In 1552, 1555, 1558, 1561
... het goedt van Kerckhoven bij Lucas Ekerschot verheven voor schepenen van Oisterwijck op de 7 Octob. 1606 ... geleijck den voorsz Frans Hendricksen Eckerschot bij deijling van Hendrick Hendricksen ende Agnese van Amersoijen sijne huijsfvrou gemaeckt, gepasseert voor schepenen der vrijheijt van Oisterwijck voorsz opden 9e Maert 1611..
Henrick zoon wijlen Henrick Goijaerts ( Scabroeks is doorgestreept ), heeft beloofd om voortaan aan Heijmerick Claes Scepens die een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen steeds vervallend op 31 mei op onderpand van een huis, tuin, grond etc. genoemd dat Eeckerschot ( hij is dus familie van de bekende Goijaert Goijaerts in 't Eeckerschot, vraag is of men eerder de naam Scabroeks voerde JT ), gelegen in herdgang Hedel, b.p. de gemeenschappelijke straat, Peter Henricks van de Schoot en meer anderen, Simon die Cort, Mathijs Brouwers, Joest Jan Gerits. Datum 31 mei 1550, getuigen Lauwer en Jan die het aandroegen.
In marge :
Deze 3 gulden per jaar zijn afgelost door Jan Wouter Denis, getuigen Wouter de Crom als schepen op 30 november 1612, ondertekend door Wouter Ariens de Crom.
De rente is altijd aflosbaar op 31 mei van elk jaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 50 gulden en de achterstallige termijnen. Datum en getuigen als boven.
Voor de voltallige schepenbankvergadering is verschenen Mathijs zoon wijlen Willems Sbrouwers en heeft aan de stadhouder van de schout van Kempenland verzocht dat wij als schepenen volgens het Oirschotse recht voogden over zijn minderjarige kinderen verwekt bij Elisabeth dochter van wijlen Henrick Goijaerts, aangesteld zal krijgen. Daarvoor heeft hij zelf voorgedragen Henrik de wettige broer van vermelde Thijs Willem Brouwers en Henrik de wettige broer van genoemde Elisabeth. Na aanwijzing hierover van de stadhouder hebben wij bij vonnis bepaald dat deze stadhouder namens de heer van Oirschot 2 voogden zou benoemen die het bewind zullen voeren over het bezit van genoemde kinderen. Daarna zijn de 2 personen van hiervoor door de stadhouder als zodanig benoemd en is hen opdracht gegeven om het bezit van die kinderen zo goed mogelijk te beheren. Datum 9 december 1550, getuigen alle schepenen.
Voor de voltallige schepenbank zijn verschenen Henrik zoon wijlen Willem Sbrouwers en Henrik zoon wijlen Henrik Goijaerts als aangestelde voogden van de wettige minderjarige kinderen van Mathijs zoon wijlen Willem Sbrouwers en diens vrouw Elisabeth dochter wijlen Henrick Goijaerts en hebben aan de stadhouder van de schout van Kempenland verzocht om toestemming te krijgen voor een boedelverdeling van het bezit dat aan deze Elisabeth en haar kinderen is nagelaten door wijlen Henrick Goijaerts en diens vrouw, zijnde de ouders van deze Elisabeth. Na aanwijzing hierover door de stadhouder hebben wij als schepenen bij vonnis bepaald dat genoemde voogden in hun hoedanigheid door de familie en door de buren die kennis dragen van het betreffende bezit, dat die dat bezit zouden delen en daarvan loten of erfdelen maken naar eer en geweten zoals hen dan zal believen te doen. Nadat zulks is gebeurd moeten ze dan voor schepenen en de klerk verschijnen waar al die gemaakte loten neergelegd zullen worden en hetgeen hen dan wordt toebedeeld, zullen partijen dienen na te komen waarbij de ene erfgenaam afstand doet van aanspraken op de andere erfgenamen en verder moet men alles doen zoals dat in Oirschots recht dient te gebeuren. Datum 10 december 1550, getuigen alle schepenen.
Henrick zoon wijlen Henrick Goijaerts in Deeckerschot als man van Agnesen van Amersoijen en Arien zoon Jans van Luiteren als man van Catharina van Amersoijen wettige dochters van wijlen meester Everaert van Amerzoijen hebben samen machtiging gegeven aan Everden van Ammerzoijen om namens hen de twee achtste delen over te dragen van een huis gelegen in St. Oedenrode dat genoemd wordt, volgens het leenboek daarvan, 'het derde deel van Mijns Genadigs Herenhuis', dat zij ieder voor een achtste deel daarvan hebben geerfd van wijlen heer Goijaerden van Sceijnveld scholasticus te St. Oedenrode. Het bezit zal worden verkocht aan Lenaert zoon Roelof van Haestrijck en de opdrachtgevers beloven alles na te zullen komen wat door hun gemachtigde zal worden gedaan en hem daarvoor vrijwaren. Datum 28 februari 1552, getuigen Henrick Hoppenbrouwers en Ven.
Henrick zoon wijlen Henrik Goijaerts in Deeckerschot en Arien zoon van Jans van Luijteren hebben samen en ieder hoofdelijk van hen machtiging gegeven aan Everden van Amerzoe, om namens hen het derde deel van het huis gelegen onder St. Oedenrode, genoemd volgens het leenboek daarover, 'het huis van de genadige heer'( van de Hertog ) over te dragen en te verkopen ten behoeve van Leenaerden zoon van Roelofs van Haestrijck. De opdrachtgevers beloven alles na te zullen komen wat door de gemachtigde zal worden gedaan terzake van dit transport en zullen de gemachtigde daarvoor vrijwaren. Datum 28 februari 1552, getuigen Hoppenbrouwer en Ven, door mij ondertekend ( R. van der Ameijden, secretaris ).
In marge :
Veranderd ( akte is doorgestreept )
Henrick zoon wijlen Henrick Goijaerts in Deckerschot als man van Agnese van Amersoijen en Arien zoon Jans van Luijteren als man van Catharina wettige kinderen van wijlen meester Everden van Amersoijen verwekt bij Catharina dochter van wijlen Jans die Gruijter hebben hierbij machtiging geven aan Everden van Amersoijen om namens hen voor schepenen van Den Bosch aan Lenaerden van Haestrijck aldaar een huis, tuin etc. over te dragen en te verkopen in St. Oedenrode, gelegen naast het kerkhof van St. Oedenrode, de Borchgraaf, de St. Oedenstraat, waarin wijlen heer Goijaert van Schijnveld is gestorven en welk huis men in leen heeft van de hertog van Brabant. De gemachtigde moet alles doen wat daarbij noodzakelijk is. Datum 20 maart 1552, getuigen Hoppenbrouwers en Ven.
Meester Henrick zoon wijlen Niclaes van Delft heeft beloofd om aan Henrick Henrick Goijaerts in Deeckerschot onze collega schepen die een jaarlijkse rente van 5 gulden te gaan betalen, steeds vervallend per half april en voor de eerste keer per a.s. half april over een jaar, op onderpand van een hoeve met een huis schuur, schaapskooi etc. groot ca. 4 en een halve mudzaad,
gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest in de Vleut aldaar, b.p. Willem Thijs, de erfgenamen van Henricks van den Gasthuis met meer anderen, de erfgenamen van Dries van den Laeck, de gemeijnte. Ook nog op onderpand van een akker genoemd Neuland, groot ca. 8 lopenzaad, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Jans van Elmpt, de erfgenamen van Claes van der Vleuten. Datum 15 april 1552, getuigen Hoppenbrouwers en Ven.
Henrik Henrick Goijaerts in Deeckerschot heeft verklaard dat meester Henrick Niclaes van Delft deze rente uit de vorige akte altijd mag aflossen, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 92 gulden en de achterstallige termijnen. Datum en getuigen als boven.
Frans Cleijnael heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrick Goijaerts int Eeckerschot die een bedrag van 34 gulden te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag. Datum en getuigen als boven.
Henrick Goijaerts int Eeckerschot heeft als schuldenaar beloofd om aan Lenaerden Wouter Toirkens die een bedrag van 106 gulden te gaan betalen, per a.s. Maria Lichtmisdag. Datum als boven, getuigen Scoet en Goessens.
Henrick Goijaerts int Eeckerschot heeft als schuldenaar beloofd om aan Peter Jan Goessens die een bedrag van 106 gulden te gaan betalen per a.s. mei. Datum 13 augustus 1563, getuigen Schoet en Bogaert.
In marge :
Met instemming van partijen doorgehaald.
Jan van de Venne heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrick Goijaerts int Eeckerschot die een bedrag van 106 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag. Datum als boven, getuigen Schoet en Schoet.
Jan Daniels van den Dijck heeft beloofd om aan Bartholomeus Mercks, waarbij die daarvan het vruchtgebruik krijgt en diens wettige kinderen en kindskinderen daarvan het erfrecht, die voortaan een jaarlijkse rente van 4 gulden 18 stuivers en 3 oort te gaan betalen, steeds vervallend op Pinksteren van elk jaar en voor de eerste keer per a.s. Pinksteren, op onderpand van het perceel uit de vorige akte. Datum en getuigen als boven.
In marge :
Deze brief is afgelost door Daniel van den Dijck aan Henrick Henricks int Eeckerschot op het onderpand van genoemde Braecken.
De rente is altijd aflosbaar met Pinksteren van elk jaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 69 gulden en de achterstallige termijnen. Datum en getuigen als boven.
Franchois Cleijnael heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrick Henricks Goijaerts int Eeckerschot een bedrag van 100 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar met onderwijl steeds een jaarlijkse rente van 7 guldens waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag. Datum 11 maart 1566, getuigen Schoet en Vleuten.
Roeland van der Ameijden verkoopt een heiveld gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Papenvoort aldaar, b.p. de gemijnte genoemd het Beersveld, Jan Gijsbrechts Daniels met meer anderen, Henricks van Cuijck. Hij verkoopt dit perceel nu aan Henrick Goijaert int Eeckerschot en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve de dorpslasten. Datum 17 januari 1567, getuigen Schoet en Bogaert die het aandroegen.
Lodewijk Janssoon Verhoeven en Henrick Goijaerts int Eeckerschot hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan Ijken weduwe van Jan Stockelmans waarbij zij daarvan het vruchtgebruik krijgt en haar kinderen daarvan het erfrecht, die een bedrag van 36 gulden te zullen betelen per a.s. Maria Lichtmisdag. Datum als boven, getuigen Bogaert en Metser.
Cathelijn dochter van wijlen Jan Ansems van Liefveld weduwe van Wilbort Dircks van der Hoeven met Jan Jan Stockelmans en Alaerden Wuestken als voogden over Dirck, zoon van genoemde Wilbort Dircks van der Hoeven en over genoemde Cathalijn die zelf ook aanwezig is, verder Henrick Goijaerts int Eeckerschot en Michiel Geritszoon van der Vlueten als voogden over Jacop en Henrick minderjarige kinderen van wijlen Henrick zoon wijlen Jan Ansems van Liefveld verwekt bij Cathalijn dochter van Wouter Peter Dielis Snellaerts, hebben een boedelverdeling gemaakt inzake de volgende bezittingen.
Bij deze verdeling krijgt Cathelijn die daarvan het vruchtgebruik krijgt en genoemde Dirck daarvan het erfrecht, de helft van een akker, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Lodewijk Jans Verhoeven, het erf dat ervan is afgedeeld, de rector van het St. Annen altaar, de straat. Verder krijgen een beemd genoemd de Moestbroeken, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Peter Henrick van de Schoet, het erf dat er van is afgedeeld, een pad. Hieruit moet jaarlijks een rente van 6 gulden worden betaald aan Ijken Jans van Strijp en een oude grote chijns aan de heer van Oirschot. Datum en getuigen als boven.
Henrick zoon wijlen Goijaert int Eeekerschot en Michiel Gerits van der Vleuten als voogden over Jacop en Henrick minderjarige kinderen van wijlen Henrik Jan Ansems van Liefveld verwekt bij Cathalijn dochter van Wouter Peter Dielis, verkopen de helft van een akker met de hofstede daarop, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. de gemeenschappelijke straat, de weduwe en kind van Wilborts van der Hoeven, de rector van het St. Anna altaar. Ze verkopen dit bezit na een daarvoor verkregen schepenbankdecreet nu aan Jacop Aert Jacopszoon en aan diens vrouw Cathalijn dochter van Wouter Peter Dielis ( Snellaerts, JT ). De verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve een jaarlijkse pacht van een mudde rogge aan de rector van het St. Brigide altaar en een oude grote chijns aan de heer van Oirschot. Datum en getuigen als boven.
Heijlke dochter van wijlen Joost Jan Gerits alias van den Berge met haar gekozen voogd Alaerden Wuesten heeft verklaard dat Henrick Goijaerts int Eeckerschot aan haar een jaarlijkse rente van 4 gulden heeft afgelost, welke rente deze Henrick steeds aan genoemde Heijlke betaalde, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van bepaalde percelen die eigendom van deze Henrick zijn en door Henrick van deze Heijlken eerder zijn gekocht. Heijlke geeft kwijting. Datum en getuigen als boven.
Henrick zoon Henrick Goijaerts int Eeekerschot heeft als schuldenaar beloofd om aan Heijlke dochter van Joost Jan Geerits een bedrag van 34 gulden te zullen betalen per heden datum over een jaar. Datum en getuigen als boven.
In marge :
Met instemming van partijen doorgehaald.
Frans Cleijnael en Henrick int Ekerschot hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan Gerit Philips een bedrag van 112 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. Datum 20 februari 1570, getuigen Ven en Vlueten die het aandroegen.
In marge :
Met instemming van partijen doorgehaald, datum 22 oktober 1607, getuigen Stockelman en H. Hoppenbrouwer.
Allen die deze brief zullen zien etc., gegroet !. Wij, Peter Henricks soen van den Schoet en Joost Aerts die Leeuw, schepenen in Oirschot, verklaren hierbij plechtig dat voor ons zijn verschenen Henrick zoon Henrick Goijaerts int Ekerschot, oud ca. 59 jaar en Peter zoon Reijniers Henricks oud ca. 52 jaar en dezen hebben op verzoek van Cathelijn en Lijskenen, natuurlijke kinderen van heer Gijsbrecht van der Hert, scholaster te Oirschot verwekt bij wijlen Margriet dochter van Henrick Goijaerts ( int Ekerschot, JT ) onder ede verklaard dat Cathelijn en Lijsken zijn verwekt bij genoemde Margriet en dat deze beiden ongebonden personen zijn en dat destijds deze heer Gijsbrechts van der Hert alleen klerk is geweest en slechts kanunnik met een simpele kruinschering zonder dat hij priester was of enige andere gewone wijding had gehad. Wij als schepenen hebben hier ons schependomszegel aan bevestigd. Datum 7 juli 1571.
Henrick Goijaerts int Eeekerschot heft een jaarlijkse pacht van een mudde rogge op het bezit van Mathijs Willem Brouwers waarvoor als onderpand ook een beemd geldt, genoemd Dechendonck die nu gekocht is door Niclaes zoon Gijsbrecht Vlemminks volgens een brief daarvan. Voor ons is daarom deze Henrick int Ekerschot verschenen en heeft aan genoemde Niclaes Vlemmincks toegestaan dat Niclaes als zekerheid een ander onderpand zal benoemen dan die in de brief staat vermeld zodat de eerstgenoemde beemd daarvoor verder gevrijwaard zal zijn. Datum 28 december 1571, getuigen Crom en Houdt.
Heer en meester Gijsbrecht van der Hert, priester en scholasticus te Oirschot, verkoopt een huis en toebehoren, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Jonker Lodewijk van der Linden, Jan Niclaessen die Smit, Thomas de Hoppenbrouwer, Margriet weduwe Henrick die Hoppenbrouwer, de gemeenschappelijke straat. Ook verkoopt hij een jaarlijkse pacht van een mudde rogge Oirschotse maat te ontvangen uit het bezit van Denis Peters en nu de zoon van Willem die Cort. Ook nog een pacht van een half mudde rogge per jaar te ontvangen uit het bezit van Cathalijn van Houdt. Ook verkoopt hij een weiland gelegen in Oirschot, herdgang de Kerkhof dat hij heeft verkregen van de kinderen of het kind van wijlen Gooris Wouters van Cuijck.
Nog verkoopt hij een pacht van 10 mudde rogge per jaar en bepaalde ponden per jaar die in de stad van Den Bosch worden geheven en in diverse plaatsen en dorpen in de Meierij van den Bosch en die hij heeft geerfd bij het overlijden van zijn grootvader Gijsbrecht van der Schout zoals hem dat toebedeeld is geweest. Deze genoemde bezittingen verkoopt hij nu aan Henrick zoon wijlen Henrick Goijvaerts ( int Eekerschot!, JT ) en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 18 januari 1572, getuigen Bogaert en Niclaes.
Henrick zoon Henrick Govaerts (meestal genoemd Henrick Henrick Goijaerts int Eeckerschot, JT) heeft verklaard dat heer en meester Gijsbrecht van der Hert, het gebruik zal mogen behouden voor zolang hij leeft inzake de bezittingen uit de vorige akte, maar niet langer. Datum en getuigen als boven.
Henrick zoon Henrick Govaerts int Eekerschot verkoopt het huis etc. en de pacht van een mudde rogge zoals hij dat in de voorgaande brief heeft gekocht, nu aan Cathelijn en Lijsken natuurlijke dochters van heer Gijsbrecht van der Hert. Indien een van hen beiden komt te overlijden zonder wettig nageslacht te hebben, dan zullen deze goederen in dat geval versterven op de langstlevende van hen beiden. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum en getuigen als boven.
Vervolgens beloven genoemde Cathelijn en Lijsken met hun voogd dat heer Gijsbrecht van der Hert zolang hij leeft, het gebruik van die bezittingen zal mogen houden. Datum en getuigen als boven.
Pauwels zoon wijlen Aert van Doren en Evert Jacops van den Velde hebben samen en ieder hoofdelijk als schulderaars beloofd om aan Henrick int Ekerschot een bedrag van 50 gulden te zullen betalen per a.s. 1 mei over een jaar zijnde het jaar 1574 en nog een Bosch mudde rogge op dezelfde datum. Datum 21 april 1573, getuigen Crom en Ven die het aandroegen.
Helias ( = Elias, JT ) zoon wijlen Willems de Cort verkoopt het huis met toebehoren zoals hij dat heeft verkregen van Ghijsbrecht van der Schout en Ghijsbrecht weer van Dirck van den Berge en Dirck weer van de kinderen van Henrick Belaerts zoals hij zei, gelegen in Oirschot, b.p. de Kerkhof, Huibrecht Vermeulen, Henrick Daniels van Buel, de gemeenschappelijke steenweg. Het bezit verkoopt hij nu aan Henrick Henrick Goijaerts int Ekerschot en het is te aanvaarden per a.s. St. Jansdag. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 7 mei 1577, getuigen P. Schoot en P. Goessens.
Henrick zoon Henricks int Ekerschot heeft als schuldenaar beloofd de verkoper uit de vorige akte voor diens betalingsbeloftes te zullen vrijwaren en belooft dat hij hem diens koopsom zal restitueren. Datum en getuigen als boven.
Geerit Philips Jan Geeraerts verkoopt een kapitaal van 112 gulden, welk bedrag Frans Cleijnael en Henrick int Ekerschot samen en ieder hoofdelijk hem hadden beloofd te betalen per Maria Lichtmisdag anno 1572 zoals blijkt uit een schepenbrief d.d. 20 februari 1570. Het kapitaal wordt nu verkocht aan Rutger Janssn. van Kerkoerle en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 19 augustus anno 1577, getuigen P. Goessens, Leeuw en Crom.
Frans zoon wijlen Chaerles Cleijnael heeft beloofd om aan Henrick Henrick Goijvaerts int Ekerschot een jaarlijkse rente van 14 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land deels hei en deels weiland genoemd de Mooste, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. de kinderen van Dirck van Cuijck, Antonis Henrick Sgraets, Niclaes Alaerts, de erfgenamen van Aleijdt Claes Schepens, de gemeijnte genoemd het Liedeveld. Datum 22 augustus 1578, getuigen Hoppenbrouwer en Fabri.
Henrick Henrick Goijaerts in Ekerschot staat aflossing van de rente uit de vorige akte altijd toe op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 200 gulden en de achterstallige termijnen. Datum en getuigen als boven.
Verklaring voor Danel van der Ameijden waartoe hij wettelijk is gedwongen.
Er wordt gevraagd bij Henrick Henrick Goijaert int Eekerschot en aan Henrick Aerts in den Wildeman of het niet zo is dat ca. 30 jaar geleden ongeveer, genoemde Daniel van der Ameijden en Henrick Schootmans ( welke Schootmans toendertijd een stuk grond tegenover dat van genoemde Daniel had liggen, gelegen in herdgang de Kerkhof in de Moelsbroeken aan deze kant van de Hellen aan het eerste straatje daar ), tussen hun erven een poort of hek hebben opgehangen dat kon worden afgesloten en waarvan ze beiden een sleutel hadden en dat daar niemand door mocht dat degene die daartoe gerechtigd waren.
Henrick Henrick Goijaert int Eekerschot, oud ca. 67 jaar, verklaart dat hij ermee bekend is dat ca. 30 jaar geleden Daniel van der Ameijden en Henrick Schootmans beiden een stuk grond hadden, waarbij deze Schootmans toen een stuk grond had liggen tegenover deze Daniel van der Ameijden, gelegen in herdgang de Kerkhof in de Moelsbroeken aan deze kant van de Hellen aan het eerste straatje, waar deze beiden een poortje hadden hangen dat met een veter was afgesloten.
Henrick Aerts in den Wildeman oud ca. 63 jaar, verklaart dat hij instemt met de voorgaande verklaring en dat deze veter daar is opgehangen door Henrick Schootmans. Datum 8 november 1578, getuigen Hoppenbrouwer en After.
Peter zoon wijlen Jan Goessens en Henrick zoon Henrik int Ekerschot hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan Everden van Ammelroij een bedrag van 400 gulden te zullen betalen, per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar met daarbij per jaar 32 gulden rente, waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag. Zij doen hierbij afstand van alle voorrechten etc. Als zij op de genoemde vervaldag niet betalen dan zal genoemde Ammelroije zolang hier zijn verblijf mogen hebben waarbij diens kost en inwoning betaald moeten worden, net zolang tot er volledig is betaald, zowel wat betreft de rente als de hoofdsom. De twee schuldenaars verklaren deze hoofdsom in baar geld te hebben ontvangen. Datum 16 februari 1580, getuigen Heijden, P. Goessens, Velde, Roije.
Adriaen van der Heijden, Peter Jan Goessens, Dirck Antonis van den Velde, Henrick Gerit Sroijen, Dirck Gerit Vos, Bartholomeus Lenaerts van Gestel, hebben namens de gemeente Oirschot beloofd om Peter Jan Goessens en Henrick int Ekerschot vanwege de beloofde 400 gulden uit de vorige akte, te zullen vrijwaren omdat dat geld is aangewend voor het algemeen nut van de gemeente Oirschot zoals uit de rekeningen zal blijken. Datum en getuigen als boven.
Genoemde schepenen en anderen van de herdgang van de Kerkhof die daarvoor optreden, hebben het kontrakt tussen hen en tussen genoemde van Ammelrode dat eerder is aangegaan vanwege het onderhoud van ruiters en knechten etc. en ook vanwege andere gewone en buitengewone lasten, gekontinueerd. Beide partijen beloven dat kontrakt na te zullen blijven komen. Datum als boven.
Henrick zoon Henrick Goijaerts int Ekerschot verkoopt het huis, bakhuis tuin etc., met de helft van een 'privaat' ( toilet, JT) dat naast het erf van Huibrecht van der Meulen staat, zoals hij dat heeft gekocht van Helias Willems de Cort en Helias had verkregen van Gijsbrecht van der Schout en Gijsbrecht op zijn beurt van Dirk van den Berge, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de steenweg, b.p. de kerkhof, Huibrecht van der Meulen, Henrick Danels van Buel, de steenweg aan de Vrijthof, conform schepenbrieven van Oirschot en Den Bosch. Het bezit wordt nu verkocht aan Jan Huibert Vennincks en het is per a.s. St. Jansdag te aanvaarden. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een jaarlijkse grondchijns van 5 oude groten aan de heer van Oirschot, nog een halve stuiver grondchijns aan de St. Peterskerk te Oirschot. Datum 29 januari 1582, getuigen Vlueten, Gestel en Jan Matheeuws.
Jan zoon wijlen Huibrecht Vennincks heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrick Henrickssn. int Ekerschot een bedrag van 100 gulden te zullen betalen, en wel meteen, nog 400 gulden per a.s. Maria Magdalenadag zonder rente danwel per a.s. Maria Magdalenadag over een jaar met een rente van 7 en een half percent per jaar. Datum en getuigen als boven.
Henrick en Jan, broers en zonen van wijlen Henrick int Ekerschot hebben een ruil gedaan inzake hun goederen, rentes etc. leen en chijnsgoederen zoals ze die op 15 september 1585 respectievelijk hebben verkregen.
Bij deze ruil draagt Henrick aan zijn broer Jan zijn erfdeel en aanspraken over inzake het bezit gelegen in Oirschot genoemd het Ekerschot en het bezit dat elders is gelegen zoals hem dat eerder toebedeeld is geweest en Henrik belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 9 oktober 1586, getuigen Hoppenbrouwer en Metser die het aandroegen.
Bij deze ruil draagt Jan aan zijn broer Henrick zijn erfdeel over zowel leen- als chijnsgoederen, rentes etc. gelegen te Oisterwijk danwel elders zonder enige uitzondering.
Jan belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum en getuigen als boven.
Henrick int Ekerschot onze collega schepen heeft zijn broer Jan beloofd een bedrag van 120 gulden te zullen betalen die Jan eerder aan Bartholomeus Lombaerts had beloofd en wel zodanig dat Jan hiervoor verder gevrijwaard zal blijven. Genoemde Jan zal de rente van dat bedrag voor zijn rekening nemen tot en met a.s. Maria Lichtmisdag. Datum en getuigen als boven.
Jan int Ekerschot verkoopt zijn erfdeel en aanspraken die hij heeft geerfd danwel nog zal erven van zijn tante Joffrouwe Elisabeth van Ammelroije middels een testament of andere wijze, nu aan zijn broer Henrick. Jan belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum en getuigen als boven die het aandroegen.
Hij is getrouwd met Agnes Evert van Amersoijen.
Zij zijn getrouwd voor 1552.Bron 4
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen