Hij is door Chlotarius II in 614 tot bisschop van Metz gewijd. Zijn overlijdensdatum is niet geheel zeker, kan ook zijn 16 aug. 641. Raadsheer/hofmeier van de Merovingische koningen Theodebert II en Chlotarius II (610), In 624 heeft hij zijn ambt neergelegd en zich als kluizenaar in de Vogezen teruggetrokken om zich aan de verpleging van melaatsen te wijden. Hij is heilig verklaard.
Zie: Europaeische Stammtafeln Bund I Tafel 2.
Arnulf van Metz
(ca. 582 - Habend, tussen 640 en 655), heilige, bisschop van Metz, stamde uit een aanzienlijke Frankische familie. Hij werd opgevoed aan het hof van de Austrasische koning Theodebert II. Uit zijn huwelijk had hij twee zonen: Chlodulf, die later zijntweede opvolger zou worden als bisschop van Metz, en Ansegisel, die huwde met Begga, een dochter van de hofmeier Pippijn I. Uit dit laatste huwelijk stammen de Karolingen, die naar hem ook Arnulfingen worden genoemd. In 614 werd Arnulf gekozen tot bisschop van Metz. Zijn vrouw trad te Trier in een klooster. Ook als bisschop had hij veel invloed op de politieke situatie. Hij nam samen met Pippijn I de leiding van de Austrasische aristocratie in de strijd tegen Brunhilde, die eindigde met de troonsbestijging van Chlotarius II (613). Toen deze in 623 zijn zoon Dagobert I op de troon van Austrasie installeerde, werd Arnulf belast met diens opleiding en oefende tot 629-630 de feitelijke macht in Austrasie uit. In 629 volgde hij zijn vriend Romarik naar diens kluizenarij in de Vogezen (Remiremont of Habend). Feestdag (te Metz gevierd): 19 augustus
Encarta(R) 98 Encyclopedie Winkler Prins Editie.
Na de gewelddadige dood (575) van Sigebert I, zoon van Chlotarius I (561), kwam de Austrasische aristocratie onder leiding van Arnulf van Metz en Pippijn I in opstand tegen Sigeberts weduwe Brunhilde. Deze strijd eindigde met de eenmaking van het Merovingische Rijk onder Chlotarius II (613), die echter zijn zoon Dagobert I in 623 tot koning van Austrasie aanstelde.
Encarta(R) 98 Encyclopedie Winkler Prins Editie.
Hij is getrouwd met Doda van de Schelde (van Saksen).
Zij zijn getrouwd rond 611.
Kind(eren):
Bisschop van Metz 614-629, hij is de oudste mannelijke voorvader van Karel de Grote die we met enige zekerheid kennen. Hij werd geboren in Austrasië uit een adellijk geslacht, werd jong naar het hof gestuurd waar hij onderwezen werd door de hofmeier Gundulf, werd benoemd tot domisticus en paltsgraaf en trouwde in die tijd met een jonge adellijke vrouw bij wie hij twee kinderen had.
Hij wist met Pepijn de Oude, koning Clotaire over te halen in te grijpen in Austrasië om Brunhilde gevangen te nemen, na de overwinning verkreeg hij het episcopaat van Metz en werd één van de belangrijkste raadgevers van Clotaire, hetgeen zich continueerde in 621 toen Clotaire zijn zoon Dagobert als vorst van die regio installeerde, echter toen Dagobert in 629 het gehele rijk erfde ontstond een breuk tussen de koning en Arnulf, die ontheven van zijn functies samen met zijn vriend Romaric en zijn neef Bertoul zich terugtrok in Habendum, hij stierf zonder opnieuw in de gunst van de koning te komen.
Van de voorouders van Arnulf is volgens alle bronnen niets met zekerheid bekend. Ze worden alleen genoemd in latere genealogieën, die vooral tot doel lijken te hebben de Karolingen te verbinden met de Merovingen en met Romeinse voorouders. De Vita van Arnulf vermeldt alleen dat hij uit een rijke adellijke familie komt. Zijn familie had vermoedelijk bezittingen bij Metz en Verdun.
Kort na 800, hoogstwaarschijnlijk in Metz, werd een korte genealogie van de Karolingen samengesteld. Volgens deze bron was Arnulfs vader een zekere Arnoald, ook een bisschop van Metz die op zijn beurt de zoon was van Ansbertus en Blithilt (of Blithilde), een vermeende en anderszins onattesteerde dochter van Chlothar I. Deze claim van koninklijke Merovingische afkomst is niet bevestigd door de eigentijdse referentie in de Vita. Volgens de Salische wet zouden geen kinderen van Blithilde worden erkend als wettige erfgenamen van de dynastie, dus een gebeurtenis als deze zou nauwelijks worden geregistreerd, en dus ook niet herinnerd na vele eeuwen.
Historicus Joseph Depoin merkte op dat Arnulf in hedendaagse documenten werd geïdentificeerd als een Frank, terwijl Arnoald door Paulus de diaken werd geïdentificeerd als een Romein. Gebaseerd op de Vita van Gundolph was Arnulf's vader Bodegisel, een Frankische edelman. David H. Kelley stelde toen voor dat Arnoald waarschijnlijk een voorouder van de Karolingers was via een dochter Itta, de vrouw van Pepijn van Landen. Christian Settipani bestudeerde en breidde het werk van Depoin en Kelley uit, en was het eens met Arnulfs afstamming van Bodegisel in plaats van Arnoald, maar merkte op dat er een verband was tussen het Ripuariaanse Frankische koningshuis en de Karolingen. Hij voerde aan (zonder de mogelijkheid uit te sluiten dat Itta de dochter van Arnoald is) dat er een verband was via Arnulfs vrouw Doda, die hij voorstelde als een dochter van Arnoald. Kelly overwoog toen waarschijnlijk Settipani's voorgestelde connectie tussen de Karolingen en Arnoald.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Arnulf I "le Saint" van Metz (der Franken) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 611 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Doda van de Schelde (van Saksen) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.