Kind(eren):
aantal generaties overgeslagen.
Thiadulf, visser, veehouder, wever en boerenhandelaar, wordt wel de oergrootvader van de Oostfriezen genoemd. We komen zijn naam voor het eerst tegen rond 792 "auf der Wurt (terp, wierde) der früheren Insel Gross-Campen, in der jungen Marsch, lässt Thyodulf zich, als einer der ersten Ostfriesen, taufen und vermacht dem Friesischen Missionar Liudger, dem späteren Bisschof von Munster, zu Gründung und Unterhalt des Klosters werden ein Zehntel seines ganzen Besitzes". Er wordt van hem echter nergens bewijs gevonden dat hij ooit heeft bestaan; zijn naam komt slechts voor in een oud Fries document. Rond 800 zal deze Thiadulf dus in Friesland gewoond hebben. Hij behoort dan tot één van de 200 inwoners van het Friese Groningen. Aangetekend moet wel worden dat dit aantal over heel Friesland groter geweest zal zijn. Dat klooster overigens, moet het Benedictijns klooster Werden geweest zijn aan de Ruhr. Werden is tegenwoordig een stadsdeel van Essen en speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van Het Heilige Roomse Rijk, met name in de vroege middeleeuwen. Een aanzienlijk deel van het bezit van de abdij heeft zich in het oosten en noorden van Nederland bevonden. De archieven van het klooster zijn grotendeels bewaard gebleven en daaruit blijkt inderdaad dat de abdij tegen het einde van de 8e eeuw gesticht is door Liudger, zelf afkomstig van een Friese familie. Nadat Karel de Grote de Saksen heeft verslagen breidt Liudger zijn werkterrein naar Westfalen uit, waar hij de eerste bisschop van Münster wordt. Hij geldt ook als eerste abt van Werden. Na zijn dood volgt een jongere broer hem op.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.