Hij is getrouwd met Aafje Schoonhoven.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Waarschijnlijk vond rond 1260 de eerste belening van Duurstede plaats. Door de graaf van Gelre werd Zweder I van Zuylen van Abcoude beleend met het kasteel. Zijn vader Gijsbrecht van Zuylen, was leenman van Zuilenburg in Langbroek. Zweder I is hoogstwaarschijnlijk de bouwheer van het kasteel.
Waarom hij zich van Zuylen van Abcoude noemde is onduidelijk. Wel weten we dat het kasteel Abcoud
e ook in bezit was van de van Zuylens. Hoewel de heren in Wijk zich Van Abcoude noemden, heeft er nooit echt een geslacht met die naam bestaan. De oorsprong van de toevoeging Van Abcoude aan de naam v
an Zuylen is niet duidelijk. Men veronderstelt dat Gijsbrecht of Zweder met een erfdochter Hendrika van Abcoude getrouwd is geweest. Het is echter vrijwel zeker dat Zweder I getrouwd is geweest met Aa
fje van Schoonhoven en zijn zoon met een dochter van Nicolaas van Cats. Een andere mogelijkheid is dat de bisschop Hendrik van Vianden steun wilde hebben van de Van Zuylens, omdat zowel de graaf van H
olland als de hertog van Gelre graag hun macht wilden uitbreiden in het bisdom Utrecht. Daarom heeft hij waarschijnlijk Zweder met Abcoude beleend. Hendrika van Abcoude blijft namelijk een niet te tra
ceren figuur.
Zweder wordt opgevolgd door zoon Gijsbrecht. Deze Gijsbrecht geeft in ca 1288 Wijk (bij Duurstede) stadsrechten. Diens zoon Zweder II (1307-1345) liet in Wijk een kerk
bouwen en de stadsmuren en poorten waren zo goed als klaar. Hij trouwde met een vrouw uit het geslacht Van Arkel, waardoor de band met bisschop Jan van Arkel (1342-1364) erg goed was.
Zweder II
wordt weer opgevolgd door zijn zoon Gijsbrecht III, die nog steeds de naam Van Abcoude voerde, maar het is niet duidelijk of hij in kasteel Abcoude woonde of in Duurstede.
In 1407 sterf
t Willem van Abcoude, die de laatste uit het geslacht Van Zuylen van Abcoude is. Hij heeft namelijk geen mannelijke nakomelingen. Zijn dochter Johanna, die trouwde met Jan van Brederode, mocht echter
niet opvolgen. De goederen gaan naar haar neef Jacob van Gaesbeek. Door dit gebeuren treden Johanna en Jan allebei in een klooster. In 1410 treedt Jan uit en verzamelt een legertje om zich heen en tre
kt naar Wijk om het in te nemen. Ook Johanna trad uit het klooster. Bisschop Frederik van Blankenheim (1393-1423) maakte echter korte metten met Jan, terwijl Johanna verplicht weer in het klooster moe
st, waar ze een jaar later stierf.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.