Kind(eren):
Heer Willem, Heer van Bronckhorst en Batenburg; alleen Heer van Batenburg genoemd, houdt hij de zijde van Reynald oudsten zoon van Gelre, tegen den Vader, en staat voor Otto, Heer van Buuren 1317. Wordt van den Keizer beleend met Batenburg, en het Recht van Tol en Munt 1317. Heer van Bronchorst, is getuige van Diederick Graaf van Cleef, als die zweert, dat hij Heusden van Braband te Leen houdt 1318. Raad en getuige van Jonkheer Reynald van Gelre, bij de bevestiging van de Privilegien van Zutphen, en staat voor Frederick, Heer van den Berg 1324 (Pontanus). Ridder, Raad van Graaf Reynald, en bezegelt met hem den Landbrief van 't Nybroek 1328 (Hof. Arch.). Hij sneuvelt bij Hasselt tegens de Luykenaars 1328. Zijn vrouw was Johanna Vrouw van Batenburg, zij weduwe, en door Graaf Reynald van Gelre genoemd, einde Edele Vrouw unse nichte Vrouw Johanna van Bronckhorst und van Batenburg; maakt eene deeling tusschen haare kinderen, ten overstaan van den Graaf van Gelre, van Heer Johan van Bronckhorst, Proost van Aldenmunster te Utrecht, van Heer Johan, Heer te Baer, van Heer Wolter, Heer van Keppel, Ridders, van Hendrik van Wisch en van Everhard van Ulft, Knaapen 1328 (Orig. Mihi.). De kinderen uit dit Huwelijk gesproten, zijn a. Gysbert, die volgt. b. Diederick, die bij de deeling van 1328. na zijn Moeders dood, Batenburg zal hebben; hij is jong en ongetrouwd gestorven, c. Baldewyn, zal volgens die deeling door zijne Moeder onderhouden worden, zoo lang hij leedig blijft; Heer Baldewyn, van Batenburg genoemd, in dienst van Hertog Reynold van Gelre, sneuvelt in den slag van Hamont tegen de Luikenaars, 1344 (Pontanus)"
* Van Spaen, 1801, Deel I, p. 285-288
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.