Uit dit huw.:
1. Reijer Jacobsz van Langelaer
In 1466 wordt Reijer van Langelaer burger van Amersfoort (Stadsarchief 2, fol. 190-2; 1466).
Ca 1470 is Reiner van Langelaer leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 12,14; ca. 1470).
In 1471 wordt Reijner van Langeler Jacobsz beleend na dode van zijn vader Jacobs van Langeler met een jaarlijkse rente uit Veenschoeten. Vorige belening ten tijde van leenheer Otto van Scherpenzeell. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 9,11; 12-11-1471).
In 1482 wordt Jan van Camphusen namens leenheer Gairt van Scherpenzeell beleend door opdracht van Reijner van Lageler Jacobsz met een jaarlijkse rente van een vierde van 15 Rijnse guldens uit Veenschaeten. Getuigen: Johan Maessen, pastoor van Scherpenzeel en Jan de Ruwe Gerritsz. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 21vo; 16-10-1482).
In 1496 is Reijer van Langeler getuige bij een schuldbekentenis van mensen uit Renswoude. Met zegel (St. Pieters en Blokland M294b; 1496).
2. Lubbert Jacobsz van Langelaer
In 1471 wordt Lubbert Jacobsz van Langeler beleend door opdracht van Maes van den Hoeve Sijmonsz x Richolt/Ricolda Jacob dochter van Langeler, met een jaarlijkse rente uit Veenschoeten, die zij erfden van Jacobs van Langeler. Vorige belening ten tijde van leenheer Otto van Scherpenzeell. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 9,9vo; 12-11-1471).
In 1477 is Lubbert Jacobsz van Langelaer leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 18; 09-06-1477).
In 1482 wordt Jan van Kamphuijssen namens leenheer Gairt van Scherpenzeell beleend door opdracht van Lubbert Jacobsz van Langelaer met een jaarlijkse rente uit Veenschaeten. Getuigen: Reijner van Langelair en Jan de Ruwe Gerritsz (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 21vo; 10-10-1482).
3. Richolt/Ricolda Jacobsdr van Langelaer, tr. Maes Simonsz van den Hoeve
In 1471 wordt Lubbert Jacobsz van Langeler beleend door opdracht van Maes van den Hoeve Sijmonsz x Richolt/Ricolda Jacob dochter van Langeler, met een jaarlijkse rente uit Veenschoeten, die zij erfden van Jacobs van Langeler. Vorige belening ten tijde van leenheer Otto van Scherpenzeell. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 9,9vo; 12-11-1471).
4. Weijm Jacobsdr van Langelaer, tr. Henrick Woutersz
Peter Arntsz beleend door opdracht van Henrick Woutersz namens zijn vrouw Weijm Jacobs dochter van Langeler met een vierde deel van een jaarlijkse rente van 15 Rijnse guldens uit Veenschoeten. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 20; 17-09-1481).
5. Machteld Jacobsdr van Langelaer, tr. NN van Bemmel
In 1477 wordt Lambert van Bemell beleend na dode van zijn moeder Machtelt Jacob van Langelers dochter met een jaarlijkse rente van 15 Rijnse guldens uit Veenschoeten, gelegen in het gerecht van Scherpenzeel en Barneveld. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 16; 09-06-1477).
Uit dit huw.:
1. Lambert van Bemmel
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Reijersz van Langelaer | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.