Hij is getrouwd met Jantje Hamming.
Zij zijn getrouwd rond 1628 te Gasselte.
Kind(eren):
Hij woonde op de soltstede van Olde en Nijemeiering te Gasselte.[Het geslacht Hamming, Ite Hamming, pg. 7]
Op 26-9-1636 heeft Jan Willems te Gasselte een geschil met Jan van Amen. Het bebetreft de Meijeringe soltstede te Gasselte en hof en annexen, die volgens de eiser aan hem verkocht zijn door de verweerder. De citatie is echter niet correct.[Etstoel 14 deel 9 folio 291 d.d. 26-9-1636] Op 17-6-1640 heeft Jan Willems een geschil met Grete Alberts over land.[Etstoel 14 deel 11 folio 24 d.d. 17-6-1640] Op 8-12-1640 heeft Jan Willems te Gasselte opnieuw een geschil over land, nu met Griete Hachtinge. De eiser wil ontruiming van een stuk land, dat hem tot olde en nije Meijeringe toegescheiden is. Volgens verweerder heeft zij het al 30 jaar in gebruik. De eiser krijgt gelijk.[Etstoel 14 deel 11 folio 79 d.d. 8-12-1640] Mogelijk is Grete Hachting hier identiek met Grete Alberts in de vorige zaak.
Op 10-10-1652 heeft Jan Willems te Gasselte een geschil met Willem Harmens op Anner verlaat als borg voor Luitjen Siabbes, schuitenschuiver binnen Groningen. De eiser wil betaling van 35 daalders 15 stuivers die de eiser nog te goed heeft van Siabbe Luijtjens, de zoon van Luitjen Siabbes wegens geleverde turf.[Etstoel 14 deel 15 folio 77 d.d. 10-10-1652]
UIt de rechtszaken van Drenthe en de Stad blijkt dat Johan Willems nogal eens kwesties heeft gehad. Soms treedt hij op als eiser wegens geleverde turf of zwijnen, soms is hij gedaagde. Hij treeedt in 1642 op als prijsoer 9taxateur) voor de grondschatting. Zelf wordt hij aangeslagen voor een kleine boerderij. Tot 1644 heeft hij de bieraccijns gepachtin het Rolder Dingspil. Zijn opvolger beschuldigt hem van knoeierij met de herbergiers ten nadele van de aanklager. In 1646 heeft hij nog een pachtschuld van 2500 gulden die geldeidelijk aan wordt afbetaald. Op 27-10-1660 blijkt hij een schuld te hebben van 140 daaler en nog 88 gulden aan de erfgenamen van Aaltien Allers, de huisvrouw van Jacob Hamming. Deze erfgenamen laten nu belsag leggen op paarden en wagen en de rogge, welke goederen zich in de Stad bevinden. De schoonzoon Helprich Hovingh verzet zich tegen deze inbeslagname, daar hij het bedrijf van zijn schoonvader heeft overgenomen.
Op 2-11-1659 is Jan Willems te Gasselte eiser tegen Jan Aelinge en Albert Aelinge te Drouwen. De eiser heeft panding gedaan op de goederen van wijlen Frerijck Aelinge te Elp, door de verweerders als erfgenamen in bezit ter waarde van 85 gulden wegens enige zwijnen door de eiser aan Willem Aelinge verkocht, voor wie Frerick Aelinge zich als borg had ingelaten. Volgens de verweerder is de procedure informeel.[Etstoel 14 deel 17 folio 225 d.d. 2-11-1659]
Op 30-5-1662 treedt Jan Willems in een geschil op voor de ingezetenen van Gasselte.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Willems Meijering | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1628 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jantje Hamming | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.