Hij had een relatie met Marij Gijsberts Willemsz.
Kind(eren):
In 1555 wordt Anthonis Aelbertsz beleend door opdracht van Frederick Hertgert "de verwers soen" en zijn moeder Aegneta, weduwe van Hertgers de Verwers, momber: haar zoon Wolter Hertgert met tweemaal een vierde deel van Glashorst "mit landt en sandt, hoge ende lege, eggen ende eijnden, bosch, brouck, heijde, water ende weijde"; oost: St. Barberencamp met de Wittenberchse wetering, west: Vlastuijn, zuid: Lambalgchen "ende dat Kolthijss mit die heerstraet", noord: Wittenhorst (lees: Wittenberg), belast met een jaarlijkse tijns en een uitgang voor de kerk van Scherpenzeel.
De andere helft had Anthonis Aelbertsz in leen gekregen door opdracht van Jan Henricksz alias Lunsse en Gijsbert Petersz. Om dit goed te kunnen kopen hadden Anthonis Aelbertsz en zijn vrouw hun gezamenlijke bezittingen moeten verkopen. Omdat daar ook het bezit van zijn vrouw, Marij Gijsberts Willemsz, bij zat wordt zij gelijftocht met de helft van Glashorst. Omdat het goed niet deelbaar is zullen de vier kinderen na hun dood gezamenlijk het vruchtgebruik krijgen met dien verstande dat de oudste een dubbel kindsdeel krijgt met het recht van belening (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 73; 23-04-1555).
(bron: http://www.oudscherpenzeel.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=158:glashorst&catid=41:uitgewerkte-genealogieen&Itemid=74 )
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.