Kind(eren):
Anne Sweers, weduwe van Jan Sweers is op 13-4-1629 eiser voor de Etstoel tegen Reyner Tamminge. De eiser wil betaling van 100 embdergulden wegens achterstallige renten, haar toekomend wegens huwelijkse voorwaarden tussen haar en haar man van 29-11-1602.[1]
Boele Bavinge en de erfgenamen van wijlen Reijner Tamminga zijn op 30-10-1644 eisers tegen Harmen Jurjens, Hinrick van Selbach, Roelof Dijcks, Jan Swiers en Egbert Buiter te Zuidlaren. De eisers willen betaling van 150 daalder met rente wegens een lening d.d. 25-5-1611. Volgens de verweerders zouden de penningen ten laste van het carspel Zuidlaren moeten komen.[2] Boele Bavinge en de erfgenamen van wijlen Reijner Tamminge zijn op 23-6-1645 in dezelfde zaak opnieuw eisers. Volgens verweerders zouden de penningen opgenomen zijn ten laste van het carspel Zuidlaren in een zaak betreffende naarkoop. Er wordt een commissie bestaande uit de heren Buittinck, Struuck, Breustinck en Adeken benoemd om te bemiddelen.[3]
Reinder Tamming wordt in 1630 genoemd met een gezin van 8.
Een Frerick Tamming is kerkvoogd te Zuidlaren in 1625. Mogelijk was dit zijn vader.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.