Zij had een relatie met Jan Petersz Wijnen.
1722 maart 14, rec. 151, folio 164 verso. ( ORAH, copie 13:14 )
Voor Oosterbaan ende de Graaf Schepenen en Overweesmeesteren compareerdeWil-
lemtje Jochems weduwe van Franck Jansen voor sig, en als momberse vanhare on-
mundige kinderen, geassisteert met de secretaris Schrassert en bekende inenen
vasten en stedigen erfcoop met consent en ten overstaen vanoverweesmeesteren
te hebben vercoft en oversulx cragte deses te cederen en te transporterenhet
10de part in Huijs, Hof en onderhorige Landerijen in Hierden ter eenreJan Wil-
lemsen en de Heer Moijen ter andere sijden, met alle recht engeregtigheit van
dien, waer van Coperen de overige 9/10 besitten, sulx aen Jan Petersen enWijne
Petersen voor een summa van f 300 gulden dan nog deselve en Jan Wijnen enJan-
netje Jans Echteluiden anderhalf math hoijlants op de Ooster Mehenwandelende
met Maritje Jochems t'eene jaer op de Hoge Mehen, het twede op deDachmaten, en
het derde jaer op de Osseweijde aen Jan Jansen Withair voor f 345 guldenvan
welcke beide Coopspenningen de Comparante bekende voldaen te sijn.Belovende
versulx de voorschreven parcelen te wachten en wahren commervrij en allenvoor-
pligt daer van af te doen als erfcoops recht is, onder verbant als narechten.
Actum den 14 Mart 1722.
Kind(eren):
1758 maart 11, rec. 153, folio 104 verso en 105. ( ORAH, copie 16:157/158)
Voor H. van Westervelt en W. J. van Westervelt Schepenen compareerdenGerret
Lubbertsen en Willem Jansen, beijde van competenten ouderdom enwoonachtig in
het Schependom Hierden, welke aan ons verklaart hebben voor de opregtewaar-
heijt, dat het huijs en schuur van Jannetje Jans Weduwe van Jan Petersen
Wijnen, gelegen in voorshreven Schependom, op den 2. september 1757 totde
grond toe zijn afgebrand, mitsgaders all het huijsraad, op eene kast naa,van
Jan Bartsen den Jonge, die voorschreven huijs en schuur meijer wijse wasbe-
woonende, dat het gemelte huijs en schuur voll met sijn rogge leijdenwaar
onder meede is alle rogge van de hoogen en laegen Encksthiende voor eenderde
gedeelte, zijnde gemelte Jan Bartsen daar in een meede participant vooreen
derde part ( over het jaar 1757 voornoemt ) ook meede verbrand is.Welkege-
ledene schaade door geseijde Jan Bartsen sij comparanten kwamen tetaxeren op
duijsent gulden Actum 11 maart 1758.
N.B.: meijer : pachter.
Jannetje Janss | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jan Petersz Wijnen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.