Hij had een relatie met Petertgen Aelberts (Glashorst).
Kind(eren):
De boerderij Wittenberg ligt al eeuwenlang ten noordwesten van Scherpenzeel. In 1625 worden Teunis Hermansz x Petertgen Aelberts ermee beleend door Anthonis Aelbertsz Glashorst. Na Teunis Hermansz wordt zijn zoon Melchior Teunissen in 1639 de nieuwe eigenaar.
Melchior gaat er niet wonen. Hij vertrekt naar Davelaar, alwaar zijn weduwe in 1670 nog woont. Zijn halfbroer Jan Teunissen is van 1642-1664 boer op Wittenberg. In 1666 wordt zijn broer Peter Teunissen met de boerderij beleend. Hij wordt wel eigenaar, maar zijn zoon Teunis Petersen Wittenberg wordt de nieuwe boer. Niet lang, want ca. 1671 vertrekt hij naar de boerderij De Haer en zijn broer Aelbert Petersen neemt de boerderij over. Aelbert overlijdt ca. 1689 en zijn weduwe Willemijntje Everts hertrouwt met Sander Fransen. Sander trekt bij haar in. Zij blijven nog tot ca. 1700 op Wittenberg wonen. De boerderij is inmiddels in 1691 verkocht aan Johannes Cornelisz van Vlastuin x Barbara Hendriks, die er na hen op komen. Daarmee komt een einde aan een periode van 75 jaar familiebezit.
Eerder gepubliceerd in Scarpenzele, jg. 9, nr. 1 (2001), blz. 16-19.
http://www.oudscherpenzeel.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=70:wittenberg
Theunis Harmense, ov. ca. 1638, tr. (1) NN, tr (2) voor 1625 Petertgen Aelberts, ov. na 1641, mogelijk dr. van Aelbert Thonisz Glashorst.
In 1624, 1628, 1629 en 1634 koopt Thonis Hermansz op Wittenberg de tiend van Klein Romselaar bij de jaarlijkse verpachting van de tiend door St. Pieter te Utrecht. In 1635 idem van het Eerste Broek. In 1637 koopt idem de tiend van Groot Moorst (Wageningen, Tienden St. Pieter, blz. 36,37).
In 1625 wordt Toenis Hermansz beleend met Wittenberg door opdracht van (zwager?) Anthonis Aelbertsz Glashorst. Zij lijftochten elkaar op dezelfde dag. (HGA; Huis Scherpenzeel 141, f. 149,149vo; 28-01-1625). Deze lijftocht wordt in 1640 nogmaals bevestigd (Huis Scherpenzeel 141, f. 213; 02-03-1640).
In 1627 vraagt Antonis Harmsen voor het gerecht aan Aert Jansen om een obligatie te betalen (Recht. Arch. Scherpenzeel I:22vo) 23-04-1627. Later komt hij daar nog eens op terug (Recht. Arch. Scherpenzeel 2, f. 30vo,31vo; 15-06-1635. Recht. Arch. Scherpenzeel 1 f. 57vo. 2 f. 33; 27-07-1635).
Lidmaat Scherpenzeel pasen 1632: Thonis Hermesz op Wittenbergh.
Octrooi om te testeren Thonis Hermansz x Petertge Aelberts, won. Scherpenzeel, procureur Hof van Utrecht Ant. van Triest; 15-03-1630.
In 1634 zijn Anthonis Harmensz van Wittenberg en Rijck Aelbertsz van Creeyenoort zijn borgen voor Aert Jansz (Droffelaar x Maijken Aelberts) (Recht. Arch. Leusden 1049; 1634).
In 1642 eist Jacob Gerrits, waard in De Valck van Jan Thonisz namens zijn moeder of Thonis Jansz namens zijn schoonmoeder Petertgen (Aelberts), wed. Thonis Harmansz, op Wittenberg, bet. huurloon voor haar zal. zoon Aelbert Thonisz (Recht. Arch. Scherpenzeel 2 f. 150; 09-11-1642. f. 150vo; 14-11-1642. f. 151,152vo; 05-12-1642).
In 1656 ontstaat er een kwestie tussen de erven van Anthonis Hermensz van Wittenberg x Petertje Aelberts en de erfgenamen van Rijk Aelberts, zuster en broer van wijlen Willem Aelbertsz (huurder Klein Donkelaar, 1625 en Midden Romselaar 1626-1630), enerzijds en Truitgen Rutgers, wed. Willem Aelbertsz, nu x Huijbert Evertsz over de erfenis van haar twee kinderen uit het 1e huwelijk met namen Willemtgen en Willem Willems, beiden overleden in 1636 “als de peste tot Scherpenseel was ofte begoste te regueren”. Zij eisen de helft op van Voschcuylen (Groot Voskuilen). Haar huidige man Huijbert Evertsz heeft het goed inderdaad in 1657 ontruimd, maar int wel de huur. (HUA; Hof 188-19; 03-03-1656,31-07/08-08-1657; Wegens slechte staat niet raadpleegbaar: 252-126oud/nieuw en 252-127oud/nieuw, 1661,1662).
--------
Uit het 1e huw.:
1. Melchior Teunissen, ov. tussen 1650 en 1666, tr. Gerrigje Hessels, ov. voor 1670
In 1625 wordt Melchior Thonis genoemd (Huis Scherpenzeel 141, f. 149,149vo; 28-01-1625).
Tussen 1626 en 1650 pacht Melchior Thonis de tienden van St. Pieter te Utrecht van diverse boerderijen of staat hij borg voor andere pachters (Wageningen, Tienden St. Pieter, blz. 25-41).
In 1639 wordt Melchert Thonissen beleend met Wittenberg na dode van zijn vader. Volgens magescheid van 15-03-1639 moet hij zijn halfbroers en -zuster ieder 100 daalders en zijn stiefmoeder 175 gl. betalen. (Huis Scherpenzeel 141, f. 209; 20-03-1639). In 1666 gaat de belening over op zijn halfbroer Peter Teunissen Wittenberg.
In 1639 is Melchior Anthonisz, momber van Thonis Eelgissen onmondige zoon van zijn zuster Willemtgen Anthonisz, erfgenamen van zal. Thonis Harmansz, op Wittenbarch, borgen: Kaerl Anthonisz en Wulffer Cornelisz, smid (Recht. Arch. Scherpenzeel 1 f. 79vo,2x; 09-03-1639).
In 1650 wordt Melchior Thonisz als erfgenaam van zijn vader beleend met een kamp land in Coudijs, groot 1 ½ morgen (Beleningen Holevoet nr. 35. Huis Amerongen 1180, f. 11; 1650).
2. Wilhemtgen Teunissen, ov. voor 1639, tr. als Welmgen Thonis Hermsen, jd. op Wittenbergh te Scherpenzeel 20-05-1616 Gelis Willetsen Snarks, jm. van Rhenen.
In 1625 wordt Wilhempten Thonis genoemd (Huis Scherpenzeel 141, f. 149,149vo; 28-01-1625).
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.