voorschreven Aeltje Jans het volle
van alle goederen bij de Comparanten samt en ijder in het bijsonder nae
laeten, gerede en ongerede, actiën en crediten, niets uijtgesondert,
en erflick te hebben en te behouden, met uijtsluijtinge van alle andere
ten wedersijden, begerende dat dese sal bestaen in forme van Testament,
Legaat, Fidei cum suis, of soo als deselve het beste en uijtterste effect
Rechten genieten en hebben kan. Oock elkanderen belovende desen niet te
veranderen of door een contrarie dispositie te renverseren, onder verband
er personen en goederen, in forma van contract, ten bedwange als na
Actum den 15 September 1731.
Jan Martensen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Beertje Renden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.