Op de lotting van 26-11-1689 verzoeken Jan Luinge en zijn huisvrouw Witien Gerrijts tot Peize goedkeuring van hun testament, opgemaakt 1-6-1689. Dit wordt in eerste instantie goedgekeurd, maar tussen de tekst is geschreven dat de erfgenamen ab intestato van Jan Luinge de zaak willen laten rusten tot na het overlijden van de testateur.
Op 19-10-1690 is er nogmaals een rechtszaak tegen Jan Luinge de Olde over het testament van 1-6-1689 ten voordele van zijn vrouw, wat in strijd zou zijn met het landrecht. De eisers zijn Baerelt Schuiringe en Jan Luinge voor zich en Conraed Gerrijts, Frerick Bavinge en Roeloff Hindrichs nom. ux. Roeloffien Schuiringe, Aeltien Luinge en Aeltien Schuiringe als naaste in den bloede tot Jan Luinge de Olde (met dank aan Hans Homan Free).
In het Haardstedenregister van Peize wordt in 1691-1694 zowel een olde Jan Luinge (keuter) als een jonge Jan Luinge met 3 paarden vermeld.
Op 3-2-1706 wordt olde Jan Luinge begraven. Zijn erfgenamen geven op zijn wens 100 gld. aan de armen. Op 13-7-1707 betaalt Barelt Schuiringe voor het laken over zijn oom Jan Luinge en op 1-12-1707 nog een bedrag van 3 gld. 14 st. aan de armen van Peize dat de erfgenamen zijn overeengekomen bij de verdeling van de erfenis van olde Jan Luinge en vrouw Wittien Gerrits. Bij de aangifte Collaterale Successie door Barelt Schuiring te Peize wordt de erfenis van zijn oom olde Jan Luinge begroot op 1100 gld. Ook de andere (niet genoemde) erfgenamen wonen in Peize.
Zie ook bij Jan Hiddinge:
In 1682 is er een proces voor de Etstoel met als eisers Jantien Schuiringe, weduwe Jan Hiddinge voor haar en voor haar onmondige dochter Roeloffien Hiddinge en Frerick Ebbinge namens zijn vrouw tegen Jan Luinge wegens het kappen van bomen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Luinge | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.