was de derde zoon van Ruurd
Hij woonde eerst te Tzummarum en later te Kubaard.
Het nageslacht wordt genoemd Roorda met de baar (te Kubaard en Menaldum).
Hij was de stichter van klooster Bethanië te Tzummarum.
Hij vermoordde in 1453 bij Bolsward Douwe Gerbranda (GJB 1998-100).
In 1468 met zijn broer Ruurd betrokken bij gruweldaden in het klooster Lidlum.
Misschien genoemd in OFO IV-39 d.d.24-6-1472 (Fecke en Douwe van Aebinga zijn zijn neven).
Zijn overlijdensjaar 1473 staat vermeld op een grafsteen in de kerk van Minnertsga.
(1) Hij is getrouwd met Aylva.
Zij zijn getrouwd
(2) Hij is getrouwd met Rints van Juwinga.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
Roorda, met de baar (au lambél).
Johan Roorda, wiens Wapen, gelijk het door al zijne nakomelingen is gevoerd worden, vóórkomt bij nr 163, was de derde zoon van Ruurt Roorda, van Tjummarrum. hij woonde te Kubaard, en schoon de meeste Genealogisten hem slechts ééne vrouw geven, hefft hij er echter waarschijnlijk twee gehad, immers beroept zich v. A.v.C. op zekere Kwartieren van: Roorda, bij: Cammingha, zoo als hij zegt, ten bewijze, dat Johans eerste vrouw eene: Ayla geweest is. de tweede was Rints Juwesd. Juwinga, en is, even als Johan-zelf, te Anjum begraven.
Hij was het, die, in 1453, douwe Gerbranda te Bolsward ombracht; zie Winsemius, fol. 262a
Ook is het, onzes inziens ten minste, deze Johan geweest,die, benevens zijn broeder Ruurt, in de Abtdij te Lidlum zoo schandelijk heeft huisgehouden als men vindt bij: Winsemius, fol. 278, fol. 279, en fol. 292, maar deze boekt dat enige jaren te laat, gelijk men zien kan bij: S. Leonis, Vitae et res gestae Abbatum in Lidlum, in Matthaei Analectorum Tom. III, p. 567 et 573, edit. in 40, en veellicht is het sterfjaar van Ruurt met opzet enige jaren vervroegd en geene melding van zijne echtgenoote Trijn Liauckama gemaakt geworden, ten einde het gebeurde in Lidlum voor het nageslacht te verduisteren ; dat ten minste Ruurt weduwnaar was van de dochter van Schelte Liauckama, in 1468, vindt men bij: S.Leo, t.a.p., en het wordt bevestigd door de Genealogie der: Liauckamaas, en dat men de in Lidlum gepleegde geweldenarijen heeft willen bewimpelen en het gedrag der: Roordaas vergoelijken, is blijkbaar uit dat, wat wij, in de: algemeene Inleiding, uit oude aantekeningen hebben opgegeven, want, al wordt er gesteld, dat, reeds omtrent 1200, dat geen zou hebben plaats gegrepen, hetwelk inderdaad, eerst in 1468, is voorgevallen, kan men er toch bij eenig nadenken, en bijaldien men het gezag van: S. Leo niet geheel verwerpen wil, niet aan twijfelen, dat de Schrijver van die oude aanteekeningen gedoeld heeft op het gebeurde in 1468, 'twelk hij vervroegde, om den Lezer van het spoor te helpen en zoo het te kunnen bemantelen, als hij gedaan heeft. Men mag dus Johan en Ruurt voor de bedrijvers van gezegde gewelddadigheden houden, en tevens stellen, dat Ruurt tot eerste vrouw heeft gehad Trijn Scheltesd. liauckama, die voor 1468 is overleden.
Johan, overl. 1473, en meend veellicht zijne wandaden te boeten, door bij zijnen Uitersten Wil zijnen Erven aan te bevelen, om, ter eere van het hele Geslacht; Roorda, een Klooster van Reguliere Nonnen van de orde des H. Augustinus te stichten, op een stuk lands, zijn eigendom, onder Tjummarrum gelgen, en Tjessema geheeten. Hieraan werd in 1474 door zijne weduwe en kinderen voldaan.
Voordat wij zijne kinderen bij Rints Juwesd. Juwinga vermelden, willen wij nog aanmerken, dat het ons onjuist toeschijnt, te zeggen, dat de: Roordaas, met de baar, gesproten zijn uit de: Roordaas, met de halve maan; uit hetgeen wij vroeger hebben gezegd blijkt toch, dat de oudste: Roordaas, met de halve maan uit hen gesproten zijn, en dat Johan, van Kubaard, slechts het oude Wapen hernomen heeft, en niet, door het aannemen van een nieuw Wapen, de Stamvader van een nieuwen tak geworden is. Toen men, uit hoofde van het veranderen van het Wapen, de: Roordaas, van Tjummarrum in twee hoofdtakken splitste, had men Goffe Ruurts Roorda, den aannemer van het wapen, met de halve maan, van den overigen afzonderen, en Johan en zijne nakoomelingen vóór hem plaatsten moeten. Dit zij echter, alleen in de vooronderstelling, dat men aan de oude overlevering eenig geloof kan hechten, gezegd, of ten minste in de vooronderstelling, dat men het voor geloofbaar houdt, dat het Wapen, met de baar, het oude Roordawapen is.
Bron: Stamboek van den Frieschen adel
Johan Roorda | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aylva | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Rints van Juwinga | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.