Hij is getrouwd met Hedwig van Namen.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
GERARD, son of GERHARD Graf [von Metz] & his wife Gisela --- (-Remiremont [14 Apr] or 11 Aug [1070]). The Notitiæ Fundationis Monasterii Bosonis-Villæ names (in order) "Adalbertus, Gerhardus, Cuonradus, Adalbero, Beatrix, Cuono, Huoda abbatissa, Azelinus, Ida, Adeleth" as children of "Gerhardus comes [et] Gisela"[2]. In an earlier passage, the same source names "Odelrico comite et Gerhardo duce" as sons and successors of "Gerhardus comes marchio [et] cum uxore sua Gisela"[3]. Comte de Metz, Comte de Châtenois. Emperor Heinrich III appointed him as GERARD Duke of Upper Lotharingia after his brother was killed in battle in Nov 1048. The dating clause of a charter dated 15 Oct 1062, which records a judgment of Udo Bishop of Toul, states regnante Henrico IV Rom. Rege, Duce Gerardo, Ardulpho Tullensi comite...[4]. "Gerardus Lothariensium dux" donated property to Echternach abbey by charter dated 11 Apr 1067 which names "uxoris mea Hadvidis filiique nostre Theoderici patris mei Gerhardi matrisque meæ Gislæ"[5]. According to the 14th century chronicle of Jean de Bayon, Duke Gérard was poisoned[6]. The Obituaire de Saint-Mansuy records the death "11 Aug" of "Gerardus dux"[7].
m HADWIDE de Namur, daughter of ALBERT I Comte de Namur & his wife Ermengarde of Lower Lotharingia [Carolingian] ([1005/10]-28 Jan [1080]). The Genealogica ex Stirpe Sancti Arnulfi names "Hadewidem et Emmam de Los" as the two daughters of "Ermengardis [filiæ Karoli ducis]" and as mother of "Theodericum ducem et Gerardum comitem fratres"[8]. It is likely that Hedwig was born during that latter part of the married life of her parents, given her own death in [1080] and her father's death before 1010. The Liber Memoriales of Remiremont records the donation of "Haduydis ducissa consentientibus filiis suis duce Teoderico atque comite Girardo"[9]. "Hadewidis ductrix" founded the abbey of Châtenois by charter dated to after 1075, confirmed "post obitum ductricis Hadewidis" by "dux Theodericus filius eius"[10].
[2] Notitiæ Fundationis Monasterii Bosonis-Villæ IV, MGH SS XV.2, p. 980.
[3] Notitiæ Fundationis Monasterii Bosonis-Villæ I, MGH SS XV.2, p. 978.
[4] Sommier, J. C. (1726) Histoire de l´église de Saint-Diez, E, p. 353.
[5] Beyer, H. (ed.) (1860) Urkundenbuch zur Geschichte der, jetzt die Preussischen Regierungsbezirke Coblenz und Trier bildenden Mittelrheinischen Territorien (Coblenz), Vol. I, (Mittelrheinisches Urkundenbuch I), 366, p. 423.
[6] Poull (1991), p. 22.
[7] Mavot, P. 'L'obituaire de l'abbaye de Saint-Mansuy-lès-Toul', Revue Mabillon XVIII 1928, p. 281.
[8] Genealogica ex Stirpe Sancti Arnulfi descendentium Mettensis 4, MGH SS XXV, p. 383.
[9] Hlawitschka, E. (ed.) (1970) Liber Memorialis de Remiremont (Berlin, MGH), p. 53.
[10] Laurent, J. (ed.) (1911) Cartulaires de l'abbaye de Molesme, Tome II (Paris), 119 and 127, pp. 120 and 126.
Bron: http://fmg.ac/Projects/MedLands/LORRAINE.htm#Gerarddied1070B
Gerard van Lotharingen (ca. 1030 - Remiremont, 14 april 1070) was hertog van Opper-Lotharingen.
Gerard volgde in 1047 zijn broer Adalbert op als graaf van de Elzas, Metz en Châtenois, toen die hertog werd van Opper-Lotharingen. Adalbert werd tot hertog benoemd in plaats van de opstandige Godfried II van Lotharingen maar werd in 1048 al door Godfried gedood. Gerard volgde toen zijn broer op als hertog maar werd al snel door Godfried gevangengenomen. In 1049 bemiddelde paus Leo IX een vrede in Lotharingen en werd Gerard vrijgelaten. Met steun van keizer Hendrik III wist Gerard zijn positie te versterken ten koste van Godfried en zijn bondgenoten.
In 1053 kwam Gerard op zijn beurt paus Leo IX te hulp tegen de Italiaanse Normandiërs. Gerard leidde een klein Duits contigent in het pauselijke leger dat zich in dat jaar wilde verenigen met een Byzantijns leger om de Normandiërs aan te vallen. Die wachtten echter niet af maar onderschepten het pauselijke leger op 18 juni 1053 bij Civitate (bij Foggia). Er werden besprekingen gevoerd maar de Normandiërs vielen ondertussen aan en hun rechtervleugel verjoeg een overmacht aan Italiaanse troepen van de paus. Ondertussen wisten de Duitsers, die ongeveer 2:1 in de minderheid waren tegen de resterende Normandiërs, hun tegenstanders in het nauw te brengen maar ze verloren de slag toen de rechtervleugel van de Normandiërs op het slagveld terugkeerde. Paus Leo IX werd gevangengenomen.
Gerard was voogd van de abdijen van Sint Pieter te Metz, Sint Maarten bij Metz, Sint Evre te Toul, Remiremont, Moyenmoutier en Saint-Mihiel. Deze voogdijschappen leidden tot conflicten met de bisschoppen van Metz, Verdun en Toul. Gerard bouwde kastelen in Prenay en Nancy (het begin van het middeleeuwse Nancy) om zo de verbinding tussen zijn noordelijke en zuidelijke bezittingen zeker te stellen. Tegen het einde van zijn leven kwam Gerard in conflict met lokale edelen. Hij overleed op een veldtocht tegen opstandelingen, volgens geruchten was hij vergiftigd. Hij werd begraven in de abdij van Remiremont. Met zijn bewind kwam een einde aan de turbulente geschiedenis van Opper-Lotharingen, zijn nageslacht regeerde tot 1755.
Gerard was een zoon van Gerard IV van Metz en Gisela. Hij was gehuwd met Hedwig Van Namen, dochter van Albert I van Namen, en werd de vader van:
Diederik II
Gerard I van Vaudémont.
Gisela
Beatrix van Lotharingen gehuwd met Stefanus I van Bourgondië
Als weduwe stichtte Hedwig een abdij in Châtenois, waar ze ook werd begraven.
Bron: Wikipedia
Gerard van Lotharingen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hedwig van Namen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
http://fmg.ac/Projects/MedLands/LORRAINE.htm#Gerarddied1070B