BP 1206 (Oirschot) okt 1435 sept 1436 folio tussen 15v 16r en 17v 18r
Jut, Aleit, Kathelijn en Marie natuurlijke dochters van Heer Henrick Bax, kapitteldeken in Oerscot
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1207 (Oirschot) okt 1436 sept 1437 folio 212r
Claes van der Heijden weduwnaar van Heilwich Wouter Peterss van den Kerckhoff en zijn kinderen: Henrick, Lucia, Lijsbeth, Baet en Heilwich
Jan van Aken
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1208 (Oirschot) okt 1437 sept 1438 folio 51v
Mathijs Mathijs Hozen
Jan en Henrick natuurlijke zoons van wijlen Jan Henrick Costers
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1209 (Oirschot) okt 1438 sept 1439 folio 76v
Wouter van den Nuwenhuijs
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1209 (Oirschot) okt 1438 sept 1439 folio 93v
Peter Stevenss van Castelre
Mr. Henrick van Vlierden
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1210 (Oirschot) okt 1439 sept 1440 folio 118r
Aert Boest
Lijsbeth natuurlijke dochter wijlen Heer Willem van Petersheijm, kanunnik in Oerscot
Ghijsbert Back
BP 1210 (Oirschot) okt 1439 sept 1440 folio 237v
Gevart Leunis van Achel
Lambert Jan Henrixss van Beerze
Dirck van den Hagelaer (erven van Geertruijt)
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1211 (Oirschot) okt 1440 sept 1441 folio 99r
Mr. Aert van Weilhusen
Henrick Daniels die Cromme
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1211 (Oirschot) okt 1440 sept 1441 folio 133r
Corstiaen Mathijs Hoze
Goijart Goijart Delijensoen
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Meeus Zuetrix
BP 1212 (Oirschot) okt 1441 sept 1442 folio 33r
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Gerit zoon wijlen Heer van der Aa, ridder (bezat de helft in een tiend van Oirschot)
Corstiaen Marhijs sHozen
Henrick Kepken zoon wijlen Gerit
BP 1212 (Oirschot) okt 1441 sept 1442 folio 42v
Gerit zoon wijlen Heer Willem van der Aa, ridder, bezat de helft in een tiend
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1215 (Oirschot) okt 1444 sept 1445 folio 179r
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlijerden
Lambert Janss van den Doern
Geertruijt Jan Boemhouders
Peter Stevenss van Castelre
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 123v
Willem Jorden Everits
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Willem Henrick Blaeck
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 160v
Lijsbeth natuurlijke dochter wijlen Heer Willem van Petershem, kanunnik in Oerscot
Jan Henrick Oemen soen
Jan Danielss van Vlierden
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 179r
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 197v
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden en haar kinderen: Jan, Daniel, Heilwich vrouw van Amelrijck Boet, Kathelijn en Margriet
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 197v
Jonker Jan van Petershem, Heer van Oerscot en Beke bezat hoeven, een windmolen, een watermolen, tienden op den Berch op Spoerdonck en andere tienden
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 197v
Jonker Jan, Heer van Merode
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 223v
Rutger Aertss van Ellaer
Willem Geritss van Crayelt
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Jan Smeeds
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 419v
Roelof Peterss van der Toerken
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 72v
Jonker Jan van Peterssem, Heer van Peterssem, Oerscot en Beke bezat 2 hoeven, 1 windmolen en 1 watermolen en die Thienden opten Berch of op Spoerdonck en andere tienden
BP 1217 (Oirschot) okt 1446 sept 1447 folio 72v
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden en haar kinderen: Jan, Daniel, Heilwich, Kathelijn en Margriet
Jonker Jan, Heer van Merode
Domicella Elisabeth relicta quondam Danielis de Vlierden cum tutore usufructum sibi ut dicebat
competentem in annua et hereditaria pactione viginti mediorum sigilinis mensure de Buscoducis solvenda hereditarie
Purificationis et in Buscoducis tradenda et deliberanda de et ex duobus mansis et molendinis uno
venti et alio aquali domicelli Johannis de Peterssem, domini temporalis de Peterssem, de
Oerscot et de Beke, sitis in parrochia de Oerscot, atque ex decimis dictis die thienden
opten Berch sive op Spoerdonck, atque ex aliis decimis ad dictum domicellum
Johannem in dicta parrochia spectantibus ubicumque locorum, insuper ex universis aliis
bonis dicti domicelli Johannis in dicta parrochia consistentibus, sitis aut solvendis, quam pactionem magister
Martinus de Zoemeren ad opus dicti Danielis erga dictum domicellum Johannem acquisierat
emendo prout in litteris legitime supportavit Johanni de Vlierden pro se ad opus sui et ad opus
Danielis, Heilwigis, Katherine et Margarite liberorum domicelle Elisabeth et
quondam Danielis predictorum cum dictis litteris et iure promittens cum tutore super omnia et habenda ratam
servare et obligationem et impositionem ex parte sui deponere. Testes Kepken et Hoesch. Datum
quarta februarii.
Vertaling JP Ouweltjes:
Jonkvrouw Elisabeth, weduwe van wijlen Daniel van Vlierden draagt over aan Jan van Vlierden, haar zoon, ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van Daniel, Heilwig, Katherine en Margriet, de kinderen van Elisabeth en wijlen Daniel voornoemd, de tocht in een erfpacht van 20 mud rogge Bossche maat, te betalen met lichtmis, te leveren uit twee hoeven en twee molens, de ene een windmolen en de andere een watermolen van heer Jan van Peterssem heer van Peterssem en heer van Oirschot en Beek, liggende in de parochie van Oirschot, alsmede uit tienden genoemd die thiende opten berch op spardonck, alsmede uit andere andere tienden van genoemde heer Jan in genoemde parochie [...], alsmede uit andere goederen van genoemde heer Jan in genoemde parochie, welke erfpacht Martin van Zoemeren ten behoeve van Daniel van heer Jan had verworven.
Johanna Lippen werd, bij overgave van Johan
van Vlierden, haar toekomende man, en ingevolge haar
huwelijkscontract, met de goederen van Oudenhoven en hetgeen
daartoe behoort te Oirschot beleend, op wiens lijftocht
Lijsbeth van Peetssem, weduwe wijlen Daniël van Vlierden
afstand doet. (n°. 341. bl. 70).
Daniël van Vlierden, zoon van Daniël en Elisabeth
van Petershem. Hij wordt genoemd in B. S. A. 1480,
R. 75, bl. 48; 1484, R. 79, bl. 42; 1485, R. 81, bl. 6,
alsmede in N°. 341, bl 70, der Registers van het Leenhof
van Brabant," waarin wordt vermeld dat hij 26 Maart
1450 voor zijne grootmoeder Margaretha Zuetrix, bij den
dood van Bartholomeus Zuetrix zijn oudoom, met het
goed Bijstervelt wordt beleend. In 1454 was hij overleden,
zooals blijkt uit een stuk van 16 Sept. van dat jaar,
waarbij zijne, zonen Daniël en Willem, hieronder sub h
en e vermeld, bij den dood huns vaders worden beleend
met de helft der goederen van Audenhoven. (Register
L. v. B. NO. 341, bl. 141).
BP 1223 (Best) okt 1452 sept 1453 folio 310v
(Aerle, cijns uit hoeve "Nijenrot")
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Tielman Aert Tielmans
BP 1223 (Oirschot) okt 1452 - sept 1453 folio 234r
Heer Henrick Buck, kanunnik in Hilvarenbeek
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1223 (Oirschot) okt 1452 sept 1453 folio 318r
Lijsbth weduwe van Daniel Danielss van Vlierden geeft als huwelijksgift aan haar schoonzoon Jan Jueten, man van Kathelijn, haar tocht in een cijns van 100 pond paijment op Lichtmis uit de hoeven die Vloeten Ellaerin de herdgang van Spoerdonck, 24 juni 1453
BP 1225 (Oirschot) okt 1454 sept 1455 folio 301r
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden en haar zoon Daniel
Jacop Janss van Boert
Broeder Jan zoon van Mr. Aert van Weilhusen, kloostering van Porta Celi
BP 1226 (Oirschot) okt 1455 sept 1456 folio 391r
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden en haar zoon Daniel
Jacop Janss van Boert
Jan Jueten (bezit goederen in de ammanie van Brussel) man van Kathelijn dochter van wijlen Daniel van Vlierden en Jonkvrouw Lijsbeth (folio 390v)
BP 1227 (Oirschot) okt 1456 sept 1457 folio 111v
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Jan Engelensoen
Jan Dirck (Dirx) Ansemss (folio 112r)
Jan Willem Vos
BP 1230 (Oirschot) okt 1459 sept 1460 folio 24r
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden en haar schoonzoon Henrick Moel Haubrakens man van Margriet, uitspraak na onenigheid over bruidschat
BP 1230 (Oirschot) okt 1459 sept 1460 folio 24r
Mees Suetrix en Meeus die Momber, scheidsrechters gekozen door Jonkvrouw Lijsbeth
BP 1230 (Oirschot) okt 1459 sept 1460 folio 24r
Willem die Rode schout te Bucstel en Jan Smeeds scheidsrechters gekozen door Henrick Moel
BP 1231 (Oirschot) okt 1460 sept 1461 folio 182v
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden en haar schoonzoon Amerlijck Boet, man van Heilwich
BP 1234 (Oirschot) okt 1464 sept 1465 folio 18v
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel Danielss van Vlijerden
Henrick Moedel Houbraken
P 1236 (Oirschot) okt 1466 sept 1467 folio 227r
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden en haar schoonzoon Henrick Moedel van Houbraken, man van Margriet
BP 1242 (Oirschot) okt 1472 sept 1473 folio 61v
Jonkvrouw Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Jacop Janss van Baest
Broeder Jan zoon van Mr. Aert van Weilhusen, kloosterling van Porta Celi bij Den Bosch
BP 1246 (Oirschot) okt 1476 sept 1477 folio 279v
De Zusters van Caudewater te Roesmalen
Lambert Janss van den Doern
Geertruijt Jan Boemhouders
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
BP 1258 (Oirschot) okt 1488 sept 1489 folio 75v
Lijsbeth weduwe van Daniel van Vlierden
Roelof Peterss van den Thoerken
Jan Jan Daniels van Vlierden
310 1436-02-10. 1436 februari 10 anno Domini millesimo quadringentesimo tricesimo quinto
Johan, zoon van Theodoor Dirk Ansemszn, heeft overgedragen, voor schepenen van 's-Hertogenbosch, aan Arnold van Weilhusen, voor Elizabeth, weduwe Daniël de Vlierden: roggepacht uit goederen in Oirschot
Origineel inventarisnr 331
Met schepenzegel Arnold Heym, dat van Johan Spierink is verloren
322 1437-07-27. 1437 juli 27
Nicolaus van der Heijden, weduwnaar van Heilwig, dochter van Wolter, zoon van Petrus van den Kerkhof, heeft overgedragen, voor schepenen van 's-Hertogenbosch, aan zijn kinderen Henrik, Lucia, Elizabeth, Bathe en Heilwig:
vruchtgebruik roggepacht uit perceel beemd in Spoordonk bij de Hostat en van roggepacht uit huis en tuin in Spoordonk, waarna laatstgenoemden de eerstgenoemde roggepacht overgedragen hebben aan Arnold van Weilhusen, ten behoeve van Elizabeth, weduwe Daniël de Vlierden
Origineel inventarisnr 326
Schepenzegels Johan Monix en Nicolaus de Beerze zijn verloren
330 1437-09-23. 1437 september 23 in loco capitulari predicte ecclesie sancti Petri Oirscotensis
Notaris Johan van Andel, geestelijke van Utrecht, instrumenteert dat Margaretha Zuetrix, dochter wijlen Johan / en Elizabeth, weduwe Daniël de Vlierden, kapelanie gesticht hebben op altaar Heilig Kruis in kerk van Oirschot, waarbij ze nadere voorwaarden gesteld hebben en waarvoor ze roggepachten geschonken hebben uit goederen, onder andere in Hedel en Stratum / uit Auden Akker in Aarle en Hofstat in Spoordonk, alle in Oirschot / uit goederen in Deurne onder Vlierden in Berschot / uit goederen in Eindhoven, onder goedkeuring van deken en kapittel;
getuigen: Petrus Krom, deken van Sint-Jan in 's-Hertogenbosch, en Leonius de Rijsingen, rector van de Onze Lieve Vrouwekapel in Oirschot
Origineel inventarisnr 328
Authentieke kopie inventarisnr 1 folio 4 - 5v
Kopie inventarisnr 6 folio 8 - 10v
Uitgegeven (naar inventarisnr 1) in Frenken, 'Documenten', 237 - 239
Schepenen van 's-Hertogenbosch oorkonden, dat Christian, zoon wijlen Mathias Shozen, overgedragen heeft aan Wolter van den Nieuwenhuis voor Elizabeth, weduwe Daniël de Vlierden:
erfpacht van 2 mud rogge uit 1/2 tiend in Oirschot, die toebehoorde aan Gerard, zoon wijlen Wilhelm de Aa, ridder
Origineel (inventarisnr 451)
Met schepenzegel Johan van Ouden, zoon van Wilhelm, dat van Jacob Monic is afgevallen
360 1446-12-20. 1446 december 20 in Oirschot in domo inhabitacionis dicte domicelle Elizabet
Notaris Wilhelm de Audenhoven, Luiks priester, instrumenteert dat domicella Elizabeth de Petersem, weduwe Daniël de Vlierden, tot zieleheil van haar ouders / weldoeners / vrienden / vader Wilhelm de Petersem, kanunnik van Oirschot / man, mede tot vergroting van stichtingsgoed altaar van Heilig Kruis in kerk van Oirschot, dat zij onlangs gesticht heeft, overgedragen heeft aan Johan Zuetrix, priester, als rector en bezitter van dat altaar:
roggepacht uit goederen in Oirschot, waarbij als getuige onder meer aanwezig was Leonius de Reisingen, priester
Origineel inventarisnr 331
In het jaar 1463, 12 december, is door de schout van Kempenland en de schout van de heer van Oirschot met de schepenen van Oirschot de volgende afspraak vastgelegd tussen Amelrijck Boot, Jan Jueten, Daniel van Vlierden, met Jofrrouw Lisbeth zijnde de moeder van die kinderen. Joffrouw Lisbeth van Vlierden zal met haar voogd en haar zoon Daniel naar Den Bosch gaan of in Oirschot komen danwel in welke plaats ook waar zulks nodig is, op kosten van de partijen en daarbij zal die ten behoeve van Amelrijck Boots en ten behoeve van Jan Jueten die elk een jaarpacht beloven van 13 mud rogge, ofwel de geldswaarde daarvoor en dat zal in mindering komen op de huwelijkse voorwaardes en daarvoor zal Joffrouw Lisbeth hen de brieven overhandigen. En eveneens zullen deze Jan en Amelrijk, na de dood van Lisbeth, zolang in de erfenis niet meedelen totdat Daniel, Henrik Moel Haubraken en de kinderen van Jan van Vlierden ook ieder 13 mud rogge zullen hebben gehad. Men belooft wederzijds deze afspraak na te komen op straffe van een boete van 25 Rijnsguldens, de helft voor de heer en de helft voor de partij die de overeenkomst nakomt. Indien Jan iets van het bezit verkoopt moet hij uit de opbrengst daarvan 5 mud rogge aflossen aan Jacop van Boert, en Amelrijck zal op de zelfde wijze sommige pacht aflossen aan Henrick Moel Haubraken, nog een mud rogge aan Goijaert den Helmsleger. Verder zullen Jan en Amelrijck genoemde Joffrouw Lisbeth vrijwaren voor diegenen aan wie verkocht zal worden. Datum 13 december 1463, getuigen alle schepenen en de schouten.
Verschenen is Joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd hierin en verhuurt hierbij aan haar neef Daniel Willems van Petershem die voor een termijn van 6 jaar (akte is niet afgemaakt en doorgestreept, JT)
Verschenen is Americ Boot als man van Heijlwich dochter van wijlen Daniel van Vlierden en verkoopt hierbij met schepenbrieven aan Willem Everaerts Rolofs die een pacht van een half mud rogge, Oirschotse maat, en nog een jaarlijkse rente van 4 oude guldens per jaar, welke pacht en rente een zekere Jan genoemd van den Doeren had verkregen van (er staat 'tegen', JT) Dirck van Aerle, conform schepenbrieven van Oirschot. Verder verkoopt hij hem nog een pacht van 3 mudde rogge, Oirschotse maat, die Jan (van den Doeren, JT) eerder ook van deze Dirck van Aerle had gekocht. Deze pachten en rente had Americk weer verkregen van Joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden voor zijn kindsdeel in de erfenis. Americk, mede namens Henrick Moel (Haubraken, JT), Jan Jueten, Daniel van Vlierden en namens Joffrouw Jannen weduwe van Jan van Vlierden, belooft aan Willem Everaerts deze verkoop altijd gestand te zullen doen en de pacht en de rente te garanderen. Datum 25 maart 1464 (geen getuigen vermeld)
Verschenen is Joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd en ze verpacht hierbij aan Diederick Aerts van Ellaer die voor een periode van 6 jaar, welke pacht ingaat per a.s. Martia Lichtmisdag over een jaar, een huis, tuin, met het Roedsland en de Doerkensakker, gelegen in Oirschot herdgang de Notel. De pacht bedraagt 11 mud rogge per jaar, Oirschotse maat. Verder moet Dirk elk jaar 8 vijmen dakstro op het huis leggen en daarvan zal Joffrouw Lisbeth hem 4 vijm leveren, verder zal Joffrouw Lisbeth hem nagellatten leveren, legroedes en het dagloon van de dekker betalen etc.. Indien Dirk een zolder in het huis wil maken zal joffrouw Lisbeth hem daarvoor planken, ribben en nagels leveren.
Verder belooft Joffrouw Lisbeth de pacht te garanderen voor deze 6 jaar. Als Dirck enige last op zijn gepachte bezit zou ondervinden of als er lasten op drukken, dan staat Joffrouw Lisbeth daar garant voor. Dirck zal het laatste jaar eindigen op 28 juni en mag geen russen steken in de groes binnen..... buiten de heide maaien.....(erg onduidelijk de laatste zin vanwege gehavend papier, JT) . Datum 22 juni 1464, getuigen als boven.
Voetnoot :
Nog een brief van de verpachting. (dienstaantekening om een extra exemplaar te maken, JT.)
Verschenen is hier Joffrouw Lijsbeth van Vlierden met haar voogd hierin en ze verhuurt nu voor een periode van 6 jaar lang, twee stukken land aan Daniel van Petershem, zijnde haar neef. Het ene stuk land is genoemd de Geeskensakker, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Lisbeth Jan Aerts, Dirck Goessens, de gemeenschappelijke straat. Nog verhuurt ze een akker genoemd de Voederam, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Godevaert Harnismakers, de straat, Lisbeth Joerden Smeeds. De huur bedraagt 10 peters van elk 18 stuivers en nog een Bosch mud rogge en 2 partijen turf, die de pachter in Oierschot moet leveren op de plek waar Lijsbeth wil, te voldoen per a.s. Pinksteren over een jaar. Datum 13 november 1464, getuigen Claes Oudenhoven en Onstaden.
Verschenen is Joffrouw Lisbeth van Vlierden met haar voogd en heeft aan haar neef Daniel beloofd dat in het geval er bepaalde lasten voor Daniel zouden ontstaan, dat ze dat zelf voor haar rekening zal nemen. Actum als boven.
Verschenen is Daniel van Vlierden en heeft beloofd aan Henrick Loijen dat in het geval er lasten of kosten zijn inzake een pacht van 2 mud rogge lijfrente, die Joffrouw Lisbeth (van Vlierden, JT) op haar persoon en op persoon van haar dochter Kathalijn aan Henrick had beloofd, dat hij Henrick daarvoor zal vrijwaren. Datum 15 juni 1465, getuigen Vos en Huijskens.
Verschenen zijn joffrouw Elisabeth weduwe van Daniels van Vlierden met haar voogd daarin, verder Daniel zoon wijlen genoemde Daniel van Vlierden en verkopen nu aan Willem Gerarts van Creijelt die een pacht van 2 mud en 1 lopen rogge per jaar, maat van Oirschot, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin en weiland, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. Heijn Dirck Goessens, Jan Smeets, Aert van Ellaer, de gemeenschappelijke straat. Deze pacht van 2 mud en 1 lopen rogge had joffrouw Lisbeth eerder gekocht van Rutger Aerts van Ellaer en was door genoemde Willem van Creijelt aan deze Rutger beloofd. Joffrouw Lisbeth en Daniel beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. Datum 13 mei 1466, getuigen Geerlick en Dirck Huijskens.
Verschenen is Daniel van Vlierden onze collega-schepen en verder Joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden ( moeder dus van de schepen hier, JT) met haar gekozen voogd hierin en ze beloven samen aan Dirck Aerts van Waelwijck ten zijnen behoeve en ten behoeve van diens vrouw Eva dochter van Goijaert Delien, die voortaan jaarlijks een mud rogge te gaan betalen, maat van Oirschot, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land gemoemd dat Roedsland gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Goijaert Goijaert Delien, Maes van der Ameijden, Henrik Moels, Henrick Costers, de gemeenschappelijke straat. Genoemde Daniel en joffrouw Lisbeth beloven het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rogpacht. Indien genoemde Dirck en diens vrouw Eva beiden zijn komen te overlijden, dan versterft de rogpacht weer op genoemde Daniel of op genoemde joffrow Lisbeth of op hun erfgenamen na hen. Actum als boven.
Verschenen is hier joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd hierin, verder haar zoon Daniel Daniels van Vlierden, onze collega-schepen, en ze hebben nu beloofd aan Hadewijch als natuurlijke dochter van wijlen heer Henrick Joerdens, priester, ten behoeve van Jan en Katalijn haar natuurlijke kinderen die ze had verwkt bij wijlen heer Jan Zuetericks, priester, die voortaan 2 mud rogge te gaan betalen, Oirschotse maat, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land genoemd dat Rodsland, gelegen in Oirschot herdgang de Notel. b.p. Marie en kinderen van van der Ameijden, Goijaert Goijaert Delien, Henrik Costers, de gemeenschappelijke straat. Nog op onderpand van een stuk land genoemd de Moelsboroeken, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. het erf dat eerder van heer Lonis van Rijsingen, priester was, het erf dat eerder van Joerden van Roij was, het erf eerder van Henrick Reijnkens, Henrik Belaerts en diens kinderen. De genoemde schuldenaars beloven de onderpanden in goede staat te houden voor de betaling van de rogpacht. Maar Hadewijch zolang ze leeft houdt er zelf het vruchtgebruik van. Indien een van de beide kinderen komt te overlijden zonder wettig nageslacht te hebben, dan versterft dat deel van de pacht op de langstlevende van hen beiden. Datum 24 maart 1467, getuigen Willem van Geldrop en Jacop van Dormalen.
Verschenen is joffrouw Lisbet weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd en nog haar zoon Daniel Daniels van Vlierden en ze belooft nu aan Gerard Mathijs Huijskens die 1 mud rogg te gaan betalen, Oirschotse maat, steeds vervallend op Maria Lichmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang de Notel, b.p. Goijaert Delien, de kinderen van de familie van der Ameijden, Steven Leemans, Heijn Costers(?), Henrick Molen, de gemeenschappelijke straat. Joffrouw Lisbeth belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rogpacht. Gerart mag de pacht net zolang ontvangen als Jan Augustijns van Ruth en diens wettige vrouw Kathalijn Joerden Doeijts in leven zijn en als deze Jan en Kathalijn beiden zijn komen te overlijden, dan versterft de pacht weer op joffrouw Lisbeth, haar zoon Daniel of op hun erfgenamen na hen. Datum 27 maart 1468, getuigen Vos en Joerden. (Het lijkt erop dat wijlen Daniel van Vlierden, man van Lisbeth, deze rogpacht eerder zelf had beloofd aan Jan Augustijns van Ruth, maar het is mogelijk dat Jan Augustijns van Ruth zelf een verplichting had aan Gerard Mathijs Huijskens, zodat die nu de rogpacht mag innen, JT)
Verschenen zijn hier Bartholomeus die Momboer, Lonis van Lanckveld en Willem Bierkens als ingeschakelde arbiters in het conflict tussen Joffrouw Lisbeth van Vlierden en haar zoon Daniel ter ener zijde en Joffrouw Johanne Lippens met haar zoon Jan ter andere zijde. In de eerste plaats bepalen wij dat Joffrouw Lisbeth van Vlierden aan haar neven zijnde de kinderen van Jan van Vlierden, de jaarpacht moet garanderen van 13 mud rogge, op goede onderpanden, welke pacht haar neven na haar dood zullen heffen, zoals zij eerder ook aan haar zwager Henrick Moel Habraken haf gedaan. Verder bepalen wij dat genoemde joffrouw Lisbeth daarvan haar leven lang het vruchtgebruik zal blijven behouden en de brieven daarover zullen in bewaring worden gegeven bij het kapittel van Oirschot en ze zal die daar overhandigen tussen nu en a.s. Pasen en komen daarna dan aan haar neven, die daarnaast ook gewoon hun kindsdeel krijgen. Verder zal genoemde joffrouw Lisbeth een behoorlijke inventaris laten opmaken inzake alle rentes en pachten waarop haar man toen hij stierf recht had en daarvan moet ze aan haar neef Jan een kopie geven. De brief aangaande het leengoed de hoeve van Oudenhoven en alle andere dokumenten daarover zal ze tussen nu en a.s. St. Maartensdag aan haar neef Jan overhandigen. Omdat genoemde Daniel van Vlierden een derde man is in (met 3 man gerechtigd?, JT) in alle andere chijjsgoederen, zullen Henrick en Daniel haar neven haar daarover een officiele vidimusakte overhandigen op haar kosten op te maken tussen nu en a.s. Kerstmis. Verder zal joffrouw Lisbeth het bezit van de hoeve van Oudenhoven overdragen aan genoemde Joffrouw Johanna van Vlierden (Lippens, JT) en die mag dat bezit in vrede bezitten, zoals Joffrouw Johanna tot aan de dag van vandaag heeft gehad, zonder enige lasten voor haar daarin. Als er twist ontstaat over het Tregealer, tussen haar en haar zwager Daniel van Vlierden, dan wordt bepaald dat joffrouw Johanna dat zal mogen blijven gebruiken maar men mag er niet meer turf uit winnen, dan haar pachter tot nu toe steeds heeft gedaan en niet meer dan 30 voeders en ook niet langer als de termijn loopt waarvoor Daniel heeft verhuurd gehad. Verder moeten Daniel van Vlierden en Henrick Habraken ook genoemd Moel, aan Jan en joffrouw Johanna, kinderen van Jan van Vlierden beloven dat ze hen altijd zullen vrijwaren voor de belofte die wijlen hun vader Jan van Vlierden heeft gedaan, inzake de aflossing van een pacht van 20 muddes rogge per jaar, die eerder door de jonker van Petershem waren beloofd. Verder moet joffrouw Johanna van hiervoor aan Joffrouw Lisbeth van Vlierden die een hoeveelheid van 27 mudde rogge leveren, Oirschotse maat en in Oirschot te leveren, waarvan per a.s. Maria Lichtmisdag. 9 mud rogge, per Maria Lichtmisdag anno jaar 1469 (moet zijn 1470, JT) ook 9 mud rogge en Maria Lichtmisdag anno 1470 (moet zijn 1471. JT) nog 9 mud. Verder bepalen wij dat Joffrowu Lisbet en haar zoon Daniel ter ener zijde en Joffrouw Johanne en haar zoon Jan, als kinderen ter andere zijden, verder geen problemen meer met elkaar veroorzaken over de kwesties die ze tot nu toe met elkaar hadden. Indein er enige onduidelijkheden zijn dan behouden de arbiters zich het recht voor om daarover later uitleg te geven. Datum 25 september 1468, getuigen Vos eN Joerden Cleijnael.
Verschenen is hier joffrouw Lisbeth van Vlierden weduwe van Daniel van Vlierden en verklaart dat ze van joffrouw Johanna van Vlierden weduwe van Jan van Vlierden een pacht van 9 mud rogge heeft ontvangen, maat van Oirschot die joffrouw Johanna haar eerder had beloofd, te voldoen de eerstvolgende Maria Lichtmisdag van het jaar 1469, na de uitspraak ervan in het conflikt tussen hen beiden. joffrouw Lisbeth geeft nu kwijting voor die 9 mud. Datum 26 januari 1469, getuigen Dirck Goessens en Gielis Snellaerts. (het conflict speelde al geruime tijd, de uitspraak van de bemiddelaars daarover was op 25 september 1468, JT)
Ik, joffrouw Lisbeth van Vlierden verklaar dat ik van mijn neef Daniel Jans van Vlierden middels Henrick de Bont vanwege joffrouw Jannen van Vlierden een termijn van 9 mud rogge heb ontvangen, Oirschotse maat, die men mij had toegezegd in een uitspraak van arbiters zijnde 27 mud in totaal, steeds op Maria Lichtmisdag 3 jaar lang en ik heb daar nu 2 termijnen van ontvangen ( dus 1470 en 1469, JT). Ik geef hierbij kwijting aan joffrouw Jannen en aan ieder die kwijting behoeft. Akte is als oorkonde opgemaakt. Datum 21 januari 1470, getuigen Dirck Ellaer en Dirck Huijskens.
Komen is joffrouw Lisbeth, weduwe van Daniel van Vlierden net haar voogd en verkoopt aan Laureijs Jacops van Baest, ten behoeve van Jacop van Boert een stuk heiveld gelegen in herdgang de Notel, b.p. het erf eerder van joffrouw Lisbeth Dirck Neven (Boots, JT), Henrick Moel Haubraken zijnde haar zwager, de gemeenschappelijke straat. De verkoopster belooft alle lasten van haar kant af te handelen. Datum 26 januari 1471, getuigen Vos, Henrick de Hoppenbrouwer en Daniel. (is een belening, zie volgende akte, JT).
Komen is Jacop van Boert en belooft genoemde joffrouw Lisbeth en haar voogd, dat ze het bezit weer tussen nu en a.s. Pasen mag aflossen ,zijnde een stuk heide gelegen in herdgang de Notel dat Jacop in de vorige akte van haar heeft gekocht, tegen betaling van 36 rijnsguldens en 2 stuivers, elke rijnsguldens van 20 stuivers of in ander goed geld. Actum als boven.
Komen is joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd en verkoopt aan Daniel Aert Michiels (Steemetsers, JT) een huis, tuin etc., gelegen in herdgang de Notel, samen met het Roedsland en de Doerkensakker, b.p. de kinderen van Aert van der Ameijden, de gemeenschappelijke straat, Goijaert Helmslegers die ook wel Goijaert Delien wordt genoemd, Henrick Moels. De verkoopster beloloft alle lasten af te handelen, behalve 13 pond paijment van elk 7 stuivers aan de erfgenamen van Herman van den Akeren, nog 8 stuivers per jaar aan het kapittel van Oirschot, nog 8 stuivers per jaar aan de oude kapelaans, nog jaarlijks 14 stuivers aan de H. Geest van Oirschot, anderhalf mud rogge per jaar aan Henrick van de Hoevel, 2 en een half mud rogge per jaar aan Hadewich dochter van heer Henrick Joerdens en haar natuurlijke kinderen die ze had verwekt bij wijlen heer Jan Zuetericks, priester. Datum 22 mei 1472, getuigen Gerard Mathijssen en Dirk de Hoppenbrouwer.
Komen is joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd en met haar zoon Daniel en beloven aan heer Henrick Belaerts, priester, ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van zijn zusters Heijlwig en Margriet, wettige kinderen van wijlen Henrick Belaerts, die voortaan jaarlijks een rente van anderhalve rijnsgulden te gaan betalen, genoemd Overlandsche guldens, elke gulden van 20 stuivers, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag op onderpand van een eeuwsel, gelegen onder Boterwijk ter plaatse genoemd het Moelsbroek, welk eeuwsel eerder eigendom was van Frank Scheers, b.p. het erf eerder van Willem Janssen van Roij, het erf eerder van wijlen Lonis van Rijsingen, Baet weduwe van Henrick Oesten en haar kinderen, Rutger Belaerts en Heijlwig Belaerts. Joffrouw Lisbeth met haar voogd en haar zoon beloven het onderpand in in goede staat te houden voor de betaling van de rente van anderhalve rijnsgulden. Actum als boven.
Komen is Jan natuurlijke zoon van heer Jan Zuetericks, priester en nog zijn zuster Katalijn natuurlijke dochter van genoemde heer Jan met haar voogd hierbij, en verkopen met schepenbrief van Oirschot aan heer Joerden Jans van Geldrop, kanunnik van de St. Petruskerk te Oirschot, een pacht van 2 mud rogge, maat van Oirschot, welke pacht joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd en haar wettige zoon Jan samen hadden beloofd aan Hadewijch natuurlijke dochter van heer Henrick Joerdens, priester ten behoeve van genoemde Jan en Katalijn haar natuurlijke kinderen (verwekt bij Jan Zueteriks, JT). De pacht steeds op Maria Lichtmisdag te betalen op onderpand van een stuk beemd genoemd dat Roedsland, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Marie van der Ameijden en haar kinderen, Goijaert Goijaert Delien, Henrick Costs, de gemeenschappelijke straat. Nog op onderpand van een eeuwsel, genoemd dat Moelsbroek, gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. het erf dat eerder van heer Lonis van Rijsingen priester was, het erf eerder van Joerden van Roij, het erf eerder van Henrick Reijnkens, Henrik Belaerts en zijn kinderen. De verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. Datum 13 november 1473, getuigen Geldrop en Dormalen.
Verschenen is joffrouw Lisbeth weduwe van Daniel van Vlierden met haar voogd en heeft eerder met een schepenbrief van Oirschot haar achterstand aangetoond inzake een jaarlijkse rente van 12 en een halve gouden peters, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag zolang ze leefde, op onderpand van bepaald bezit. Ze heeft dat bezit verkregen met een vonnis van Oirschot en draagt dat bezit nu over aan haar zoon Daniel, onze collega-schepen, samen met alle achterstand ook in de rente etc. Ze belooft alle lasten van haar kan daarin af te handelen. Datum 1 februari 1474, getuigen Cleijneel en Vos.
Zij is getrouwd met Daniel van Vlierden.
Zij zijn getrouwd voor 1421.Bron 2
Kind(eren):
Liesbeth Willem van Petershem | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
< 1421 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Daniel van Vlierden | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Regesten vrijwillige rechtspraak Oirschot 1463-1640 van Jan Toirkens en Kapittel Oirschot op www.archieven.nl
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm
http://www.knggw.nl/raadplegen/de-nederlandsche-leeuw/1904-22/36/
http://www.knggw.nl/raadplegen/de-nederlandsche-leeuw/1904-22/35/
Kapittel van Oirschot op www.archieven.nl
Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631 op www.archieven.nl
Regesten vrijwillige rechtspraak Oirschot 1463-1640 van Jan Toirkens