Hij is getrouwd met Valeria Messalina.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
Keizer Claudius van Rome.
Na de dood van Caligula dreigde de pretoriaanse garde te worden opgeheven. Terwijl de Senaat debatteerde over de mogelijkheid de Romeinse Republiek te herstellen, werd in het pretoriaanse kamp, waar men de bui al zag hangen, snel Claudius tot keizer uitgeroepen. Die had daar volgens sommige kroniekschrijvers absoluut geen zin in, maar hij had weinig keus: hij was de enig overgebleven prins van de Julisch-Claudische dynastie die in aanmerking kwam voor de troon. Anderen schrijven overigens dat hij wellicht niet zo onschuldig was als hij leek en zelfs meegeholpen had met het opruimen van de hem vernederende Caligula. De Senaat voelde zich aanvankelijk gepasseerd omdat niet zij, maar de pretoriaanse garde de nieuwe keizer had uitgeroepen. Dankzij bemiddeling van een Romeinse vazal, koning Herodes Agrippa I, legde de Senaat zich na enkele dagen neer bij de keuze voor Claudius als keizer.
Tijdens Claudius' principaat ondernamen diverse senatoren tevergeefs pogingen een staatsgreep te plegen. Gedurende Claudius' regering werden 35 senatoren om deze reden terechtgesteld. Hoewel zijn verhouding met de Senaat slecht te noemen was, werd Claudius toch door zijn tijdgenoten beschouwd als een goede heerser. Misschien mede door zijn grote belezenheid wist hij voor veel bestuurlijke problemen meestal snel een antwoord te vinden. Hij vergrootte en verbeterde flink de organisatie van het overheidsapparaat. Belangrijk voor Rome was dat hij de haven Ostia, waar het graan voor Rome vanuit Sicilië, Egypte en Africa binnenkwam, liet uitbreiden en extra pakhuizen liet bouwen zodat de graanvoorziening voor de stad beter gewaarborgd was.
Een van de wapenfeiten van Claudius is de Romeinse invasie van Brittannië in 43. Julius Caesar had een eerste verkenning van het eiland uitgevoerd maar de 80 jaar erna waren er geen Romeinen meer geweest. Claudius wilde een verovering op zijn naam hebben en besloot het eiland, waarvandaan geregeld piraten last veroorzaakten aan de Romeinse kusten, te 'pacificeren' en in te lijven. Ook het bezit van de goudertsen uit Wales was een motief. Bij zijn leven werd het zuiden veroverd en zijn opvolgers voltooiden de verovering tot aan de Schotse hooglanden waar de Picten woonden.
Claudius besloot in het jaar 47 dat de Rijn de grens (Limes) van het Romeinse Rijk werd. Het leger trok zich terug achter de Rijn. Claudius wordt twee keer vermeld in het Bijbelboek Handelingen als degene die de Joden bevolen heeft Rome te verlaten na onlusten in de stad. Ook zou tijdens zijn regering een hongersnood het Rijk getroffen hebben.
Als liefhebber van wetenschap, studie en boeken in het algemeen schonk Claudius regelmatig grote sommen geld aan de beroemde bibliotheek van Alexandrië. Een van zijn redevoeringen in de Senaat is gedeeltelijk overgeleverd in het Tablet van Lyon en bevestigt zijn reputatie als geleerde. Volgens Suetonius hield Claudius van feesten waar hij zoveel at en dronk dat hij er ziek van werd. Dat werd ernstig afgekeurd door deze schrijvers, maar Claudius viel hierin niet op: het was de gewoonte onder de Romeinse elite.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.