n.h.
Geloof: n.h.
1646 mei 2, rec. 147, folio 116, 116 verso. ( ORAH, copie 16:145/146/147
Voor Tegnagel ende Holl Schepen compareerde Egbert Renden, sullende sich
een reijse over zee begeven: ende heeft op 't bundichste geconstitueert
volmachtich gemaeckt sijn neef Willem Harmss, om van sijnert wegen te
vorderen ende ontfangen soodane schulden ende restanten, als hij soo van
vercoste goederen als anders, in ende buiten de vrijheidt deser stadt ten
achteren is ende noch te ontfangen heeft: Als naemptlick van Brenner
drie hondert ende vijftich guldens van Albert Jacobss van Colthoren drie
hondert twe ende sestich gulden, X stuivers van Lubbert Lubbertss, van 't
huis achter de muiren hondert acht ende twintich gulden van Jan Visch,
Lobberich Noijen hondert gulden met twe jaeren renthen op paesschen 1647
sullende verschijnen, ende van Gerrit van Arler t'achtentich gulden. Om
penningen te ontfangen, quitanties passeren, oock brieven van cessie ende
opdracht in der bester forme ende tot den meeste verheerkeringe van
te doen ........ ende generaliter alles anders te doen naer Constituant
present sijnde solde cunnen ende mogen doen. Cum potestate substituendi
ratificatione actum midts doende reckeninge ende reliqua nae behorens.
Voorts heeft Comparant in cas hij van dese reijse niet wederom mochte
bij forme van testament codicille uijterste wille, ofte woe sulcx anders
't bundichste sal cunnen ofte mogen bestaen, gelegateert ende bemaeckt
desen aen sijn neef willem harmss d'eene helfft ende aen den Armen deser
d'andere helfft van de boven gespecificeerde coopspenningen, restante
ende achterstedigheden: om d'selve gelijcklick door te deilen ende
ewichlick te beholden. verclaerende sulcx sijne uijterste wille ende
te sijn. Sonder argelist Actum den 2e Maij 1646.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Egbert Renden | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.