Hans Strik » Ariens Henricks van Dooren (????-± 1507)

Persoonlijke gegevens Ariens Henricks van Dooren 

  • Beroep: Kremer.
  • Feiten:
    • (functie) in het jaar 1476 Schepen van Oirschot.Bron 1
    • (functie) in het jaar 1491 Schepen van Oirschot.Bron 1
    • (vermelding) in het jaar 1446 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1217 (Oirschot) okt 1446 – sept 1447 folio 179r
      Jan Danielss van Vlierden
      Jan van der Plack
      Adriaen van der Doeren zoon van Henrick natuurlijke zoon wijlen Jan van den Doeren van Aerscot
    • (vermelding) in het jaar 1446 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1217 (Oirschot) okt 1446 – sept 1447 folio 202v
      Meeus Zuetrix
      Adriaen zoon van Henrick natuurlijke zoon wijlen Jan van den Doeren
      Jan Danielss van Vlierden
    • (vermelding) in het jaar 1448 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1218 (Oirschot) okt 1447 – sept 1448 folio 232r
      Adriaen Henrix van den Doren
      Otta weduwe van Goijaert Delyen
      Eva, dienares van Peter van den Arennest
    • (vermelding) in het jaar 1448 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1218 (Oirschot) okt 1447 – sept 1448 folio 261v
      Lambert Corstiaen van Doernen
      Adriaen Henrix van den Doren
      Tielman Henrick Tielmanss
    • (vermelding) in het jaar 1449 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1220 (Oirschot) okt 1449 – sept 1450 folio 237r
      Christijn weduwe van Lambert van der Lijnden zoon wijlen Jorden Lijsbethensoen en haar zoons Matheeus en Anthonis (folio 238r)
      Adriaen zoon van Henrick van den Doren, kremer
    • (vermelding) in het jaar 1449 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1220 (Oirschot) okt 1449 – sept 1450 folio 238r
      Henrick Rutger Geritss van Eerde
      Adriaen zoon van Henrick van den Doren, kremer
      Michiel Jorden Quant
    • (vermelding) in het jaar 1450 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1221 (Oirschot) okt 1450 – sept 1451 folio 288r
      Matheeus, Anthonis en Jan zoons van wijlen Lambert van der Lijnden (zoon wijlen Jorden Lijsbetten soen)
      Jan en Jorden zoons van wijlen Henrick Quant van Oerscot
      Adriaen Henrick van den Doren, kremer
    • (vermelding) in het jaar 1450 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1221 (Oirschot) okt 1450 – sept 1451 folio 288v
      Henrick Rutger Gerits
      Adriaen Henrix van den Doren, kremer
    • (vermelding) in het jaar 1452 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1223 (Oirschot) okt 1452 – sept 1453 folio 42v
      Adriaen zoon Henrick van den Doren, kremer
      Henrick Rutger Geritss van Eerde
      Matheeus, Anthonis en Jan zoon van wijlen Lambert van der Lijnden
    • (vermelding) in het jaar 1452 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1223 (Oirschot) okt 1452 – sept 1453 folio 172r
      Adriaen van den Doeren zoon wijlen Henrick van den Doeren, kremer
      Joost natuurlijke zoon wijlen Aert van Lievendael
    • (vermelding) in het jaar 1452 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1223 (Oirschot) okt 1452 – sept 1453 folio 193r
      Adriaen van den Doren zoon wijlen Henrick natuurlijke zoon wijlen Jan van den Doren
      Roelof Willemss die Buijser
    • (vermelding) in het jaar 1452 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1223 (Oirschot) okt 1452 – sept 1453 folio 193r
      Wouter van den Nuwenhuijs man van Heilwich (weduwe van Daniel Janss die Cromme) heeft opgedragen aan Adriaen Henrix van den Doren de tocht en ’t erfrecht van Heilwich in een hoeve (van wijlen Daniel voornoemd) in de herdgang Eertbruggen, 13 maart 1453, non solvit
    • (vermelding) in het jaar 1452 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1223 (Oirschot) okt 1452 – sept 1453 folio 289r
      Willem Pauwels die Decker (ook folio 289v)
      Rutger Henrick Ruttensoen
      Adriaen zoon wijlen Henrick van den Doeren, kremer
      Ansem Jan Daniel Hillensoen
    • (vermelding) in het jaar 1453 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1224 (Oirschot) okt 1453 – sept 1454 folio 85r
      Adriaen zoon wijlen Henrick van den Doeren, kremer
      Lijsbeth Lippert Jan Rademekers
      Jan natuurlijke zoon wijlen Jan die Ronde
      Jan Henrix van den Doren
    • (vermelding) op 23 augustus 1453 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1223 (Oirschot) okt 1452 - sept 1453 folio 337r
      Lijsbeth dochter wijlen Luppert Jan Rademeker heeft opgedragen aan Adriaen Henrix van den Doeren een huis en hofstad in de herdgang Kerkhof (Luppert Jan Rademeker had verkregen van Jan zoon wijlen Henrick van Eijck alias Tijmmerman), 23 augustus 1453
    • (vermelding) in het jaar 1455 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1225 (Oirschot) okt 1454 – sept 1455 folio 161v
      Henrick die Hoppenbrouwer man van Kathelijn dochter van wijlen Henrick de Wijse en van Lijsbeth Jan die Crom
      Adriaen Henrix van den Doren (folio 162r)
    • (vermelding) in het jaar 1457 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1227 (Oirschot) okt 1456 – sept 1457 folio 76r
      Rutger Henrick Rutten soen
      Adriaen van den Doeren zoon wijlen Henrick van den Doeren, kremer
      Ansem Jan Daniel Hillen
      Willem zoon wijlen Aert Vos zoon wijlen Willem Vos Grietensoen
    • (vermelding) in het jaar 1457 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1227 (Oirschot) okt 1456 – sept 1457 folio 308v
      Henrick Dirx van den Stadeacker
      Adriaen Henrick van den Doren, kremer
      Heer Goijart die Cromme, kanunnik in Den Bosch
    • (vermelding) in het jaar 1459 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1229 (Oirschot) okt 1458 – sept 1459 folio 109v
      Mr. Goijaert Crom, kanunnik in Den Bosch
      Adriaen van den Doren man van Ott dochter wijlen Dirck die Crom
      Jorden die Becker
    • (vermelding) in het jaar 1460 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1230 (Oirschot) okt 1459 – sept 1460 folio 23v
      Adriaen Henrix van den Doeren, kremer
      Joost natuurlijke zoon wijlen Aert van Lievendael
      Gerit Geritss van der Lulsdonck
    • (vermelding) in het jaar 1461 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1231 (Oirschot) okt 1460 – sept 1461 folio 146v
      Adriaen zoon wijlen Henrick van den Doren, kremer
      Aelbert Aelbertss van der Noetelen
      Daniel Aertss Scaubroeck (folio 146v, 147r)
    • (vermelding) in het jaar 1461 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1231 (Oirschot) okt 1460 – sept 1461 folio 190r
      Daniel van Petershem natuurlijke zoon van wijlen Willem van Petershem
      Gerit Geritss van der Lulsdonck
      Adriaen van den Doren zoon wijlen Henrick
    • (vermelding) in het jaar 1463 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1232 (Oirschot) okt 1462 – sept 1463 folio 309r
      Willem Wouter Eefsen
      Adriaen van den Doren
    • (vermelding) op 26 juni 1464 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Verschenen is Henrick Wouters van Aerle (doorgestreept is zijn broer Herman, JT) en verkoopt hierbij aan Adriaen van den Doeren een stuk beemd genoemd de Hazenput, gelegen in Oirschot onder Erdbruggen, b.p. Katalijn Peter Jan Willems en haar kinderen, genoemde Adriaen als koper, Peter van Esp, Dirck Happen, de gemeijnte genoemd het Quinckertse Broek, samen met recht van overpad daar zoals van oudsher gebruikelijk is geweest tot het erf van wijlen Henricks Loijen. Henricks als verkoper en zijn broer Herman beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen, behalve de helft van 3 en een halve penning en een oude 'hellinck' als grondchijns per jaar. Indien er enig probleem voor Adriaen zou ontstaan over de vermelde weg en het recht van overpad tot het erf van genoemde Henrick Loijen, dan zal Henrick aan Adriaen hem daarover diens oude brief geven om bewijs te hebben van dat recht van overpad en Adriaen moet dan later die brief weer teruggeven. Actum als boven.

      Verschenen is Adriaen van den Doeren uit de vorige akte en heeft beloofd aan Henrick Wouters van Aerle, dat als hem de brief wordt overhandigd over dat recht van die weg daar zoals vermeld in de vorige akte, dat hij daarna die brief weer altijd onbeschadigd aan Henrick zal teruggeven. Actum als boven.
    • (vermelding) op 29 juni 1464 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Verschenen is broeder Herman van Venlo, sub-prior van het klooster van de Kruisbroeders te Leuven, als gemachtigde en verkoopt hierbij aan Adriaen van den Doeren een stuk land genoemd de Lodenakker, gelegen in Oirschot herdgang Straten, het erf dat eerder van de kinderen van Diederick Crommen was, Willem Wouter Eessen, Godevaert Ervaerts Loijen. Het klooster had dat perceel verkregen in een boedeldeling van broeder Willem Daniel Crommen, conform de brief van Oirschot daarover. Broeder Herman als verkoper namens het klooster belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve een halve oude grote als grondchijns. Actum als boven.
    • (vermelding) in het jaar 1467 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1236 (Oirschot) okt 1466 – sept 1467 folio 205r
      Adriaen Henrix van den Doren en zijn zoon Jan
      Daniel Aertss Scaubroeck
      Goossen van der Graft
    • (vermelding) op 29 september 1467 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Verschenen is Peter Jans van Esp en zijn wettige zoon Jan en verkopen nu samen aan Adriaen Hnerik van den Doren die een stuk beemd dat Peter had verkregen van Jan Daniel Hillen, welke beemd is genoemd de Slangenbeemd, gelegen in Oirschot onder Ameijden, b.p. Henrick van Laer (?) , Kathalijn Rutgers van der Ameijden, zijn zuster Hillegonden, zijn broer Henrick, Rutgers Sraden, Het perceel heeft recht van overpad over het erf van Rutgers Sraden etc. de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. Als er op het perceel meer dan een vlaamsche op moet worden betaald, dan zullen de verkopers dat verschil aan de koper vergoeden. Hierbij is ook verschenen Jan Roefs en doet eveneens afatsnd van het verkochte perceel ten gunste van de koper. Datum 29 september 1467, getuigen Stockelmans en Geldrop.
    • (vermelding) op 15 november 1468 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Verschenen is Jan Henrick Rovers uit de vorige akte en verkoopt nu aan Adriaen van den Doeren die een kapitaal van 35 peters, 19 stuivers voor elke peter gerekend, welk kapitaal Goijaert Claes Beckers hem eerder had beloofd in schepenbrief van Oirschot per a.s. Maria Lichtmisdag. Datum 15 november 1468, getuigen Rutger en Snepschuet.
    • (vermelding) in het jaar 1470 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Verschenen is Goessen Gielis Sgruijters en belooft aan Adriaen van den Doeren die voortaan jaarlijks een mud rogge te gaan betalen, Oirschotse maat, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een stuk beemd genoemd ‘t Hulschot gelegen in Oirschot onder Ameijden hier, b.p. de kinderen van Dirck Doeijts, Aert van Esch, Henrick Hoppenbrouwers, de Hulschevoort, de gemeijnte, Willen Elias Willem Eelkens. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Datum 24 decmber 1470, getuigen Dirck van Ellaer en Dirck Huijskens.
    • (vermelding) op 16 februari 1470 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1239 (Oirschot) okt 1469 – sept 1470 folio 411v
      Dirck Jan Henrick Roefss van Baest heeft opgedragen aan Adriaen van den Doren die Grueninxecker in Eerdbruggen (Dirck had die akker verkregen van Peter Jan van Espe)
      16 februari 1470 , non solvit
    • (vermelding) op 9 juli 1470 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Verschenen is hier Jan Henrick Rovers en diens vrouw Aleijt (= Aleijt Willem Bliecks, JT) en ze verkopen nu aan Adriaen van den Doeren die een kapitaal van 23 en een halve peter, elke peter gerekend tegen 19 stuivers, welk kapitaal Gijaert Claes Beckers hen met schepenbrieven had beloofd. De verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. Datum 9 juli 1470, getuigen Jacop en W. Geldrop.
    • (vermelding) in het jaar 1471 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1240 (Oirschot) okt 1470 – sept 1471 folio 70r
      Jan Peter Lodewichs
      Adriaen Henrix van den Doren
    • (vermelding) in het jaar 1471 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1240 (Oirschot) okt 1470 – sept 1471 folio 70v
      Jan Jorden Cluijstermans
      Adriaen Henrix van den Doren
    • (vermelding) in het jaar 1471 Bossche Protocol.Bron 1
      P 1240 (Oirschot) okt 1470 – sept 1471 folio 73v
      Goijart Henrick Rutgerss weduwnaar van Geertruijt Jacop Sparre
      Roelof Willemss die Buser
      Adriaen Henrix van den Doren
    • (vermelding) op 22 januari 1471 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Komen is Adriaen Henricks van den Doeren en belooft aan Goijaert van der Vloeten een pacht van 6 mud rogge per jaar, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag (op onderpand van een stuk land genoemd de Groenincksakker gelegen onder Erdbruggen = doorgestreept, JT) op onmderpand van al zijn bezit onder Erdbruggen. Adriaen belooft de onderpanden in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Datum 22 januari 1471, getuigen Andries en Henrick Thomaessen.
    • (vermelding) op 9 juli 1471 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Komen is Willem Henricks van de Velde en belooft aan Adriaen van den Doeren die een jaarlijkse pacht van 1 mud rogge, maat van Oirschot, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick Thomaes van de Ven, meester Frank van Boert als deken van Oirschot, heer Dirck de Crom met zijn broers en zusters, de straat, Sijmkens Dael (=is van Simon van der Papenvoort?, JT), de Pensepeol daar. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Datum 9 juli 1471, getuigen Henrick Maes en Henrick Hoppenbrouwers.

      Komen is Adriaen van den Doeren en staat aan Weillem van de Velde uit de vorige akte toe dat die het mud rogge mag aflossen per a.s. St. Jansdag over een jaar, met 26 peters, elke peter gerekend tegen 18 stuivers, samen met de volle termijn etc. Actum als boven.
    • (vermelding) in het jaar 1474 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1243 (Oirschot) okt 1473 – sept 1474 folio 115r
      Adriaen Henrix van den Doren
    • (vermelding) in het jaar 1475 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1244 (Oirschot) okt 1474 – sept 1475 folio 317r
      Cornelis en Henrick zoons van wijlen Henrick Andries Goijart de Bercker van Straten
      Aert die Melter van Zonderwijck
      Adriaen Henrix van den Doren
    • (vermelding) in het jaar 1475 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1244 (Oirschot) okt 1474 – sept 1475 folio 327r
      Gijnta, Aleijt en Katherijn dochters van wijlen Goijart van den Meervenne
      Adriaen van den Doren zoon van Henrick natuurlijke zoon wijlen Jan van den Doren
    • (vermelding) op 14 maart 1476 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Verschenen is Adriaen van den Doeren en verkoopt een pacht van 1 mud rogge, steeds op Maria Lichtmisdag te betalen op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang Straten, b.p. Goijaert Ervaerts, Marie Alaerts en haar kinderen, de gemeenschappelijke straat. Nog op onderpand van een stuk land genoemd de Persakker, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Jan Goossens, meester Aert van Weijlhusen, genoemde Adriaen. Dat mud rogge had Adriaen eerder gekocht van Peter Ansems van Eersel volgens schepenbrief van Oirschot en verkoopt de pacht nu aan Geerlick van Nulant. Datum 14 maart 1476, getuigen Jannis en Hagelaer.
    • (vermelding) op 22 december 1476 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Komen is Aert natuurlijke zoon van wijlen Dirck Cleijnaels als man van Heijlwig dochter van wijlen Goijaert van der Vloeten en met hem Iken dochter van wijlen Henrick Daniels met haar voogd en verkopen aan Adriaen van den Doeren een jaarlijkse pacht van 13 lopen rogge uit een pacht van 6 mud rogge, welke pacht Adriaen van den Doeren eerder had beloofd aan Goijaert van der Vloeten, op onderpand van het bezit van Adriaen, gelegen onder Erdbruggen hier volgens een schepenbrief van Oirschot. Datum 22 (?) december 1476, getuigen Dormalen en Aert.
    • (vermelding) in het jaar 1477 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1246 (Oirschot) okt 1476 – sept 1477 folio 125v
      Aert Goijart Goijartss van den Meervenne
      Daniel die Cromme, bezat vroegen een hoeve in Eertbruggen
      Adriaen van den Doren zoon van Henrick natuurlijke zoon wijlen Jan van den Doren
    • (vermelding) in het jaar 1480 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1249 (Oirschot) okt 1479 – sept 1480 folio 50r
      Henrick Scaubroex werd gedood te Oirschot door Adriaen van den Doeren
    • (vermelding) op 29 september 1480 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Adriaen zoon wijlen Henrick van den Doeren belooft zijn broer Goossen van den Doeren die voortaan jaarlijks 8 mud rogge te gaan betalen, Oirschotse maat, op onderpand van een hoeve gelegen onder Ameijden hier. Adriaen belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Datum 29 september 1480, getuigen Rutger Janssen en Crom.
    • (vermelding) op 29 september 1480 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Er heeft een ongeval plaatsgehad door Adriaen van den Doeren met zijn twee zoons Godevaert en Jan die Henrick Scabroecks zaliger gedachten om het leven hebben gebracht. Ze geven zich over aan de bemiddeling door goede mannen en arbiters. Voor de daders treden als arbiters op heer Henrick Belaerts priester, Jan van Haren, Gerit de Mommert (Momboir?) en heer Gijsbrecht van Gestel (Rutger Janssen is doorgestreept, JT) als partij ter ener zijde. Voor de dode partij zijn de klagers Peter Scabroecks, Aert Scabroecks en Lenaert Henrick Daniels en hun bemiddelaars zijn Emont Dircks als rentmeester van Boxtel, Daniel de Metser, Daniel Henricks en Aert Gerit Vos en voor hen treden als arbiters op Henrick Moel, Meeus de Momboir, Aert de Mommert en Dirk de Hoppenbrouwer. Deze 8 goede mannen zullen een uitspraak doen en de partijen beloven hun uitspraak na te komen op straffe van zoenrechtbepalingen.

      Partijen verklaren dat ze ten eeuwige dage in het konflikt met elkaar zijn verzoend. Adriaen en zijn zoons moeten a.s. Vrijdag over 8 dagen in de St. Peterskerk te Oirschot voor het altaar verschijnen waar de zielmissen worden opgedragen tussen 9 en 10 uur voormiddag in linnen kleren en blootshoofds in aanwezigheid van de vrienden van de dode en ze moeten daar vergiffenis vragen.
      Verder moet Adriaen met zijn zoons 1000 zielmissen laten doen en daar goed bewijs van leveren binnen de eerste betalingstermijn van hierna. Nog moeten Adriaen en zijn zoons 4 toortsen geven ter waarde van een postulaatsgulden, een voor de kerk van Oirschot, een voor de kerk van Boxtel, een voor de Lambertuskerk te Vught en een voor de kerk van Gestel bij Eindhoven en ook daar goed bewijs van overleggen. Verder moeten Adriaen en zijn twee zoons ter ere Gods en voor de ziel van de overledene elk van hen een bedevaart naar Rome houden en wel binnen 6 weken na de voetval op genoemde Vrijdag. Ook daarvan moeten ze goed bewijs overleggen voordat ze in Oirschot terug zullen mogen komen.

      Verder moeten de misdadigers een openbare steen of houten kruis plaatsen ter nagedachtenis van de dode, binnen de herdgang de Kerkhof of herdgang Straten als ze dat willen en wel bij de ´stok´ waar het beeld van St. Hubrecht staat (patroon van de jagers, slachters etc., JT) nabij het huis waar eerder de kapel stond en dat dient binnen nu en 17 weken te gebeuren.

      Verder moeten de misdadigers ten behoeve van de dode partij 225 zoenguldens betalen van elk 10 stuivers op de bekende termijnen en wel aan Emont of aan Aert Vos danwel in beheer geven bij schepenen van Oirschot. Aangaande de kosten van de begrafenis van de overledene, waarvoor Daniel zijnde de vader van de dode aan de pastoor heeft betaald of aan de heer van Luik (de officiaal?, JT) of diens dienaar, die moeten de misdadigers ook betalen zodat de pastoor en Daniel daarvoor gevrijwaard blijven. Verder moeten de misdadigers aan heer Aert de Crom en aan heer Goessen van den Doeren nog 25 guldens betalen die aan Emont als arbiter zijn toegezegd en dat bedrag komt ten gunste van het kind van de dode en dat moet binnen 17 weken worden betaald. Verder moeten de misdadigers uit de herbergen blijven waar eerder de vader, diens vrouw, kind, broer, de oomskinderen of tantekinderen in aanwezig zijn als het de misdadigers bekend is gemaakt en als het hen niet bekend is dan moeten ze de herberg weer verlaten en hun verteer betalen. Maar als de misdadigers het eerst in de herberg waren dan mogen ze daar wel blijven. Verder zullen de klagers en de arbiters en met hen Daniel Scabroecks aan Adriaen als misdadiger beloven dat ze onderling voor de toekomst de vrede zullen bewaren alles volgens zoenrecht. Datum 29 september 1480, getuigen Rutger Janssen en Aert Ven.

      Verder moeten de misdadigers voor hun verplichtingen goede borgen aanwijzen die goed genoeg worden bevonden door de familie van de dode partij en de arbiters en wel op de Vrijdag dat de voetval zal plaatsvin den en de familie van de dode en hun arbiters zullen ook beloven hun verplichtingen na te zullen komen. En als er enige onduidelijkheden in de uitspraak zouden zijn dan behouden de arbiters zich het recht voor om daarover later uitleg te geven. Actum 29 september 1480, getuigen Rutger Janssen en Aert Thomas.

      Verschenen zijn Jan en Goessen van den Doeren en verder Adriaen van den Doeren en Jan van der Heijden en ze beloven samen en hoofdelijk het bedrag van 225 guldens op de gestelde termijnen te zullen betalen en Adriaen belooft zijn borgen hiervoor te zullen vrijwaren. Datum als boven, getuigen als poorters van Den Bosch Aert en Dirck, kinderen van Daniel Henrick Daniels.
      Zijnoot :
      Jan de Crom heeft 25 gulden beloofd.
    • (vermelding) op 13 maart 1482 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Komen is Bartholomeus zoon wijlen Bartholomeus Momboirs en verkoopt met schepenbrieven en dokumenten aan Adriaen Henricks van den Doeren een pacht van anderhalf mud rogge, maat van Oirschot, welke pacht Peter zoon van Adriaen (van den Doeren, JT) had beloofd aan Aleijt dochter van Goijaert Bierkens, zoals Bertholomeus had gekocht van Gijsbrecht Daems (?) van Weijlhuijsen als man van genoemde Aleijt Bierkens, alles volgens de dokumenten ervan. De verkoper belooft alle lasten af te handelen. Datum 13 maart 1482.
    • (vermelding) in het jaar 1483 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1252 (Oirschot) okt 1482 – sept 1483 folio 12r
      Willem Peterss van den Scoet
      Adriaen van den Doren
      Henrick B….. man van Margriet Peters van den Scoet
    • (vermelding) in het jaar 1484 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Komen is Adriaen Henrick van den Doeren en verkoopt met een schepenbrief aan Jan de Crom een pacht van 1 mud rogge, welke pacht Willem Henrick van de Velde eerder aan deze Adriaen had beloofd, steeds op Maria Lichtmisdag te betalen op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick Thomaes van de Venne, meester Frank van Boert, deken te Oirschot, zijn broer en zuster, Henrick de Crom, Sijmkensdael, de gemeenschappelijke straat daar genoemd de Pensenpoel. De verkoper belooft alle lasten af te handelen. Actum als boven.
    • (vermelding) in het jaar 1485 Bossche Protocol.Bron 1
      BP 1254 (Oirschot) okt 1484 – sept 1485 folio 35r
      Henrick en Jacop zonen wijlen Jan Lucas
      Jan Roelof Dirx soen
      Adriaen Henrix van den Doren
    • (vermelding) op 10 december 1485 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Een getuigenverklaring ten behoeve van Adriaen van den Doeren.

      Schepenen verklaren hierbij plechtig dat voor hen in de vierschaar is verschenen Adriaen Henricks van den Doeren en heeft gevraagd een schepenbrief te mogen verkrijgen, hetgeen hem volgens Oirschots recht werd toegestaan.

      Hij heeft hen voorgelegd of het niet zo is dat voor de destijdse schepenen verschenen is Willem Elenzoon van der Halvermijle die men ook wel ´Groote Willem ´noemt, toen een schepenbrief van Oirschot laten voorlezen inzake een pacht van 22 lopen rogge op onderpand van bezit dat Henrick de Cock van Nijenbeeck als man van Adriana dochter van Goijaerts van der Vloeten deze Willem in onderpand had gegeven en wel vanwege een pacht van 6 mud rogge die door genoemde Adriaen van den Doeren steeds werden geind van Goijaert van der Vloeten. Schepenen verklaren dat zulks inderdaad is gebeurd.
      Verder legt Adriaen hen het volgende punt voor of het ook niet zo is dat Adriaen dat bezit had laten veilen en uitwinnen en alles is gebeurd volgens voorschriften van Oirrschot. Schepenen verklaren dat zulks ook zo is gebeurd.

      Adriaen vraagt hen of het ook niet zo is dat hem toen het onderpand is geleverd voor de achterstallige pacht en de kosten van de uitwinning. Schepenen verklaren eveneens dat zulks het geval is.

      Daarna heeft Adriaen zijn aanspraken ingediend tegen (Gerart is doorgestreept en veranderd in Dirck, JT) Dirck Mathijssen onze collegaschepen en heeft gezegd : Gij heer schout en schenenen Adriaen van den Doeren dient hierbij een klacht in tegen Dirck Mathijssen en tegen Goessen Gielissen omdat het zo is dat elk van hen 1 mud rogge moet betalen uit bezit dat eerder eigendom was van Henrick Goijaerts van der Vloeten. Genoemde Henrick van der Vloeten had hem Adriaen toen beloofd dat ingeval het bezit ´ontweerd´ zou worden (lees de pacht niet zou worden betaald, JT) voor de 6 mud rogge, welk bezit Adriaen aan Henrick van der Vloeten had verkocht en afkomstig was van het gedeelte van Henrick de Cock en diens vrouw Adriana dochter van Goijaerts van der Vloeten, dat Henrick daarvoor dan garant zou staan. Adriaen stelt nu vast dat zijn onderpand inderdaad ´ontweerd´is volgens het Oirschots recht inzake de belofte die Henrick de Cock eerder had gedaan aan Willem Eelen of aan diens kinderen voor een pacht van 22 lopen rogge per jaar, en Adriaen hoopt nu zijn vordering van 2 mud rogge en de kosten van de uitwinning te kunnen verhalen. Ingeval Goijaert deze 2 mud weer wil terugkopen of aflossen, dan dient die zulks met rechtsmiddelen aan te tonen. Adriaen wil nu het erfrecht van de 2 mud rogge verkrijgen en ook zijn kosten hebben betaald zowel die al zijn gemaakt danwel die in de toekomst over de kwestie nog worden gemaakt. Daarop heeft niemand van de schepenen geantwoord. Vervolgens wenste Adriaen dat er recht zou worden gesproken en dat er getuigenverklaringen zouden komen over de gang van zaken. Daarop verklaarde Gerart Mathijssen dat het hem inderdaad bekend is dat ... de pacht staat te betalen waarvan Henrik van der Vloeten 1 mud en Goessen Gielis .. eveneens 1 mud betelan op onderpand van bezit eerder eigendom van genoemde Adriaen van den Doeren. Vervolgens verklaarde Loijch van Hersel onze collega-schepen dat hij Dirck Mathijssen en Goessen Gielis heeft horen zeggen dat zo geschiedt is als Gerart heeft gezegd.

      Daarna heeft Adriaen nog de schepenbrief overlegd waaruit e.e.a. blijkt, welke brief woordelijk luidt :
      Wij, Dirck Goessen Neven, Gerit Mathijssen, Henrick van Berze, Frank de Haest, Loijch van Herzel, Willem Philips van Geldrop en Jan van der Daesdonk, schepenen in Oirschot verklaren dat voor ons is verschenen Henrik Goijaerts van der Vloeten en heeft aan Adriaen van den Doeren beloofd dat als het gebeurt dat er enig probleem ontstaat over de pacht van 16 lopen rogge, Oirschotse maat, die Henrik van der Vloeten had gekocht (als verplichting had overgenomen, JT) van Henrick Jan Cockenzoon van Nijenbeeck als man van Adriana dochter van wijlen Goijaert van der Vloeten, en welke pacht genoemde Henrick (welke ?: JT) ...en Aernden natuurlijke zoon van Dirck Hermans (doorgestreept is Herman Cleijnael, JT) zijn zwager aan genoemde Adriaen hebben verkocht, dat Henrick hem daarvoor zal vrijwaren. Als garantie geeft hij in onderpand de 2 mud rogge die genoemde Adriaen aan deze Henrik vandaag voor schepenen van Oirschot had beloofd, zijnde 1 mud rogge dat wordt betaald door Goessen Gielis Sgruijters en was beloofd door ... Mathijs Mathijs Hoesen op onderpand in herdgang Straten en wel zo dat Adriaen daarop zijn aanspraken zal kunnen verhalen, volgens een brief van 13 april
      1478, waarvan Adriaen bewijs heeft overlegd. Daarna heeft de schout ons schepenen verzocht om recht te spreken en de uitspraak van ons schepenen is dat Adriaen zijn vordering op het bezit mag verhalen volgens zijn schepenbrieven van Oirschot en dat is vervolgens ook gebeurd. Datum 10 december 1485, getuigen alle schepenen.
    • (vermelding) op 19 oktober 1488 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Peter Jan Coppens verkoopt met een brief aan Adriaen Henricks van den Doeren een stuk beemd genoemde de Wawenbeemd (?), gelegen onder Erdbruggen hier, b.p. Rutger Henricks van Oudenhoven, de kinderen van Marie Rutten, de kinderen van Katarina Doeijts (van der Ameijden, JT), de kinderen van Lisbeth Heijnen, samen met een weg daar die loopt vanaf de gemeenschappelijke straat over het erf van Marie Rutten en over het erf van Katarina Doeijts. De verkoper belooft alle lasten af te handelen, behalve de grondchijns tot aan 2 en een halve stuiver. Actum als boven.
    • (vermelding) op 4 november 1488 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Herman van den Akeren verkoopt aan Adriaen van den Doeren, aan Gerard Mathijssen, Willem Willem Scomakers, Dirck van Onstaden en de kinderen van Jan van de Hove een bepaalde chijns die hij jaarlijks heeft geheven uit het goed van Spercht (?) onder Ameijden, zijnde 8 ´clijckens´. Herman mede namens zijn erfgenamen belooft deze overdracht gestand te doen. Datum 4 november 1488, getuigen Claes Thomaes en Willem Henricks.
    • (vermelding) op 8 juni 1489 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 1
      Gerard Mathijs Huijskens verkoopt aan Adriaen Henricks van den Doeren die een stuk beemd genoemd de Blakenbeemd, groot een halve bunder, gelegen onder Ameijden hier, b.p. genoemde Adriaen van den Doeren, de kinderen van Jan van der Hoven, Willem Deckers. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. De koper moet wel overpad verlenen over een weg aan de kinderen van Jan van der Hoeve. Datum 8 juni 1489, getuigen Hoppenbrouwers en Peter Dielis.
    • (vermelding) op 3 juni 1490 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 2
      Joerden Joerden Brouwers en Dirck Dirck Smesmekers verkopen nu aan Adriaen Henricks van den Doeren een pacht van een mud rogge per jaar, Oirschotse maat die Willem Joerden Everaerts had overgedragen aan Agneese dochter van Dirck van der Vloet. De pacht vervalt steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk beemd, genoemd de Gevart, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de kinderen van Jan van Baest, Henrick Crommen, Diederick Hoppenbrouwer, Daniel natuurlijke zoon van Daniel Scepens, volgens de brieven daarvan. Datum 3 juni 1490, getuigen Ven en Crom.
    • (vermelding) op 4 december 1491 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Nog verkopen de H. Geestmeesters van Oirschot aan Adriaen van den Doeren, aan Gijsbrecht Henrik Hoppenbrouwers en aan Peter Rutger Nenten (?) een pacht van 4 lopen rogge, Oirschotse maat en nog een kwart kan wijn, welke pachten de tafel van de H. Geest jaarlijks heffen en waarvan Adriaen de helft betaald zoals Gijsbrecht en Peter zeiden, maar waarmee Adriaen kwalijk instemde, hopende dat hij dat niet schuldig was. De verkopers beloven alle lasten in hun funktie af te handelen. Gijsbrecht en Peter wensen hiervan een brief en Adriaen voor hemzelf eveneens een brief. Actum als boven.
    • (vermelding) op 13 april 1495 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Adriaen Henricks van den Doeren verkoopt met schepenbrieven aan Merten Gijsbrecht Vlemmincks ten zijnen behoeve en ten behoeve van zijn moeder Heijlwich en zijn broers, samen een pacht van een mud rogge, Oirschotse maat, welke pacht Mathijs Mathijs Hosen eerder had beloofd aan Joorden Aert Jonkers, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land gelegen in herdgang Straten, b.p. het erf van Jan Brouwers genoemd de Gevaert, de gemeenschappelijke straat, Ansem Loden, Henrick Maessen, welk perceel Adriaen had gekocht van Willem van de Velde als erfgenaam van Joerden Jonkers. Adriaen belooft de rogpacht te garanderen en alle lasten daarin van zijn kant af te handelen. Datum 13 april 1495, getuigen Ansem en Belaerts.

      Adriaen belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Actum als boven.
    • (vermelding) op 27 juli 1503 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Adriaen van den Doren doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik ten behoeve van zijn kinderen inzake een pacht van een mud rogge, welke pacht wordt betaald door Goossen Gielis Gruijters. Datum 27 juli 1503, getuigen Thomaes en Braxatoris.
    • (vermelding) op 26 februari 1506 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Adriaen Henricks van den Doren doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake een pacht van 20 lopen rogge, welke pacht hij jaarlijks ontvangt uit het bezit van Joest van Lievendael en welk bezit Adriaen aan Joest van Lievendael had overgedragen voor die pacht van 20 lopen rogge. Hij doet er afstand van ten behoeve van zijn wettige kinderen. Datum 26 februari 1506, getuigen Hoppenbrouwer en Rutger.
    • (vermelding) op 27 februari 1506 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Goijaert Adriaen van den Doren, Jacop Gerard Ketelaers als man van Katarijn dochter van genoemde Adriaen, verder Aleijt dochter van Adriaen van den Doren, weduwe van Jan van der Heijden met Cornelis Smeets als haar voogd hierin, verder Adriaen Peters van den Doren voor hemzelf handelend en voor zijn wettige zuster Elisabeth, verder Goijaert Janssen van den Doren voor hemzelf en voor zijn wettige zusters en broers, en Aert Gielis Cremers en diens broer Gielis als voogd over de jonge kinderen van genoemde Aert Gielis Cremers verwekt bij Otten dochter Adriaen van den Doren, verkopen aan hun wettige broer Dirck Adriaens van den Doren die een pacht van 20 lopen roggem welke pacht Joest Aerts van Lievendael schuldig was te betalen en had beloofd aan Adriaen van den Doren, op onderpand van een perceel genoemd de Uutvank, ingenomen van de gemeijnte van Oirschot gelegen in herdgang Straten, b.p. Dirck Hoppenbrouwers, de gemeijnte, Daniel Hillen, de straat daar. Datum 27 februari 1506, getuigen Rutger en Thomas.

      Dirck Adriaens van den Doren belooft dat hij later in de boedeldeling met zijn broers en zusters en de kinderen van die broers en zusters, net zolang niet mee zal parten in het bezit dat hij van zijn vader Adriaen van den Doeren zal erven, totdat zij net zoveel hebben gehad als die 20 lopen rogge uiit de vorige akte en daarna zal hij gewoon meeparten met de anderen voor wat betreft zijn kindsdeel. Actum als boven.
    • (vermelding) op 14 september 1506 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Gerit Henrick van de Venne verkoopt aan Henrick Belaerts als beheerder van de St. Petruskerk en ten behoeve ook van die kerk, een pacht van een half mud rogge uit een pacht van 3 en een half mud rogge, welke pacht jaarlijks wordt betaald door Adriaen van den Doren volgens schepenbrieven van Den Bosch. Dat half mud heeft Gerit geerfd van zijn broer Willem Henricks van de Venne, maar voorwaarde is dat de twee jonge natuurlijke kinderen Lijsken en Marieken die deze Willem van de Venne heeft verwekt bij Peter Bliecks, daarvan jaarlijks 3 lopen rogge krijgen op Maria Lichtmisdag tot de tijd toe dat ze beiden meerderjarig zullen zijn Als een van hen komt te overlijden dat zal de langstlevende van de twee die 3 lopen ontvangen. Datum 14 september 1506, getuigen Beertken en Jan van Beeck. (Kruisverheffingsdag, JT)
    • (vermelding) op 11 november 1507 Bossche Protocol.Bron 3
      Goijaert en Dirck, broers en kinderen van Adriaen van den Doren, verder Adriaen zoon Peter van den Doren voor hemzelf handelend en voor zijn zuster Lisbeth, door deze Peter verwekt bij Ida van Broekhoven, nog Jacop Kattelaer als man van Katarina dochter van genoemde Adriaen van den Doren, Peter Antonis Roelofs van der Ameijden als man van Joest dochter van wijlen Jan van der Heijden, door deze Jan verwekt bij Aleijt dochter van Adriaen van den Doren, verder Goijaert zoon Jans van den Doren door deze Jan verwekt bij Elisabeth dochter van Wouter Cremers van Boxtel voor hemzelf handelend en voor Adriaen en Wouter, broers en Agnes en Belen zijn zusterrs, verder Gielis Aert Cremers door deze Aert verwekt bij Otten dochter van genoemde Adriaen van den Doren, met bijstand hierin van Gijsbrecht de Cremer als voogd over de kinderen van de vaderskant en met Goijaert van den Doren als voogd vanwege de moederskant, zijnde alle wettige erfgenamen van Adriaen van den Doren en diens vrouw Otten Scrommen hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze van hun ouders en grootouders hebben geerfd en ook inzake het leengoed dat ze samen plachten te bezitten volgens het octrooi daarvan afgegeven door Maximiliaan Rooms koning en hertog Philips als aartshertog van Oostenrijk en Brabant volgens het testament van genoemde Adriaen en Otten zoals dat daar duidelijk is beschreven.

      Genoemde Goijaert Adriaens krijgt een pacht van 4 en een half mud rogge maat van St. Oedenrode zoals zijn vader Adriaens van den Doren dat had geerfd van diens broer Goiajert. Verder houdt Goijaert aan hemzelf een pacht van 4 mud die hij eerder al vooruit heeft gehad, zodat beide pachten tegen elkaar wegvallen.

      Genoemde Dirck Adriaens van den Doren, Peter Antonis van der Ameijden namens zijn vrouw Joest en Goijaert Janssen van den Doren voor hemzelf handelend en voor diens zusters en broers, krijgen samen een hoeve, huis, tuin etc. gelegen ter Meijden of onder Erdbruggen met de landen, beemden en driessen daar, b.p. Kenneken dochter van Jan Bruijstens en haar kinderen, het erf van
      wijlen Peter Tybisch. Nog krijgen ze een schuur met het leenbezit dat leenroerig is aan de hoeve van Bijsterveld met alle erven etc. die daaraan zijn gelegen in herdgang Straten.
      Lasten uit dit erfdeel zijn uit de Koeienakker een halve oude grote aan de hertog of aan diegeen die er recht op heeft, uit de hoeve onder Erdbruggen 5 stuivers een half oort als grondchijns, aan meester Jan van Coudenberge een halve oude grote, uit de Costakker een halve oude grote aan het kapittel, aan de kinderen van van de Venne een pacht van 3 en een half mud rogge, een mud rogge aan de H. Geest, een mud rogge aan het altaar van de Drievuldigheid, 2 oude schilden aan de kerk, een half oud schild aan de diakonie, 2 en een halve stuiver aan het altaar van de H. Geest, 5 schillingen aan het altaar in het gasthuis. Verder moet men overpad aan anderen verlenen. Genoemde Dirck voor zichzelf alleen krijgt een mud rogge per jaar te ontvangen van de kinderen van Jan Wolfs, en dat vanwege een mud rogge dat Adriaen van Doren zijn zoon Dirck in een testament had vermaakt uit een pacht van 4 en een half mud rogge, die Adriaen van den Doren in St. Oedenrode als weduwnaar had verkregen. (dit erfdeel voor 3 kinderen samen wordt in de volgende akte nader verdeeld, zie hier na, JT)

      Genoemde Adriaen Peters van den Doren, voor hemzelf handelend en voor zijn zuster Lisbeth krijgen samen de herberg, met huis en stalling, schuur etc.m, met de dijk en tuin waarin Adriaen van den Doren is gestorven. Lasten hieruit zijn 4 sterlingen of oude engelse en een pennink oude chijns aan de erfgenamen van Jan van den Coudenberge en een oort aan de hertog en nog een Bosch mud rogge in Den Bosch te leveren aan degene die er recht op hebben. Nog krijgt hij een akker genoemd de Driesekker Slebosch (?) ofwel de Wa..akker (?) groot 3 en een halve lopenzaad. Nog krijgt hij een beemd die is gekocht van Faes de Metser nabij de Schoom gelegen. Lasten hieruit zijn een halve oude grote als chijns aan de heer. Nog aan hemzelf een pacht van 2 mud rogge, die zijn vader Adriaen en diens vrouw Otten hem eerder hadden vermaakt.

      Genoemde Jacop Kattelaer vanwege genoemde Katarina krijgt 3 aan elkaar gelegen beemdjes, achter het erf van Dirck Happen en nog een beemdje aan … hof, waarin Adriaen van den Doren is gestorven. Nog krijgt hij een pacht van 3 mud rogge, een mud te ontvangen van de weduwe van de jonge Dirck Hoppenbrouwers eerder van Joest van Lievendael, een mud te ontvangen van ….. Gijben en diens kinderen, het derde mud te ontvangen van de kinderen van Henrick Gijben Henrik Hoppenbrouwers. Nog krijgt Jacop aan hemzelf een mud rogge dat Adriaen van den Doren hem had beloofd bij de huwelijkse voorwaardes. Lasten uit de Haseputbeemd 3 en een halve denarius obool oude chijns, uit de Wo..w..beemd …., en uit de Slangenbeemd een chijns van 5 penningen een oort als oude chijns.
      Genoemde Gielis Aert Cremers voor hemzelf en voor zijn zusters Heijlwich en Margriet, met bijstand van Gijsbrecht Cremers en Goijaerts van den Doren, resp. als voog van vaders- resp. van moederskant, krijgen samen 5 stukken land, waarvan 4 aan elkaar en het vijfde daar tegenover, groot 2 lopenzaad, met nog twee beemdjes achter de 4 stukken land gelegen, zoals eerder werden gebruikt door Adriaen van den Doren en dat hij bij zijn dood heeft nagelaten. Lasten hieruit zijn 3 denarii een oort als oude chijns aan het kapittel, nog een halve stuiver uit de gemeijne akker. Verder krijgen ze nog een half mud rogge , jaarlijks te ontvangen uit het erfdeel van hun broer Dirck. Nog krijgen ze een mud rogge per jaar te betalen door de kinderen van Wolfs. Datum 11 november 1507, getuigen Leeuw en Berse.
      Voetnoot :
      Deze brief hebben de schepenen ontvangen, nog een deelbrief te maken voor Aert de Cremer en een voor Goijaert.( er zijn totaal 7 kinderen, is handschrift van heer Henrick van Esch, was mogelijk degene die het testament heeft opgemaakt, JT)
    • (vermelding) op 11 november 1507 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 1
      Goijaert en Dirck, broers en kinderen van Adriaen van den Doren, verder Adriaen zoon Peter van den Doren voor hemzelf handelend en voor zijn zuster Lisbeth, door deze Peter verwekt bij Ida van Broekhoven, nog Jacop Kattelaer als man van Katarina dochter van genoemde Adriaen van den Doren, Peter Antonis Roelofs van der Ameijden als man van Joest dochter van wijlen Jan van der Heijden, door deze Jan verwekt bij Aleijt dochter van Adriaen van den Doren, verder Goijaert zoon Jans van den Doren door deze Jan verwekt bij Elisabeth dochter van Wouter Cremers van Boxtel voor hemzelf handelend en voor Adriaen en Wouter, broers en Agnes en Belen zijn zusterrs, verder Gielis Aert Cremers door deze Aert verwekt bij Otten dochter van genoemde Adriaen van den Doren, met bijstand hierin van Gijsbrecht de Cremer als voogd over de kinderen van de vaderskant en met Goijaert van den Doren als voogd vanwege de moederskant, zijnde alle wettige erfgenamen van Adriaen van den Doren en diens vrouw Otten Scrommen hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze van hun ouders en grootouders hebben geerfd en ook inzake het leengoed dat ze samen plachten te bezitten volgens het octrooi daarvan afgegeven door Maximiliaan Rooms koning en hertog Philips als aartshertog van Oostenrijk en Brabant volgens het testament van genoemde Adriaen en Otten zoals dat daar duidelijk is beschreven.

      Genoemde Goijaert Adriaens krijgt een pacht van 4 en een half mud rogge maat van St. Oedenrode zoals zijn vader Adriaens van den Doren dat had geerfd van diens broer Goiajert. Verder houdt Goijaert aan hemzelf een pacht van 4 mud die hij eerder al vooruit heeft gehad, zodat beide pachten tegen elkaar wegvallen.

      Genoemde Dirck Adriaens van den Doren, Peter Antonis van der Ameijden namens zijn vrouw Joest en Goijaert Janssen van den Doren voor hemzelf handelend en voor diens zusters en broers, krijgen samen een hoeve, huis, tuin etc. gelegen ter Meijden of onder Erdbruggen met de landen, beemden en driessen daar, b.p. Kenneken dochter van Jan Bruijstens en haar kinderen, het erf van
      wijlen Peter Tybisch. Nog krijgen ze een schuur met het leenbezit dat leenroerig is aan de hoeve van Bijsterveld met alle erven etc. die daaraan zijn gelegen in herdgang Straten.

      Lasten uit dit erfdeel zijn uit de Koeienakker een halve oude grote aan de hertog of aan diegeen die er recht op heeft, uit de hoeve onder Erdbruggen 5 stuivers een half oort als grondchijns, aan meester Jan van Coudenberge een halve oude grote, uit de Costakker een halve oude grote aan het kapittel, aan de kinderen van van de Venne een pacht van 3 en een half mud rogge, een mud rogge aan de H. Geest, een mud rogge aan het altaar van de Drievuldigheid, 2 oude schilden aan de kerk, een half oud schild aan de diakonie, 2 en een halve stuiver aan het altaar van de H. Geest, 5 schillingen aan het altaar in het gasthuis. Verder moet men overpad aan anderen verlenen. Genoemde Dirck voor zichzelf alleen krijgt een mud rogge per jaar te ontvangen van de kinderen van Jan Wolfs, en dat vanwege een mud rogge dat Adriaen van Doren zijn zoon Dirck in een testament had vermaakt uit een pacht van 4 en een half mud rogge, die Adriaen van den Doren in St. Oedenrode als weduwnaar had verkregen. (dit erfdeel voor 3 kinderen samen wordt in de volgende akte nader verdeeld, zie hier na, JT)

      Genoemde Adriaen Peters van den Doren, voor hemzelf handelend en voor zijn zuster Lisbeth krijgen samen de herberg, met huis en stalling, schuur etc.m, met de dijk en tuin waarin Adriaen van den Doren is gestorven. Lasten hieruit zijn 4 sterlingen of oude engelse en een pennink oude chijns aan de erfgenamen van Jan van den Coudenberge en een oort aan de hertog en nog een Bosch mud rogge in Den Bosch te leveren aan degene die er recht op hebben. Nog krijgt hij een akker genoemd de Driesekker Slebosch (?) ofwel de Wa..akker (?) groot 3 en een halve lopenzaad. Nog krijgt hij een beemd die is gekocht van Faes de Metser nabij de Schoom gelegen. Lasten hieruit zijn een halve oude grote als chijns aan de heer. Nog aan hemzelf een pacht van 2 mud rogge, die zijn vader Adriaen en diens vrouw Otten hem eerder hadden vermaakt.

      Genoemde Jacop Kattelaer vanwege genoemde Katarina krijgt 3 aan elkaar gelegen beemdjes, achter het erf van Dirck Happen en nog een beemdje aan … hof, waarin Adriaen van den Doren is gestorven. Nog krijgt hij een pacht van 3 mud rogge, een mud te ontvangen van de weduwe van de jonge Dirck Hoppenbrouwers eerder van Joest van Lievendael, een mud te ontvangen van ….. Gijben en diens kinderen, het derde mud te ontvangen van de kinderen van Henrick Gijben Henrik Hoppenbrouwers. Nog krijgt Jacop aan hemzelf een mud rogge dat Adriaen van den Doren hem had beloofd bij de huwelijkse voorwaardes. Lasten uit de Haseputbeemd 3 en een halve denarius obool oude chijns, uit de Wo..w..beemd …., en uit de Slangenbeemd een chijns van 5 penningen een oort als oude chijns.

      Genoemde Gielis Aert Cremers voor hemzelf en voor zijn zusters Heijlwich en Margriet, met bijstand van Gijsbrecht Cremers en Goijaerts van den Doren, resp. als voog van vaders- resp. van moederskant, krijgen samen 5 stukken land, waarvan 4 aan elkaar en het vijfde daar tegenover, groot 2 lopenzaad, met nog twee beemdjes achter de 4 stukken land gelegen, zoals eerder werden gebruikt door Adriaen van den Doren en dat hij bij zijn dood heeft nagelaten. Lasten hieruit zijn 3 denarii een oort als oude chijns aan het kapittel, nog een halve stuiver uit de gemeijne akker. Verder krijgen ze nog een half mud rogge , jaarlijks te ontvangen uit het erfdeel van hun broer Dirck. Nog krijgen ze een mud rogge per jaar te betalen door de kinderen van Wolfs. Datum 11 november 1507, getuigen Leeuw en Berse.
      Voetnoot :
      Deze brief hebben de schepenen ontvangen, nog een deelbrief te maken voor Aert de Cremer en een voor Goijaert.( er zijn totaal 7 kinderen, is handschrift van heer Henrick van Esch, was mogelijk degene die het testament heeft opgemaakt, JT)
    • (vermelding) op 11 november 1507 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Wij, etc., schepenen in Oirschot verklaren hierbij plechtig dat
      wij een schepenbrief hebben gezien van Oirschot die nog geheel
      intakt was en die woordelijk de volgende inhoud heeft. Wij,
      Loijwijch van Hersel, Willem Henricks van der Vloeten, Daniel die
      Leeuw, Gijsbrecht Gielis Cremers, Henrick van Berse, Gielis die
      Hoppenbrouwer en Mathijs Geraert Mathijssen, schepenen in Oir-
      schot, verklaren hierbij plechtig dat voor ons is verschenen Goijaert en Willem, gebroeders en kinderen van wijlen Adriaens van den Doeren, verder Adriaen Peters van den Doeren die voor zichzelf optreedt en voor diens zuster Cathalijn, verder Jacop Kattelaer
      (moet zijn Ketelaers, JT ) als man van Katrinen dochter van genoemde Adriaens van den Doeren, verder Peter Antonissen Rolofs van der Ameijden als man van Joesten dochter van wijlen Jan van der Heijden verwekt bij Aleijten dochter van Adriaens van den Doeren en nog Goijaert Janssen van den Doeren verkregen bij Lisbetten Wouters Cremers, voor henzelf optredend en ook voor diens broers Adriaen en Wouter en zijn zusters Agneesen en Belen, en verder Gielis Aert Cremerszoon verkregen bij Otten Adriaens van den Doeren met hulp van Gisbrecht den Cremer zijnde de voogd van deze kinderen van de kant van hun vader en met Goijaert van den Doeren als voogd van de kant van de familie van hun moeder, zijnde allen wettige kinderen en erfgenamen van Adriaens van den Doeren en diens vrouw Otten Scrommen en hebben hierbij een boedelverdeling gemaakt.

      Bij deze verdeling krijgt Jacop Ketelaers als man van Katarinen
      drie aan elkaar gelegen beemdjes achter Dirck Happen, gelegen in
      Oirschot herdgang Straten en nog een beemdje gelegen aan Aerdt
      Dries Hof dat is nagelaten door Adriaen van den Doeren. Verder
      krijgt hij een jaarpacht van 3 mudden rogge
      In marge :
      Wordt gegeven aan Jacop zoon Willem Smetsers. Oirschotse maat, waarvan een mudde te ontvangen van Katalijn
      weduwe van de jonge Dirck Hoppenbrouwers die eerder door Joest
      van Lievendael werd betaald, het andere mudde rogge te ontvangen
      van de kinderen van Jan Gijben en het derde mudde rogge te
      ontvangen van de kinderen van Henrick Gijben Henrick Hoppen-
      brouwers conform de brieven daarvan. Verder krijgt Jacop nog een mudde rogge dat Adriaen aan hem had betaald bij de huwelijkse voorwaarden daarover. Uit de genoemde beemd genoemd de Hasenput moet hij jaarlijks drie en een halve penning oude Hellinckse chijns betalen, uit de Weuwerbeemd moet er 2 en een halve stuiver als grondchijns worden betaald en uit de Slangenbeemd de grondchijns die daar op drukt, n.l. 5 penningen en een oort oud geld.

      Genoemde erfgenamen beloven elkaar deze boedelverdeling altijd
      gestand te zullen doen en dat ieder de lasten op het eigen erfdeel zodanig zal betalen dat de erfdelen van de andere erfgenamen daarvoor gevrijwaard blijven. Indien er op iemands erfdeel
      meer lasten zouden blijken te drukken dan zullen ze die gemeen-
      schappelijk betalen. Akte van hierboven is opgemaakt op 11
      november 1507. Datum 26 april 1541, getuigen Hovel en Aert.
      (de overige erfgenamen worden niet genoemd in deze verdeling, waarschijnlijk wordt gerefereerd aande Boxtelse akte van hierna, JT)
    • (vermelding) op 13 december 1507 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Dirck zoon wijlen Adriaen van den Doren en Peter Antonis Roelofs van der Ameijden als man van Joest, verder Goijaert Janssen van den Doren voor hemzelf handelend en voor Adriaen en Wouter diens broers en voor Agnes zijn zuster, waarbij deze 4 broers en zusters handelen voor hun jonge zuster Beelken, hebben een deling gemaakt van het bezit dat hen samen was toebedeeld door hun mede-erfgenamen en afkomstig was van wijlen Adriaen van den Doren.

      Genoemde Goijaert Jansen van den Doren, Adriaen en Wouter en Agnees en Beelken krijgen samen de hoeve met de grond etc. gelegen ter Ameijden onder Erdbruggen, b.p. Jenneken Bruistens en haar kinderen, de erfgenamen van wijlen Peter Tybisch, het erf eerder van meester Aert van Weijlhusen, de gemeenschappelijke straat. Lasten hieruit zijn alle pachten en chijnsen die daar jaarlijks op drukken. Dirck en Peter doen afstand van hun aanspraken op dit bezit.

      Dirck Adriaens van den Doren en Peter Antonuis Roelofs (van der Ameijden, JT) als echtgenoot krijgen samen het leengoed met alle lasten etc. die erop drukken, zoals hen dat eerder was toebedeeld in de deling van 11 november 1507. Goijaert Janssen van den Doren en diens broers en zusters doen afstand van hun aanspraken op dit bezit.

      Datum St. Luciadag 1507 ( = 13 december, JT).

      Genoemde Dirck en Peter uit de vorige akte hebben beloofd om aan Goijaert Jans van den Doren, aan diens broers Adriaen en Wouter en hun zuster Agnees ten behoeve van hen en ten behoeve van hun zuster Beelken, die voortaan jaarlijks een pacht van 3 mud rogge te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een stuk land gelegen in herdgang Straten, b.p. de weg daar, het leengoed, de hoeve van Bijsterveld. Nog op onderpand van een stuk land groot een zesterzaad, b.p. het erf eerder van Peter Bliecks, het leengoed eigendom van genoemde Dirck en Peter. De schuldenaars beloven het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Actum als boven.

      De pacht uit de vorige akte is altijd aflosbaar tegen betaling van 36 peters voor elk mud rogge. Als Dirck of Peter de pacht zouden aflossen van 3 en een halve mud rogge die aan de kinderen van Henrick van de Ven betaald moeten worden die deze pacht heffen op de hoeve te Erdbruggen eigendom van de kinderen van Jan van den Doren, of dat nu is met 1, 2 of 3 mud , dan zal daarmee ook al naar gelang de pacht van de 3 mud zijn afgelost die ze hebben beloofd aan de kinderen van Jan van den Doren van hiervoor. Actum als boven.

      Van de 2 deelbrieven die Cornelis (Smeets, JT) heeft gemaakt en anderhalve andere brief zouden de schepenen daar 4 en een halve stuiver en 2 en een halve plak krijgen, van de erfgenamen hebben ze 9 stuivers ontvangen voor het werk van Cornelis voor 3 deelbrieven, derhalve krijgt Cornlis nog 4 stuivers 1 oort en 1 kroon. (dienstaantekening over het secretaris- en schepenloon, van de vorige aktes van de familie van Doren, JT)
    • (vermelding) op 13 december 1507 Schepenbank Oirschot/Best.Bron 3
      Dirck zoon wijlen Adriaen van den Doren en Peter Antonis Roelofs van der Ameijden als man van Joest, verder Goijaert Janssen van den Doren voor hemzelf handelend en voor Adriaen en Wouter diens broers en voor Agnes zijn zuster, waarbij deze 4 broers en zusters handelen voor hun jonge zuster Beelken, hebben een deling gemaakt van het bezit dat hen samen was toebedeeld door hun mede-erfgenamen en afkomstig was van wijlen Adriaen van den Doren.

      Genoemde Goijaert Jansen van den Doren, Adriaen en Wouter en Agnees en Beelken krijgen samen de hoeve met de grond etc. gelegen ter Ameijden onder Erdbruggen, b.p. Jenneken Bruistens en haar kinderen, de erfgenamen van wijlen Peter Tybisch, het erf eerder van meester Aert van Weijlhusen, de gemeenschappelijke straat. Lasten hieruit zijn alle pachten en chijnsen die daar jaarlijks op drukken. Dirck en Peter doen afstand van hun aanspraken op dit bezit.
      Dirck Adriaens van den Doren en Peter Antonuis Roelofs (van der Ameijden, JT) als echtgenoot krijgen samen het leengoed met alle lasten etc. die erop drukken, zoals hen dat eerder was toebedeeld in de deling van 11 november 1507. Goijaert Janssen van den Doren en diens broers en zusters doen afstand van hun aanspraken op dit bezit.

      Datum St. Luciadag 1507 ( = 13 december, JT).
  • Hij is overleden rond 1507.Bron 1
  • Een kind van Henrick van den Doren
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 11 oktober 2015.

Gezin van Ariens Henricks van Dooren

Hij is getrouwd met Otten Scrommen.

Zij zijn getrouwd


Kind(eren):


Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Ariens Henricks van Dooren?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

Bronnen

  1. Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm
  2. (Niet openbaar)
  3. n op vrijwillige rechtspraak Oirschot 1463-1640 op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm

Over de familienaam Van Dooren


De publicatie Hans Strik is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Hans Strik, "Hans Strik", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/hans-strik/I8379.php : benaderd 4 februari 2026), "Ariens Henricks van Dooren (????-± 1507)".