en in de Herrschaft Pinneberg
Döring, Joh. Jac. Scharfrichter in Altona u, der Herrschaft Pineberg, Catharinenstrasse no. 15
(1) Hij is getrouwd met Margaretha Adelheid Freymuth.
Zij zijn op te Oldenburg, Niedersachsen, Duitsland in ondertrouw gegaan.
Zij zijn getrouwd rond 1815.Kind(eren):
Het echtpaar is op 15 maart 1825 gescheiden.
(2) Hij is getrouwd met Johanna Wilhelmina Theresia Hoscheroth.
Zij zijn getrouwd op 25 december 1825 te Altona, Niedersachsen, Duitsland, hij was toen 32 jaar oud.
Kind(eren):
Johann Jacob Döring was de laatste scherprechter van Schleeswijk-Hollstein; Op 24 dec. 1822 trad hij aan in zijn amt voor de stad Altona en de Herrschaft Pinneburg. Hij hield dit tot aan zijn dood in 1868 vol. In zijn amtsperiode onthoofdde hij in Schleeswijk-Hollstein vijf (zie onder) ter dood veroordeelden met de bijl. Naast hem waren er nog (Johann) Caspar Christian Untermann, scherprechter in Oldenburg/Hollstein en Anders Nielsen uit Horsens, die in 1866 scherprechter van het koninkrijk Denemarken werd, die in Schleeswijk-Hollstein de doodstraf uitvoerden. Maar het was Döring, die in 1858 als laatste, uit het gebied stammende, scherprechter, bij de onthoofding van Jacob Franz Ploggen in Glückstadt in actie trad.
Zijn voorganger in Altona was Hinrich Martin Hoscheroth en in 1825 trouwde Jacob Döring voor de tweede keer, met diens dochter Johanna Wilhelmina Theresia. Zijn eerste huwelijk met Margaretha Adelheid Freymuth, dochter van de Halbmeister Andreas Freymuth te Wittmund/Ostfriesland en diens vrouw Ilse Judith Schriever, eindigde in een scheiding, omdat de jonge vrouw weigerde haar man naar Altona te volgen. zij bleef liever in haar ouderlijk huis.
Bij de doop van het enige kind uit het eerste huwelijk, Judith Maria, *Wittmund 16-8-1815, werd als Jacobs beroep "Nachrichterknecht" aangegeven. In 1814 diende hij in Oldenburg i.O., getuige een openbare aankondiging aldaar.
Johann Jacobs vader Johann Henrich (Hartmann) Döring was sinds 1751 Abdecker in Twistringen, een enclave van het toenmalige district Münster. Voor die tijd had hij in Osnabrück gediend. Op zijn 65e besloot hij nog tot een tweede huwelijk met de 23-jarige Anna Catharina Sophia Amalia Schönhausen. Johann Jacob werd in 1793 als laatste kind van de zes uit dit tweede huwelijk geboren. het oudste achterkleinkind van Johann Henrich (Hartmann) Döring was toen bijna 9 jaar oud. wat opvalt in Johann Jacobs kwartierstaat, is het grote leeftijdsverschil, twee generaties, tussen zijn vaderlijke en zijn moederlijke voorouders.
*De vijf ter dood veroordeelden:
1) 28-4-1826 Claus Reimers, Glückstadt
2) 23-6-1843 Hans Friedrich Schlüter, Glückstadt
3) 12-4-1844 Joachim Hinrich Matthias Schulz, Steinrade
4) 6-2-1853 Andreas Zürnsen (Sörensen), Brammerau
5) 12-10-1858 Jacob Franz Ploggen (Ploog), Glückstadt. Deze opsomming gaf Johann Jacob Döring zelf in 1868, kort voor zijn dood. Tevens beweerde hij toen ook in 1844 de handlanger van Schulze, Hans Joachim Kohlmetz ter dood gebracht te hebben. De "Lübecker Bürgerfreund" vermeldde echter op 19 april 1844, dat Döring alleen Schulz en dat de Oldenburger Scharfrichter (Untermann) Kohlmetz onthoofd had.
(vrij vertaald uit Gisela Wilbertz' "Johann Jacob Döring, letzter Scharfrichter Schleswig-Holsteins, und seine Ahnen, Deutsche Zeitschrift für Familienkunde: Genealogie-Heft 8/1978)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johann Jacob Döring | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 1815 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Margaretha Adelheid Freymuth | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1825 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Type: genealogisch tijdschrift
Deutsche Zeitschrift für Familienkunde
Organ der Arbeitsgemeinschaft genealogischer Verbände und der Abteilung genealogie und Heraldiek im Gesamtverein der Deutschen Geschichts- und Altertumsvereine
J2794E, Heft 8
"Johan Jacob Döring, letzter Scharfrichter Sleswig-Holsteins und seine Ahnen", door Gisela Wilbertz; Heft 8, 27ste jaargang, aug. 1978, blz.259 t/m 266
Uitgever: Verlag Degener
Samensteller: Dr. W.Huschke en Dr. H.F. Friederichs
Gebeurtenissen augustus 1978
Schrijver: Johann Glenzdorf en Fritz Treichel
blz. 453-454: N-3552 Friedrich Anton Ritz(GT-Seiten-184)
blz. 419: N-675 Jacob Ferdinand Döring(GT-Seiten-N5120a)
blz. 386: 6277 Augustin Petersen (GT_6269)
blz. 453: N-3552 Franz Heinrich Müller (GT_N-3573)
blz. 493, 494: 2511 Johann Friedrich Lefhelm (GT_ 2125)
blz 493, 494: 2511 Johann Friedrich Lefhelm (GT_2125)
blz. 453: N-3552 Maria Theresia Ritz
blz. 453: N-3552 Dorothea Henriette Ritz
Uitgever: Wilhelm Rost Verlag - Bad Münder
Type: 2 geb. boeken (op CD)
Gebeurtenissen 1970