Lucas Janssen van de Schoet, verder zijn zoons Jan en Henrick, voor henzelf handelend en voor hun zuster Agnes, verder Jan Huijskens als man van Oda dochter van Jan van den Schoet, Dirck Henricks van den Berge als man van Meeusken dochter van Jan Hoppenbrouwers, hebben een ruil gedaan van bepaald bezit zoals hierna is beschreven.
Jan Huijskens als echtgenoot en Dirck Henricks van den Berge als echtgenoot, dragen aan Lucas Janssen van de Schoet wat betreft het vruchtgebruik en diens kindern daarvan het erfrecht, een stuk beemd over, gelegen in het dorp Liempde, genoemd de Oijendonk, b.p. genoemde Luacs en zijn kinderen, Henrick Henrick Eijmen. Nog dragen ze een akker over te Liempde genoemd de Bekelakker, b.p. Heijn Everts, Adriaen Verhoert, een weg, Cleijs Michiels.
Lucas Janssen van de Schoet, zijn kinderen Jan en Henrick voor henzelf handelend en voor hun zus Agnes, Dirck Henricks van den Berge als man van Meeusken dragen aan Jan Huijskens de helft van een stuk land over genoemd de Lepelmaker zijnde het voorste stuk, gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Colen, het erf waarvan is afgedeeld, een weg. Nog dragen ze hem een weiland over genoemd de Castaert, b.p. Rutger Verhoeven, een weg, de kinderen van Jan van Collenberge. Lasten hieruit zijn 5 mud rogge per jaar, Bossche maat en daar te leveren aan de tafel van de H. Geest in Den Bosch, nog een halve pint wijn aan de kerk van Oirschot en 3 en een halve stuiver per jaar aan het gasthuis van Oirschot.
Datum op St. Sebastiaensdag 1524, getuigen Hoppenbrouwer en Lulsdonk.
Lucas Janssen van den Schoet, diens zoons Jan en Henrik voor henzelf handelend en voor hun zuster Agnes, verder Jan Huijskens als echtgenoot, na de ruil in de vorige akte, dragen aan Dirck Henricks van den Berge een stuk weiland over, gelegen in de gemeente Woensel aan het Vlokhoefse Einde genoemd dat Afterste Eeuwsel, b.p. de kinderen van Cort Heijnen, Ruth de Cort, Zeger Willems, Goijaert Henricks waarvan is afgedeeld. Er is recht van overpad over het erf van genoemde Goijaert Henricks. Actum als boven.
Lucas Janssen van den Schoet heeft aan Michiel Gielis Lucas van den Schoet ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van diens broers en zusters, die een rogpacht verkocht van 2 lopen per jaar, uit een pacht van 8 lopen per jaar, welke pacht Gielis de Cremer die een zoon was van Gielis Loeskens destijds had beloofd aan Godevart Jan Jacops was van Lieshout, op onderpand van een stuk land genoemd dat Dael, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Henrick van den Maerseleer, Dirck van den Laer. Die 2 lopen had Lucas van zijn ouders geerfd. Datum 13 december 1528, getuigen Aert en Meijen.
Jan Huijskens als man van diens vrouw Oijken, heeft aan Michiel Dielis Lucas van den Schoet ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van diens broers en zusters, die een rogpacht verkocht van 2 lopen per jaar, uit een pacht van 8 lopen per jaar, welke pacht Gielis de Cremer die een zoon was van Gielis Loeskens destijds had beloofd aan Godevart Jan Jacops was van Lieshout, op onderpand van een stuk land genoemd dat Dael, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Henrick van den Maerslaer, Dirck van den Laer. Die 2 lopen had Jan namens de ouders van zijn vrouw Oijken geerfd. Datum 15 december 1528, getuigen Aert en Meijen.
Henrick wettige zoon van wijlen Dielis Hoppenbrouwere voor hemzelf en ook handelend voor zijn broers Dirck en Jan, en insgelijks voor de wettige kinderen van wijlen Thomas Gijsbert Hoppen-brouwers, ook nog optredend voor de wettige kinderen van wijlen Jan Gijsbert Hoppenbrouwers, ook nog voor Cornelis Muckheuvel (= Mugheuvel, JT ) als man van Heijlken dochter van genoemde Gijsbert Hoppenbrouwers, ook nog voor Geerlijck en Daniel wettige kinderen van wijlen Dirck Hoppenbrouwers, verder als partij Willem zoon Goessen Scepens als man van Lijsken dochter van Goijaert Hoppenbrouwer, voor hemzelf en ook optredend voor Gijsbert en Cathalijn kinderen van genoemde Goijaert Hoppenbrouwer, ook nog vanwege Gijsbert Aert Hoppenbrouwers, verder als partij Zebert Willems van Cuijck voor hemzelf en optredend voor Jan, Heijlken en Cathalijn wettige kinderen van genoemde Willem van Cuijck en ook optredend voor de kinderen van Mechteld dochter van Dielis Hoppenbrouwer, verder als partij Wernaert Snoecks als voogd over Heijlke dochter van Henrick Hoppenbrouwers voor hemzelf en ook optredend voor de wettige kinderen van wijlen Jans zoon genoemde Henrick Hoppenbrouwers en vanwege de kinderen van wijlen Arien zoon van genoemde Henrick Hoppenbrouwers en ook nog vanwege Dirck zoon van genoemde Henrick Hoppenbrouwers, verder als partij Peter zoon wijlen Henrick van de Schoot voor hemzelf en ook optredend voor zijn broers en zusters en voor de kinderen van Henrick de Nastelmaker, en nog voor de kinderen van Dirck van de Schoot en voor de kinderen van Marieke de echtgenote van Peter Bierkens, verder als partij Antonis zoon wijlen Dircks van de Velde, voor hemzelf en voor de kinderen van Bartholomeus van den Velde en nog voor de kinderen van Joerdaens van den Velde en diens zuster Marijen en voor de kinderen van Aleijt dochter van Jenneken van de Velde, en insgelijks voor Aechtken dochter van genoemde Jenneken van de Velde, verder als partij Jan zoon Michiel Dielissen van de Schoot optredend voor zijn vader Michiel en voor de kinderen Lijsken, Heilwich en Margriet dochters van genoemde Dielis van den Schoot en nog voor Clara ook dochter van genoemde Dielis van de Schoet, verder als partij Jan zoon wijlen Jans van de Schoet voor hemzelf en optredend voor zijn zuster Heijlke en de kinderen van wijlen zijn broer Lucas en voor de kinderen van zijn zuster Oijken, hebben hierbij machtiging gegeven aan heer Embert zoon wijlen Henrick Hoppenbrouwer, priester om namens hen alle vorderingen etc. te incasseren inzake het bezit dat ze hebben geerfd middels het testament van wijlen Steven van der Heijden en als dat nodig is gerechtelijke maatregelen te nemen. De gemachtigde mag dat bezit verkopen, het geld ontvangen en kwijting geven. Ze beloven alles na te zullen komen hetgeen door heer Embert zal worden afgesproken en gedaan, behoudens dat die daarvan nadien rekening en verantwoording moet afleggen. Datum 21 juli 1556, getuigen Schoet en Vlueten en ik, ondergetekende ( dus Roelant van der Ameijden ).
Kind(eren):