Hij is getrouwd met Maria Hartgers.
Zij zijn getrouwd op 18 februari 1750 te Coevorden.
Maria zal waarschijnlijk eerder dan 1735 zijn geboren, aangezien haar eerste huwelijk reeds in 1746 is.
Kind(eren):
Van Lamberts drie zoons bleef Evert landbouwer; de beide andere moesten elders hun weg vinden. Het is van belang te vermelden, dat allen zich in de gunst verheugden van Reinhard Borchard Rutger Graaf Van Rechteren, die in 1727 het "adelijcke Huys en Havesathe en Heerlijkheid Gramsbergen" gekocht had bij een publieke verkoop, die geschiedde in opdracht van burgemeester Jordens van Deventer, rentmeester van het Lebuinus Kapittel. Deze Van Rechteren was een broer van Adolph Philip Zeger, die op Huize Almelo resideerde. De Heren Van Rechteren waren zeer behulpzaam; ik vermoed dat Lamberts zoons hun gunst ook waard waren. Die gunst blijkt al, als Reinhard Van Rechteren Evert eerst tot diaken, later tot ouderling aanstelt. Evert was een vrij welgesteld man; in de schattingsregisters van 1757 was hij - zij het dan in het "kleine stedeke Gramsbergen" - op drie na de rijkste (6000 guldens). Zijn kleinzoon Evert werd in de 1ge eeuw burgemeester van Gramsbergen; hij overleed in 1841. In de grote verzameling familieadvertenties van het Centraal Bureau voor Genealogie is de oudste advertentie van
een Van der Scheer de aankondiging van zijn huwelijk in 1801 met Janna Elisabeth Venebrugge. Zijn enige in leven gebleven zoon, Roelof Lambertus, werd predikant en moet een geestdriftigaanhanger der "afgescheidenen" zijn geweest. Vermoedelijk door economische omstandigheden (gereformeerde predikanten hadden het wel niet breed)
kwamer sociaal tijdelijk een terugslag, daarna volgen "ups": een aantalvanzijn nakomelingen is schoolhoofd. Ook Jan en Hendrik, de andere zoons van Lambert, werden door Van Rechteren gesteund. Jan werd schoolmeester; hij ambieerde een benoeming in zijn streek, maar dit lukte niet, ondanks Van Rechterens steun. Jan werd toen door de Raad van State in 1748 benoemd tot schoolmeester in Geldrop in de "generaliteitslanden". De akte van aanstelling
berust op het Rijksarchief in Assen. Vermoedelijk, schreef het Rijksarchief te Zwolle meer dan dertig jaar geleden aan een van mijn neven, hebben Van Rechterens, die daar veel grond bezaten, hem ge
holpen. Jan voelde zich er zeker niet thuis. Natdat hij getrouwd was met Maria Hartgers, de nog jonge weduwe van een Coevorder Jan Van der Scheer, een verre neef, werd slechts één kind in Geldrop gedoopt; het stierf jong. De oudste dochter Maria Louisa werd gedoopt in Coevorden; ze droeg geen boerse namen, maar is zeker vernoemd naar de Gravin Van Rechteren, Maria Louise Van den Boetzelaer. Een andere dochter werd in Gramsbergen gedoopt. Jan heeft ook enige tijd op het Huis Gramsbergen gewoond; was hij ér misschien huisonderwijzer? Hoe hij Geldrop herhaaldelijk voor langere tijd verlaten kon? Misschien had hij in het katholieke zuiden nauwelijks leerlingen! In ieder geval verlangde hij naar zijn eigen streek terug. Dit lukte; hij werd in 1757 door Graaf Adolph benoemd tot schoolmeester en VOOlzanger te Almelo. Vermoedelijk heeft Graaf Reinhard hem bij zijn broer aanbevolen, aldus bovengenoemde brief uit Zwolle aan mijn neef. Deze onderstelling is juist gebleken. Jaren geleden wendde ik mij tot
de bewoner van Huize Almelo, mr. W. C. Graaf Van Rechteren Limpurg, en vroeg hem of zich misschien in het archief gegevens konden bevinden over Van der Scheers. Uit zijn antwoord bleek, dat dit archief in Den Haag nieuw geordend werd en dat mijn wensen aan het Algemeen Rijksarchief waren doorgegeven. Dankzij deze hulp heeft de
wetenschappelijk ambtenaar, met de herordening van het archief belast, mij een reeks van wetenswaardigheden meegedeeld; de eerste vloeide voort uit een brief van Graaf Reinhard aan "Vander Scheer", waarin hij zich bereid verklaarde Jan bij zijn broer aan te bevelen. Deze Van der Scheer moest Hendrik zijn, die in Almelo woonde en
dus zeker met Graaf Adolph in betrekkingstond. Beneden zal blijken hoe. Het liep Jan niet in alles mee. Een goed half jaar na zijn benoeming, eind 1757, wendt hij zich "in alle onderdaenigheit" tot "sijn Hoog Graevelicke Excellentie" met het eerbiedig verzoek oneerlijke concurrentie, hem aangedaan, te verbieden. Hij was toch krachtens het landrecht de enige wettige schoolmeester van Almelo, maar verscheidene, deels mans-, deels vrouwspersonen, hielden bijscholen in hun huizen of gingen zelfs "bijlangs" de huizen om de kinderen in lezen en schrijven te onderrichten, waardoor hij weinig leerlingen had en schade leed; zou zijn heer hieraan een einde willen maken? Graaf Van Rechteren stelt een boete van vijf goldgulden op iedere overtreding, maar zal "ter voorkoming van alle ignorantie" het ongeoorloofde
van deze beunhazerij eerst publiceren. Laten we hopen, dat het geholpen heeft! , Jan overlijdt, bijna 60 jaar oud, in 1770; uit een brief van Graaf Reinhard aan zijn broer Adolph blijkt nog dat Jan voor zijn oude beschermer
nog zekere belangen (saekjes) placht te behartigen; Reinhard vraagt of zijn broer misschien een vervanger weet.
Jan liet bij zijn dood twee kinderen na, Maria Louisa' en de pas zesjarige Jacobus. In zijn laatste testament, voorjaar 1770 op zijn ziekbed gemaakt, draagt hij zijn vrouw op er voor te zorgen, dat Jacobus tot. zijn achttiende jaar een goede opleiding zou krijgen voor het door hem gewenste beroep. Jacobus was blijkbaar een jongmens met
culturele belangstelling: hij werd boekhandelaar en uitgever in Coevorden, waar zijn moeder zich na Jans dood weer gevestigd had. Hij gaat er een zekere rol spelen, speciaal in de Franse tijd; hij was patriot, evenals de Van Rechterens; misschien hebben deze invloed gehad op hun gunstelingen. Hij maakte deel uit van de provisionele
representanten (1795), werd daarna stadsontvanger en mocht steeds meer gerekend worden tot de vooraanstaande burgers. Een aanwijzing hiervan is o.m., dat een zoon, Dubbeid Hemsing Van der Scheer, "garde
d'honneur" van Napoleon is geweest. Van Jacobus' nakomelingen, allen intellectuelen, is deze Dubbeid Hemsing speciaal in Drente een man van betekenis geweest; hij zette het bedrijf van zijn vader voort, maar werd ook schrijver, historicus, medeoprichter van het Provinciaal Museum. Tot de intellectuelen boven de middelmaat mag men ook Allerd Van der Scheer rekenen, kleinzoon van een andere zoon van Jacobus, dr. honoris causa in de medicijnen, aan wie eens een professoraat is aangeboden en die in de eerste tientallen jaren van deze eeuw in Den Haag en ook elders grote bekendheid genoot als specialist in interne en tropische ziekten. Resten nu Hendrik en zijn nageslacht. Welke functie had hij vervuld op Huize Almelo? Uit het huisarchief kwam een document te voorschijn van 1744, dat op deze vraag een antwoord geeft Hieruit blijkt, dat hij begonnen was als lakei (wat enige beschaving eiste), daarna kamerdienaar was geworden, in zekere.zin een vertrouwenspositie en nu, na tien jaar eerlijke en trouwe dienst, werd benoemd tot houder van ... de grafelijke bank van lening. Dit eiste uiteraard een zekere ontwikkeling, nauwgezetheid en betrouwbaarheid, -eigenschappen, die ook zijn vrouwen zijn dochter Everdina moeten hebben bezeten, die na Hendriks dood, vermoedelijk in het voorjaar van 1773, nog een aantal jaren de ,lommerd" hebben gedreven. Gewoonlijk moest een bankbeheerder voor zijn benoeming betalen, maar hiervan blijkt in het geval van Hendrik niet; het is niet onwaarschijnlijk, dat het een gunst was gebaseerd op waardering. Op eerbiedig verzoek kreeg Hendriks
toen negenjarig zoontje Adolph Frederik, in 1756 het recht zijn vader op te volgen, maar dit is niet doorgegaan; hij werd predikant. Die naam Adolph is die van de graaf, Frederik wellicht die van diens oudste zoon. De benoemingsakte van Hendrik hield ondanks alle vertrouwen de verplichting in, terwille van Graaf en pandgevers een borg te stellen
voor een bedrag van tenminste 2500 gulden. Nu blijkt weer de redelijke welvaart van vader Lambert. Op het schoutambt van den Hardenberg stelde hij zich voor dit bedrag borg en gaf tot meerdere zekerheid nog hypotheek op de helft vanzijn boerderij "het Cuypersplaatse" (de andere helft behoorde immers aan zijn kinderen na het
overlijden van hun moeder). Men ziet Hendrik, niet door formele benoemingen, maar wel in wezen, hoger klimmen. Toen in 1757 een dochter van de Graaf gehuwd was met een Duitse Graaf van Ysenburg en Büdingen, maakte
zij voor vertrek naar Duitsland haar testament. Uit het afschrift in het archief van Huize Almelo blijkt, dat het origineel voorzien was geweest van de zegels van de freule, de stad Almelo en. " van haar "momber" Hendrik Van der Scheer. Hij was toen dus zeker een vertrouwensman van de familie en genoot ook het vertrouwen van anderen.
Een Graaf Van Rechteren tot den Vellenaer belast hem in 1763 met het behartigen van zijn belangen in Overijssel, speciaal die der .Jioltingen" (marken vergaderingen) en uit de boeken van het gerecht van Almelo blijkt, dat Hendrik Van der Scheer in 1767 met Dr. Jan Willem Harwig curator was in de insolvente nalatenschap van de rechter Gerhard Boom. Men komt hem ook nog tegen als taxateur voor de belastingen. Men ziet de lakei dus groeien tot een geacht burger. Rijk is Hendrik wel niet geworden, maar in 1757 wordt hij toch aangeslagen naar 1300 gulden, wellicht een eigen woning. Uit al het hier gezegde mag men m.i. concluderen, dat Hendrik een man was van zeer goede kwaliteiten.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Lamberts van der Scheer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1750 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Hartgers | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.