Omtrent de moord op Reiner Jans Bavinck werd in de goorspraak van 15 juni 1577 te Vries het volgende aan de orde gesteld:
De buren deden aangifte dat Reiner Jans Bavinckszoon werd gedood en dat daar niemand anders bij was geweest dan de zoon van Johan Homan, Johan genaamd, die uit het land was gewezen en de zoon van Herman Homan, eveneens Johan genaamd, die in Coevorden was opgesloten.
Herman Homan betoogde dat alleen Johan, de zoon van zijn broer Johan, de doodslag beging en was gevlucht. Jan Bavinck, de vader van Reiner, had als medeschuldige aangewezen Johan Hermansz. Homan, met als gevolg dat die gevangen werd genomen. Herman Homan meende dat Bavink in strijd met het recht zijn zoon gevangen had laten nemen zonder dat een "buurtuich" werd gehouden. Jan Bavinck diende de gevangene vrij te laten en hem kost en schadeloos te stellen.
De Bavinck's antwoorden dat zij zowel de een als de ander schuldig hielden en beiden waren gevlucht. De buren van Vries beslisten op 19 juni dat Herman Homan een onrechtmatige eis deed, tenzij hij binnen drie weken kon aantonen dat zijn zoon onschuldig was. Slaagde hij hierin dan moest Jan Bavinck hem een door de etstoel te betalen schade vergoeding geven.
In etstoel no 128, fol 16 staat aangetekend dat op de lotting van Magnus 1577 Herman zijn zoon vrijgelaten is en Bavinck veroordeeld werd tot 400 car. guldens schadevergoeding.
Vermoedelijk was het deze Johan die in 1599 en 1600 te Vries woonde en in 1586 Herman Lunsche met een stok op het hoofd sloeg. Goorspraak 1 April 1587 te Norg:
" Herman Lunsche clager over Johan Hoeman, saligen Hermans sone, dat deselve verleden jaar glupens hem Herman mit een sprinckstock up den kopp geslagen hefft, dat hem twe tanden uth sin mont gesprongen und dat he lange daerna binnen Groningen mit preicul sins gesichtes binnen Groningen voer den mester gelegen hefft; versocht derhalven, off Johan Hoeman niet sal geholden wesen hem sijn schade, sware kosten, soe he gleden und gedaen, sall vergoetzenn, off de Majesteit nae dato van desen in een ontbruick vervallen gewesen.
Antwort Hoeman, he hebben Lunsche gestuirt und wass hem alsoo de handt tho swaer gevallen. De buren tugenn, derweilen Hoeman dat factum bekont sal derhalven den mester met alle behoerlicken gedaene onkosten betalen und wees sie mit den andrenn mehr 't doen hebben, moegen sie tsamen uthrichten."
Op 21 augustus 1598 deden drost en 24 etten uitspraak en Johan moest een schade vergoeding van 15 daalder betalen (JOE 384)
Op 10 oktober 1597 was er een conflict tussen Roelof Pauwels en Ave Herema met Johan Homan (JOE 380). Op 20 augustus 1599 deden dorst en etten uitspraak in een zaak tussen Roelfoe Pauawels en Sicke Andries contra Johan Hoveman te Vries. Johan werd veroordeeld gehouden te zijn obligaties en rentebrieven van Roelof Pauwels door erfenis toebehorende te geven en de opgelopen schade te vergoeden.
Op 31 maart 1600 achtten de 24 etten de pandkering door Jan Hoveman te Vries gedaan, van onwaarde (JOE 418).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.