Zij had een relatie met Geyse Gerritsdr Visch.
Kind(eren):
N.B.: kerkmeester: lekelid van een kerkbestuur.
1495 ~februari, rec. 131, folio 195 verso. ( ORAH, copie 16:47 )
Vuer ziwert ende aelt van duse gaff henric brouwer geijse vijsch sijneechte
wive XV hornicke gulden uijt hoer beijder guet ter gueder tijt toemorgengave.
1502 november 13, rec.132, folio 75.( ORAH, copie 1:16 )
Vuer gherit van speulde ende siwert van wijnberghen bedanckede henrickbrouwer
lubbert vyssch sijn zwagher guede betalijnge van XXXV golden rijnschegulden
van all alsulcke LXX golden rijnsche gulden hij hem bekent hefft.
actum altera lebuinii.
N.B.: Lebuinus ofwel Liafwin: angelsaksische benedictijn, werkte ca. 770als
missionaris onder de Friezen aan de IJssel en waagde ook een poging
onder de Saksen. Heilige, feestdag 12 november.
1505 maart 12, rec.132, folio 99 verso.( ORAH, copie 1:17 )
Vuer reijner bluet ende meister reuderick bedanckede henrick brouwerlunter-
man sijn zwagher guede betalijnge van all alsulcke pennijngen als hijmijt sijn
brueders hem in medegave mijt oer zuster geloefft marge LXX golden gulden
actum gregorii
N.B.: festo gregorius: 12 maart.
( Gregorius I de Grote, 540 - 604, paus van 590 - 604, heilige, kerkvader
zond de monnik Augustinus uit ter bekering van Engeland. Bracht eenheid
in de kerkmuziek, gregoriaanse zang en legde de grondslag voor de macht
van de pausen in de middeleeuwen )
1513 februari 14, rec.132, folio 203.( ORAH, copie 1:21 )
Vuer reyner van wenckum ende reyner van estvelt bekenden gherit lunterman
gheritsz dat hij ein openbare herberge in bijwesen lambert van erck jan
meijer brant pelesz ende meer anderen vercoght hadde henrick brouwer mijt
gheyse sijn echte wijff ende hoene erven sijn erve gelegen toe hoophuysenge-
heten gherit visschen erve mijt all sijne toebehooren so dat daer in sijnbe-
palinge is gelegen ende bedanckte hem daer van gueder betalinge mijtvuer-
werden dat henrick ende gheyse voorgenoemt gherit lunterman hoene bruedervoor-
genoemt sijn leven lanck sullen geven ende versorgen in sijne huse offanders
waer sijn noittrufft van cost lijnewerck ende schoene gelijck hem selveende
oock mijt cledinge van harderwijcker puyck ende waert saecke dat henrickende
gheyse voorgenoemt ende hoer beider dochter geertgen alle drei bijluntermans
leven offlivich werden ende als dan sijn noittrufft van cost kleren ende
gerack in sijn sieckheiden moeten missen soe sall lunterman voorgenoemtdat
erve voorgenoemt weder aen mogen tasten ende gebruijckent tot sijne wille
onbecroent van ijmet Vorst sijnt vuerwerden worde lunterman tot enijgetijden
bij henrick gheyse off geertgen hoer dochter leven offlivich dat hij danalle
sijn guet rede en onrede nijet uijtgescheid mede sall erven op henrickgheyse
off geertgen gelijck op sijn ander erffgenamen ende gherit loeffde mededat
hij hiertoe altijt hant ende mont sall doen vuer den drosst offte richtervan
veluwen op te dragen ende uijt te gaen na den lantrechter tot henrickgheyse
off geertgen bij hoene erven gesynnen ende henrick gheyse ende geertgen
voorgenoemt bekenden ende loeffden dat sij lunterman hoene bruedervoorgenoemt
die cost cleren ende noittrufft besorgen sullen sijn leven langh inmainiere
vuerschreven actum in die valentini.
N.B.: bepalinge : grensscheiding, omschrijving.
: puyck, puuc, puyt : beste soort van laken of wol.
: offlivich werden : overlijden.
: noittrufft, nootdruft : dringende behoefte.
: gerack, gerac : gemak, ten dienste staan.
: onbecroent : zonder dat men een klacht tegen iemand kan inbrengen.
: ijmet : iemand.
: in die valentini : op valentijnsdag, 14 februari.
( Valentinus, italiaans martelaar uit de 4e eeuw na Christus, schuts-
patroon van verliefden en verloofden in de angelsaksische landen )
1520 september 8, rec. 132, folio 321 verso. ( ORAH, copie 16:92 )
Vuer ziwert van wijnberghen ende gherit van speulde de Jonge bekendegherit
willemsz sculdich te weessen henrick brouwer tot behoeff der metsellers
vuerschreven vuer sodaen verwijn sij op brant hoerts husinge gedaenhebben
enen halven Xhs gulden ...... den derden pennijnck mijt soe veele jaerensijnt
de tijt dat heer willem bouwer doet is geweest te betalen meijtoecoemende
de post decollatio Johannis Baptista.
1525 datum ?, rec. 133, folio 39. ( ORAH, copie 16:105 )
Vuer willem van broeckhuesen ende bernt van telligt bedanckte henrickbrouwer
aert bertss guede betalonge van alsulcke schulden hij hem nae vermoegeder stat
boeck bekent heefft schuldich tweesen actumut supra.
1525 november 22, rec. 133, folio 57 verso. ( ORAH, copie 16:108 )
Vuer desse selve schepenen droech griete tijmenss mijt gerrit van speuldeoere
gekoren momber op henrick brouwer een tijendedeell van een dardendeellvan een
Erve toe hoephuesen soe als hoer dat van oere muije Weijme albertss ange-
storven is actum altera presentatio marie.
N.B.: muije: moeije: moei, tante, nicht, stiefmoeder.
1525 november 25, rec. 133, folio 58. ( ORAH, copie 16:109 )
Vuer reijner van wenckum burgemeister gichte Dirck henrickss bij den eedt
reijner vurschreven hem affgenommen hadde dat hij weijme van tonsell dess
sonnedaeges post martini een weetbrieff van henrick brouwer so sij hoer
huesinge offte hoffstede mijtte rechte verwonnen heefft gehantrijckthadde
actum ut supra ( Catharina virginis )
N.B.: weetbrief : akte waarin een gerechtelijke aanzegging vervat is.
1526 februari 6, rec. 133, folio 61 verso. ( ORAH, copie 16:110 )
Vuer willem van huecklum ende reijner van wenckum droech fenne geratssmijt
ernst de tijmmerman oere gekoren momber op henrick brouwer eentijendendeell
van een dardendeell van een Erve toe hoephuesen dat van weijme albertssheer
gekommen is soe hoer dat van hoer broeder heer cornelis albertszaangeerft is
actum ut supra ( op dinxdach post purificatio marie )
1526 mei 5, rec. 133, folio 65 verso. ( ORAH, copie 16:111 )
Vuer willem van broeckhuesen ende reijner van wenclum bekenden henrickbrouwer
ende noije van cleeff gescheiden twesen als angaende alsulcke twijst ende
schelonge sie mijt malkanderen gehadt heben van een wegh doer clenen erffdat
sie sijnnen verdraegen dat henrick brouwer ende sijnen erven die selvewegh
mede sullen gebruecken vaeren ende drijven als hen of die bouwmannen datvan
noid is bij alsoe dat henrick vurgenoemt ende sijnen erven die selve wegh
sullende helpen maecken die schouwe mede bewaren ende ellick sall sijnlant
an die wegh moegen seijen ende weijden als hen dat toepasse kompt ende......
van hen beijden en sall den anderen an sijn koeren offte weijde schaeddoen
ende sullen malkanderen moegen schutten ende die schaed koeteren actumsater-
dach post inventio crucis.
1526 mei 12, rec. 133, folio 66 verso en 67. ( ORAH, copie 16:112/113 )
Vuer desse selve schepenen bekende Jacob haversack schuldich twesen die
potmeisteren van onser liever vrouwen pots tot behoeff die pot die selve
XV rijnsche gulden vurgenoemt daer lubbert aertsz ende jan jacobszachtien
eemder gulden van geloefft heben tbetalen ende dat rest datt van blijfft
loeffden jacob vurgenoemt tbetalen bijnnen jaers ende betaelden hijbijnnen
jaers nijet als vurschreven soe loeffden hij die pennongen tverrentendaer
sij mede bewaert sullen wesen ende loeffden oick mede off diepotmeisteren
vurgenoemt tot eniger tijt enich hijnder off gebreck bij der betalongeoffte
verstenisse kregen dat sij hem dan alhier mijt waegen ende mijt peerdensullen
moegen holden ende sall deshalven geen dienst recht genieten actum utsupra
Lubbert aertsz ende jan jacobsz heben die XV rijnsche gulden betaelt aenger-
rit van speulde ende alphert brijnck potmeisteren ........ coram zijwertvan
wijnbergen ende alphert brijnck actum saterdach post omnium sanctorumanno
XXVI.
Vuer reijner van wenckum ende brant van delen droech Catherina keijsersmijt
hessel gerritss hoer gekoren momber op ende scholde toe guede henrickbrouwer
alsoedane acht currente stuivers sjaers als sij hadde uijt weijme vantonsels
huesinge in die hoegestraet tusschen huesinge reijer die hoeffsmijt andie
ene ende jacob aertss an die ander sijde ende danckte hem daer van gueder
betalonge ende loeffde oick off henrick vurgenoemt tot eniger tijt enich
hijnder off gebreck daer bij hadde daer soe sette sie hem vuertonderpande
hoer huesinge gelegen an die merckt tusschen huesinge jacob keijser andie
ene ende gerrit ribben huijs an die ander sijde hij offte sijne erven hem
daer aen toe sullen moegen verhalen
1532 mei 11, Heilig Kruisgilde, folio 2d, inv.nr.1899. ( OAH, copie 12:51)
Van Reyer Soertss drie brieven.
Wy Schepen ende Raidt der Stadt van Harderwyck doen kond allen luydenende....
openbairlycken myts dessen openen brieve dat vuer ons im Schependomgekomen
syn Gerryt van oij myt Grietgen syn echte wyff ende bekenden vuer hoerende
hoeren erffgenamen schuldich tweesen Henrick brouwer ende geyse syn echtewyff
ende hoeren erffgenamen vyff hoerensgulden jaerlixs tho betalen alle jairtho
paesschen uth hoer huysingen dair sy nu inne woenen geleegen in diehoichstrait
so als sy die van Henric brouwer gecosst hebben die well eer GerrydtHenrickss
pleegen tho te hoeren, dat Gerrydt ende grietgen vuerschreven off hoereerff-
genamen die vyff hoerensgulden vuerschreven alle jair aff sullen moegenlossen
opten vuerschreven betaeldach mydt twintich pennongen eenen pennincktwaleff
stuiver brabants vuer den hoirenschulden, mydt alle verscheenen renthendair
in tho leggen. Sonder argelist In kennisse der wairheyt hebben wy onserStadt
zegell an dessen brieff gehangen Inden Jair ons heeren Duysentvyffhondert ende
twee ende dertich den elffsthen dach Maij.
N.B.: deze rente heeft Henrick Brouwer op 2 mei 1537 overgedragen aan het
Heilig Kruisgilde.
1537 mei 2, Heilig Kruisgilde, folio 2, inv.nr.1899. ( OAH, copie 12:52 )
Den anderden,
Wy Schepen ende Raidt der Stadt van Harderwyck doen kondt allen luydenmyts
dessen openen brieve dat vuer ons im Schependom gecomen yss Henrickbrouwer
ende hefft vuer hem ende synen erffgenamen opgedragen ende nae dair opver-
teegen als recht yss Jacob keyser ende Evert van byssell alsgildemeisteren
van dat hyllyge Kruiss gilde tot behoiff der deylinge in den selven gylde
drie hoerensgulden jaerlixs van alsulcke renthe als hy jaerlixs hefft uth
Gerrydt van oyen huyss geleegen in dye hoichstrait tusschen huysingenReyer
den hoiffsmidt an die een ende dat Henrick Aertsen den olyslager thoplacht
the hoeren an die ander zyde te betalen ende tho lossen allen inhalt eens
Schepen brieffs henrick vuerschreven dair aff hefft. Sonder argelist In
kennisse der wairheyt hebben wy onser Stadt zegell an dessen brieffgehangen.
Inden Jair ons heeren vyffthynhondert ende Soeven ende dertich secundaMaij.
1538 februari 8, Heilig Kruisgilde, folio 2 verso, inv.nr.1899. ( OAH,copie
12:53 )
Den derden,
Wy Schepen ende Raidt der Stadt van Harderwyck doen kondt allen luydenmyts
dessen openen brieve dat vuer ons im Schependom gecomen syn Jacob Hermsenende
Aertgen syn echte wyff ende hebben vuer hoer ende hoeren erffgenamenopgedragen
tho guede gescholden ende nha dair op vertheegen als recht ys Henrickbrouwer
als gildemeister van dat hyllygge Kruis gilde tot behoeff der Armen ende
nergens anders tho, all alsulck eenen hoerengulden jairlixs als sy hebbenuth
Gerrydt van Oyen huyss in die hoichstrait geleegen, Danckende denvuerschreven
gylde dair aff gueder vernoeginge ende betalinge den lesten penninck midtden
eersten Sonder Argelist In kennisse der wairheyt hebben wy onser Stadtzeegell
an dessen brieff gehangen Inden Jair ons heeren vyffthynhondert ende achtende
dertych den achsten dach februarij.
1536 augustus 18, regest 683, folio 130 verso, inv.nr.798. ( copie 12:65)
Sweer van Winbergen ende Reijer van Wenckum ende peeter herbertss endejan
vanden Huet als kerckmeisteren van onse lieve vrouwen kerck hebbenaengenomen
henrick brouwer voer den kercken meister. In alle vuerwerden ende omsulck
loen ende hem gelaefft alsulck vrijheit als lambert vuerschrevenaengenoemen
ende geloefft was als vuerschreven staet. Actum in die weem XVIII augustianno
XXXVI.
Henrick Brouwer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geyse Gerritsdr Visch | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.