Zij is getrouwd met Sicke Cammingha.
Zij zijn getrouwd
Zij testeert op 22-3-1499 als Doedt Dokema (F.T.57).Het testament is ook te vinden in OFO I-440.
OFO II-218 d.d.6-5-1454:Doedt,als dochter van Sjuck Dokema,getrouwd met Sicke Cammingha.
OFO II-219 d.d.14-6-1458:overeenkomst tussen Doedt Cammingha t.e.z. en Romke,Kempe en Haye Sasckerszonen t.a.z.
Zij werd vroeger vaak vermeld als Doedt van Dekema,maar dat is onjuist.
Doeckemastate,ook genoemd Dokemahuis,lag in Bilgaard onder de rook van Leeuwarden.
Zij werd begraven bij haar eerste man Sicke.
Doedt is later getrouwd 1458 met Haye van Jelmera,,later Heringa en Cammingha, zie B-I.
Uit het huwelijk van Sicke en Doedt:
1 Graets van Cammingha, overleden 1476,na 10-12-1476, begraven Leeuwarden,Galileërkerk,onduidelijk grafschrift.
OFO I-242 d.d.25-10-1473:zij verkoopt een huis in Leeuwarden.
Zij testeerde op 10-12-1476 te Leeuwarden als Grathie Kamminga (zie F.T. 37 en OFO I-271) en liet de stins Camminghaburg na aan haar moeder Doedt;haar broers waren toen al overleden.
Zij werd begraven in het Galileërklooster (Oldegalileën);later werd haar zerk overgebracht naar de nieuwe Galileërkerk in Leeuwarden (Leeuwarder Historische Reeks VI-76).
Zie ook Grafschriften III (Leeuwarden,Galileërkerk).
Graets was gehuwd (1) met Peter Abbes Onsta, overleden v 1472.
Graets is getrouwd 1472 (2) met Epe Janckes van Douma, afkomstig uit Langweer, overleden 1473, zoon van Jancke Douwes van Douma en Eets Douwesdr van Harinxma, ook Jets.
Hij woonde te Irnsum.
Graets is daarnaast getrouwd 1473 (3) met Watze Abbes van Dekema, overleden 1481 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk,onduidelijk grafschrift, zoon van Abbe N. en Feyck Ndr.
Olderman te Leeuwarden (OFO I-301 d.d.9-8-1480).
Hij noemde zich evenals zijn moeder van Dekema.In 1458 genoemd als naastligger te Huizum;in OFO I-170 d.d.21-7-1463 als koper van land,grenzend aan Abbema;in OFO I-191 d.d.13-10-1467 te Wirdum als koper van land;ook genoemd in OFO I-237 d.d.24-4-1473;in OFO I-277 d.d.30-4-1477 met Tiede Deckama te Leeuwarden;in OFO II-82 d.d.13-7-1476 bij een geschil over het slatten van een deel van de Ee.
OFO IV-52 d.d.17-8-1479:genoemd als "eem" van Juw van Dekema;"eem" zou volgens het middelnederlands woordenboek afgeleid kunnen zijn van "oheem",zoiets als uit het huis van grootvader.Zie ook OFO II-339 waar "eem" de betekenis heeft van oudoom.
OFO IV-54 d.d.12-9-1480:vermeld bij de verdeling van goederen tussen de broers Hette en Juw van Dekema.
OFO IV-82 d.d.8-2-1491:genoemd als wijlen Huizumer hoofdeling.
Zie ook GJB 1996-178.
Watze is eerder getrouwd 1454 met Wick Wytzesdr van Oenema, afkomstig uit Wirdum, dochter van Wytze van Oenema en waarschijnlijk N.van Sjaerda.
Watze was weduwnaar van zijn halfoomzegster Jel Bockesdr van Harinxma, overleden n 1471, dochter van Bocke van Harinxma en Galtje Watzes van Dekema,,ook Gautje of Gatske.
2 Pier van Cammingha, overleden v 1476.
Genoemd in het testament van Graets.
3 Lieuwe van Cammingha, overleden v 1476.
Genoemd in het testament van Graets.
4 Gerrit van Cammingha, overleden v 1476.
Hij wordt genoemd in OFO I-129,155 d.d. 22-1-1452,1-2-1459 en was in 1459 bezitter van Camminghaburg.
Hij overleed ongehuwd,waarna zijn zuster Graets in het bezit kwam van de stins.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.