Kind(eren):
Johan Hamming stond volgens een lotting van de Etstoel in 1480 borg voor Johan de Hunt. De familie De Hunt was gegoed te Gieten en leverde in later jaren ook een schulte van Gieten (Arent die Hunt in 1517). In 1497/8 voerde Gheert Kremer namens zijn vrouw een proces voor de Etstoel tegen zijn schoonvader Johan Hamming wegens niet ontvangen gelden voor uitboedeling. Johan wordt gemaand zijn dochter uit te boedelen net als hij bij zijn andere dochter Alijt, de vrouw van Baerlt Bekelinge, had gedaan. Er moet derhalve nog een zoon zijn geweest, omdat anders uitboedeling niet logisch is.
In 1492 is er een stokleggingsbrief, waarbij Johan Hamminge en Wobbe Hanemans, echtelieden, aan het Clerchuis te Groningen opdragen alle hunne goederen, gelegen in de markken van Borke, Zuudlaren en Annenn.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.