Johannes Metelen
(1) Hij is getrouwd met Foeck.
Zij zijn getrouwd
(2) Hij is getrouwd met Sij.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
*Friezen uit vroeger eeuwen, 6413
*TWIJZEL-EN-KOOTEN, kerk gem., prov. Friesland, klass. van Dockum, ring van Kollum, met twee kerken, als: eene te Twijzel en eene te Kooten.
Men telt er 1800 zielen, onder welke 120 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest zekere Ayko, Pastoor te Twijzel, die in 1567, wegens de verkondiging van de gezuiverde leer, het land moest ruimen. De eerste, die na hem kwam, was JOHANNES METELEN, die, op het einde dier eeuw hier in dienst getreden zijnde, in 1613 overleed. Laurentius Meijer, die hier gestaan heeft van 1765-1788, in 1798, als Hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Franeker, overleden. (Het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa)
*Archief van het Klooster Jerusalem of Gerkesklooster bij Augustinusga (Toegangsnummer: 233):
3.2. Financiën:
151 Staat houdende opgave van de verdeling der misgewaden tussen de abt en de ex- conventualen Rodolphus Deveren, Johannes Blyensteyn te Burum, Bitterus Zutphaniensis, Henricus Heeck Groniensis, JOANNES METELEN, Wolterus Doetin chem en Albertus Haeckinck z.d. (ca. 1599?).
NB Blyensteyn was predikant te Burum ca. 1599-1604
*Martien Johannes was een dochter van Johannes Metelen. Die is aanvankelijk conventuaal in het klooster Jerusalem of Gerkesklooster, later predikant te Twijzel en ook nog afgevaardigde namens de classis van Dokkum bij de synode van 1607. Hij overlijdt op 1 oktober 1613 en trouwt Foeck Fockedr, die overleden is in september 1600.
Johannes Metelen hertrouwt rond 1600 Sijke Jentkedr, die is overleden na 11 april 1616 en zij hertrouwt op haar beurt Benne Lubbes.
Voor wat de afkomst van Johannes Metelen betreft: hij zou op basis van tijd, plaats, milieu en vernoeming (Martje, Johannes en Egbert) zelf een zoon kunnen zijn van Engelbert van Metelen en Martjen N.N.
Het bestaan van dit echtpaar blijkt in ieder geval uit deze vermeldingen: rond 1571 vraagt Martyen, weduwe van Engelbert van Metelen, toestemming om haar in beslag genomen koeien zelf te verkopen.
Ongeveer een jaar later vraagt de weduwe van Engelbert van Metelen de administratie van haar man af te mogen sluiten.
In het Register van Geestelijke Opkomsten van Oostergo komt te Achtkarspelen voor: "Martien, pastoirs des olden, gebruiker van twee mad." Bij de opmerkingen plaatst Reitsma: "vrij zeker de concubine van een vroegeren pastoor".
Johannes Metelen komt zelf ook voor in dat Register van Geestelijke Opkomsten. Daar staat vermeld dat rond februari 1580 de laatste bewoners van Gerkesklooster een scheiding maakten. De 42ste en laatste abt was Requinius Jacobi Groningensis. Hij en zijn monniken namen zoveel kostbaarheden, goud, en zilverwerk mee als zij konden naar het refugium in Groningen. Van de kostbare stoffen en priesterkleden kreeg elk bij het afscheid zijn aandeel.
Over het cisterciënzer klooster Gerkesklooster of Jeruzalem en de bezittingen is in de loop der tijd wel wat geschreven.
Johannes Metelen heeft vanzelfsprekend wel meer sporen nagelaten in de archieven. Zo wordt hij rond 1599 genoemd bij een verdeling van misgewaden tussen de abt en ex-conventualen.
In 1601, 1602 en 1605 wordt Johannes te Achtkarspelen genoemd als verkoper.
Johannes en zijn eerste vrouw zijn beiden in de kerk van Twijzel begraven:
"Ao 1600 de 6 septembris sterf deerbare Fock Fockedr huisvrou va Iohannis Meetlen en legge hier beide begrave".
"Ao 1613 de 1 octobris sterf de eersamen Iohannis Meetlen dienaer des godlicke woordts geweest in Optuisel".
Op 8 augustus 1614 is Wolterus Dotichem, predikant te Augustinusga, curator over
Focke Johannes, de zoon van Johannes Metelen, in leven predikant te Twijzel.
Er zijn echter meer kinderen, zoals blijkt uit een tweetal akten.
Op 11 april 1616 wordt een scheiding opgemaakt tussen de moeder en de kinderen van Johannes Metelen. Zij is opnieuw getrouwd aan Benne Lubbes.
Op 14 november 1616 zijn Egbert Johannes en Willem Altes voormonden over de drie
kinderen van Johannes Metelen: "d'olste 16, de andere twee 15 en 14 jaar".
(Bron: Vernoemingsreeks vanaf Bote Cornelis Radsma.
Eerder gepubliceerd in: Genealogysk Jierboek 2005, pp. 7-57.
Citeren staat vrij, maar dan uiteraard met bronvermelding.
Nico van der Woude Almelo)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
veld 2: leeraarambt
TWIJZEL-EN-KOOTEN, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Dockum, ring van Kollum, met twee kerken, als: eene te Twijzel en eene te Kooten.
Men telt er 1800 zielen, onder welke 120 Ledematen. de eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest zekere Ayko, Pastoor te Twijzel, die in 1567, wegens de verkondiging van de gezuiverde leer, het land moest ruimen. De eerste, die na hem kwam, was Johannes Metelen, die, op het einde dier eeuw hier in dienst getreden zijnde, in 1613 overleed. Laurentius Meijer, die hier gestaan heeft van 1765-1788, in 1798, als Hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Franeker, overleden.
veld 3: overlijdensjaar
veld 1: TWIJZEL-EN-KOOTEN, kerk. gem., prov. Friesl
Gebeurtenissen 1613