Kind(eren):
Op 4-4-1644 is Sijwart Tjarts te Groningen eiser tegen Jan Eisinge en Jacob Jobinge als mombers over het voorkind van de eiser, intervenierende voor Tije Geerts, meijer op Eijsinge te Eext. De eisers wil betaling van 19 daalder wegens kooppenningen ven een stuk veen. Er is een afkoopbrief van 9-3-1632. Op 15-6-1646 eist Jacob Jobing van Jan Hindriks muller te Eext schadevergoeding omdat Jan hem een gat in het hoofd zou hebben geslagen. Jan Hindriks Muller te Eext is op zijn beurt in 1647 eiser tegen Jacob Jobinge te Eext omdat die hem voor schelm, moordenaar en grafdief heeft uitgescholden. Jacob Jobinge te Eext is op 24-11-1647 eiser tegen Geert Oostinck te Taarloo. Het geschil betreft de erfenis van wijlen Sijert Jansen, gewezene huisvrouw van de verweerder. De eiser is een zoon van de nicht. De verweerder alhoewel gerechtigd bij huwelijkse voorwaarden tot de lijftucht van de goederen, heeft daarvan afstand gedaan ten behoeve van Remmelt Jansen te Uffelte en Arent Roelofs en Reijner Roelofs en consorten die nader in den bloede tot Sijert Jansen zouden staan als de eiser. Gaat naar volgende lotting. Op 15-6-1648 komt het geschil over de de erfenis van wijlen Sijert Jansen, huisvrouw van Geert Oostinck te Taarloo opnieuw voor de Etstoel. De eiser is Jacob Jobinge te Eext, de verweerders zijn nu Remmelt Jansen te Uffelte en Arent Roelofs en Reijner Roelofs en consorten. De eiser is een volle neef van de overledene, de verweerders zijn halve broeders kinderen. Volgens eiser staan de verweerders wegens de halve sibbe een graad verder in de verwantschap.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.