(2) Hij is getrouwd met Ida van Oosterwijk.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1327, hij was toen 37 jaar oud.
Kind(eren):
Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7(
CUSER (Willem) (1), geb. omstr. 1290, overl. na 1347, bastaard, kan onmogelijk een zoon zijn geweest van den hollandschen graaf Willem III, en zal wel graaf Jan II tot vader hebben gehad.
In 1318 was hij slotvoogd op het sterke kasteel den Tollenburg (Dullenburg) in de Marsch bij Rhenen, dat door de oproerige Neder-Betuwers (de knevelarijen van bisschop Frederik van Zyrik moede) onder aanvoering van Dirk, heer van Lienden werd verbrand. Den 22. Januari 1320 beloofden deze laatsten (onderworpen met hulp van den hollandschen graaf) het huis wederom op te bouwen en Cuser schadeloos te stellen met (waarschijnlijk) 5000 tournooische ponden. In 1331 trok C. ten behoeve van Jan van Diest, bisschop van Utrecht, tegen Hendrik, kastelein van Hagestein, te velde. Hij is in 1336 baljuw van Amstelland en kastelein van het Muiderslot, wordt in 1336 verlijd met de tienden te Waver, sluit 21 Dec. van dat jaar namens Amsterdam een bestand met Deventer over den Koter- of Katertol en wordt in 1337 als baljuw van Amstelland opgevolgd door Gerrit II van Heemskerk. Hij, Cuser, wordt 1 Dec. 1339 verlijd met een huis en erve te Schoten, ontvangt 25 Juli 1341 met zijn zoon van Jan van Beaumont in lijfpacht de tiende te Dijkshoorn bij Delft en komt 7 April 1342 voor als rentmeester van Kennemerland. Hij verkoopt 13 Januari 1342 (1343) een windmolen te Ouder-Amstel en blijkt in 1346/47 eigenaar te zijn van 48 morgen lands met een woning en een molen te IJselmonde, een woning met 16 morgen lands te Schoten (= later het ·ÄòHuis te Kleef·Äô), 7 morgen lands te Ouder-Amstel en de tienden van Waverveen, zoo smaltienden als korentienden. Zijn wapen vertoont een effen blauw schild met een gevierendeeld vrijkwartier, 1 en 4 Henegouwen, 2 en 3 Holland.
Willem Cuser huwde tweemaal. Eerst met Ida (Yda), dochter van Coen van Oosterwijk, baljuw en rentmeester van heer Jan van Beaumont te Gouda en te Schoonhoven, en van Mabelia van Wendelnesse. Hij tocht deze vrouw 6 Dec. 1327 aan de helft van een huizinge, een molen en land in heer Ogier's ambacht van Cralingen (denkelijk bovengenoemd
Over het gehele werk
TITELS
Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (10 delen)
Over dit hoofdstuk/artikel
AUTEURS
over Willem I Cuser
W.M.C. Regt
Willem Cuser
Geboren Schoten, circa 1290, overleden 13 januari 1355. Vaak wordt hij als bastaardzoon van Jan II van Avesnes gezien, dit is echter onjuist. Wel was hij een kleinzoon of achterkleinzoon van Jan van Avesnes en Aleid van Holland (Zie Graven van Holland nr. 12b). Graaf Willem III van Henegouwen en Holland noemt ·ÄúWillaem den Cuser·Äù op 2 mei 1334 ·Äúonsen neve ende trouwen knape·Äù. Willem (die) Cuser kan daarom geen bastaardzoon van Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen en Holland, zijn.
Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteel Tollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw van Amstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ·Äòonse neve·Äô. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.
Hij trouwde met Ida van Oosterwijk
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem de Cuser | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1327 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ida van Oosterwijk | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.