Kind(eren):
Koning der Friezen. Het is niet zeker dat hij een zoon is van Aldgillus.
Radboud wordt gezien als een machtige heerser, maar het begin van zijn bewind verliep teleurstellend. Hij raakte herhaaldelijk in conflict met het Frankische Rijk en moest genoegen nemen met een ondergeschikte rol ten opzichte van zijn machtige buur. Tussen 688 en 695 leed hij een aantal nederlagen tegen de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal, onder andere in de slag bij Dorestad. Halverwege de negentiger jaren sloten Radboud en Pepijn vrede, waarbij Radboud afstand deed van Fresia citerior, het grondgebied tussen de Oude Rijn en het Zwin. De oorspronkelijke zuidgrens van het vrije Groot-Friese Rijk (Magna Frisia) lag waarschijnlijk ter hoogte van de lijn tussen het tegenwoordige Gent en Brugge.
Onderdeel van deze vrede was het sluiten van een huwelijk tussen Radbouds dochter Theudesinda met Pepijns zoon Grimoald de Jongere. Van dit huwelijk is niet met zekerheid bekend of er kinderen uit zijn geboren. Mogelijk was er een zoon met de naam Theudoald.
Er bestaan aanwijzingen dat koning Radboud zich na zijn verdrijving uit Fresia citerior ophield in Kennemerland en in het benoorden de Oude Rijn gelegen deel van het Sticht Utrecht. Hij behield de macht in het Utrechtse Vechtgebied, dat deel van West-Frisia uitmaakte. Dit gebied zou door de Franken de gouw Nifterlake worden genoemd. Hij verbleef in zijn machtsgebied op een burcht Velsereburg geheten, gelegen aan de Felisena, waar Velsen naar genoemd was. Van daaruit beheerste hij zijn grondgebied, nadat hij afstand had moeten doen van de plaatsen Dorestad en Utrecht.
De Frankische Burgeroorlog die na Pepijns dood (16 december 714) uitbrak, bood Radboud nieuwe kansen. Ragamfred, de Neustrische hofmeier van koning Chilperik II zocht toenadering tot Radboud om de erfgenamen van Pepijn te kunnen weerstaan. Zij sloten een bondgenootschap, waarbij afgesproken werd dat Radboud vanuit het noorden Austrasië zou aanvallen en Ragamfred vanuit het zuiden. De Friese koning maakte zich eerst meester van Utrecht en Dorestad en voer in 716 met een vloot de Rijn op, waar hij ter hoogte van Keulen zijn leger ontscheepte. In de slag bij Keulen overwon hij de Frankische hofmeier Karel Martel en voorzien van een enorme buit keerde hij daarna weer terug. Winfried (Bonifatius) trof volgens zijn hagiograaf Willibald tijdens zijn reis in 716 van Londen naar Dorestad onder meer door de twist verwoeste kerken aan en bezocht Radboud in Utrecht. Hij werd ruimhartig ontvangen en mocht vrijelijk door het Friese land reizen om te zien of er mogelijkheden waren voor een toekomstige missie. Bonifatius keerde teleurgesteld naar Engeland terug, toen hij had ervaren dat hij er niets kon beginnen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.