In 1461 verkrijgt hij een pacht uit een beemd te
Oirschot op Spoordonk in Darenhorst en uit een huis aldaar,
ook ten behoeve van zijn natuurlijke dochter Barbara.
Verschenen is Jan Wouter Bruijstens en heeft beloofd om aan Diederick en Barbara, natuurlijke kinderen van heer Peter Bressers, priester, die hij had verwekt bij Geertruiden dochter van wijlen Aert heer Rutgers (= heer Rutger van Oudenhoven, JT) die voortaan een mud rogge per jaar te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een stuk land genoemd de Lerptakker, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. de Lerpt daar, Gijsbrecht Lebbens, genoemde Jan zelf. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Het mud rogge zal door heer Peter zolang hij leeft worden ontvangen en na de dood van Dirck en Berbelen zal het mud rogge weer versterven op Jan Bruijstens of diens erfgenamen. Datum 9 augustus 1463, getuigen Stoc, Rutger Oudenhoven.
Verschenen is Willem Henricks van de Velde en heeft beloofd om voortaan aan Barbara en Katalijn, gezusters en beiden natuurlijke kinderen van heer Peter Bressers, priester, die deze heer Peter heeft verwekt bij Geertruiden dochter van wijlen Aerts van Oudenhoven, die een jaarlijkse pacht van een mud rogge te gaan betalen, steeds vervallend op St. Lambrechtsdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. de straat, heer Vranck van Boert, kanunnik en deken te Oirschot, Jenneken Crommen en haar kinderen, Sijmkensdael. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Indien Barbara en Katalijn beiden zijn komen te overlijden, zal de pacht weer toevallen aan Willem zelf of zijn erfgenamen. Maar zolang hun moeder leeft zal zij zelf dat mud rogge ontvangen en Willem kan die rogpacht altijd aflossen tegen betaling van 14 peters, elke peter gerekend tegen 18 stuivers, samen met de achterstallige termijnen. Datum 20 maart 1464, getuigen Wolf en Henrick Maes.
Voetnoot :
De brief te overhandigen aan Geertruijd Beijs.
Verschenen is hier Henrick zoon van den Kam (Chaem?, JT) als man van Aleijt natuurlijke dochter van van wijlen Aert heer Rutgers van Oudenhoven, priester, en verkoopt hierbij aan heer Peter zoon wijlen Dirck Bressers, priester, een pacht van 3 lopen rogge per jaar, Oirschotse maat, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, die aan zijn vrouw Aleijt waren vermaakt in het testament van Katalijn dochter van wijlen Gijsbrecht Beijs zjin de de moeder van genoemde Aleijt. Henrick als verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Datum 14 mei 1465, getuigen Heerbeek en Rutger Janssen.
Voetnoot :
De brief te geven aan Geertruid (= Geertruid Beijs, JT)
Verschenen is Henrick Wouters van den Caem en geeft beloofd aan Geertruid dochter wijlen Aert heer Rutgers van Oudenhoven ten behoeve van Barbara en Kathalijn haar natuurlijke dochters die ze had verkregen bij heer Peter Bressers (priester, JT) die jaarlijks 7 lopen rogge te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc. groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. de gemeijnte, Henrick Peter Agnesen, Margriet weduwe van Korstaien peters. En haar kinderen. Genoemde Henrick belooft het onderopand in goeed staat te houden voor de betaling vand erogpacht. Indien Barbaar en Kathalijn beiden zijn komen te overlijden, dasn vesterft de pacht weer op genoemde Henrick. Of op diens erfgenamen na hem. Maar zolang Geertruid leeft ontvangt zij zelf deze rogpacht van 7 lopen per jaar. Datum 27 januari 1466, getuigen Oudenhoven en Huisjkens.
Voetnoot :
De brief aan Geertruid te geven.
Komen is heer Peter Dirck Bressers en heeft hier een schepenbrief laten voorlezen met de volgende inhoud :
Wij, Willem Vos, Jannes Smeeds, Henrick Hoppenbrouwers, Henrick Moel, Claes Maes van Oudenhoven, Goijaert van der Vloeten en Dirck van Ellaer, schepenen van Oirschot verklaren hierbij plechtig dat voor ons is verschenen Dirck Andries Smollers en belooft aan heer Peter Dirck Bressers, priester ten zijne behoeve en ten behoeve van diens natuurlijke zoon Dirck, een jaarlijkse pacht van 1 mud rogge, maat van Oirschot, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., b.p. Willem Gijben, de gemeenschappelijke straat, Peter van Gerwen. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Na de dood van heer Peter Bressers en diens zoon Dirck versterft de pacht weer op op genoemde Dirck Smollers of op diens erfgenamen na hem. Datum 23 mei 1458.
Nadat deze brief is voorgelezen heeft heer Peter deze pacht aangemaand vanwege 3 achterstallige termijnen en hij wenst betaling van de achterstand etc. Datum 11 augustus 1471, getuigen Joerden Henrick Hoppenbrouwers. (zie ook akte van 3 november 1471, waarbij dirck Bressers een pacht van 1 mud rogge verkoopt, die was beloofd door Dirck de Cremer op onderpand van een huis onder Spoordonk, Dirck de Cremer en Dirck Andries Smollers zijn mogelijk de zelfde personen, JT)
Komen is heer Peter Dirck Bressers, priester en heeft zijn vordering aangemaand inzake twee halve muddes als pacht, maat van Oirschot, die 3 jaar achterstallig is en wordt geheven op bepaalde onderpanden volgens zijn brieven en welk bezit nu wordt gebruikt door Grietken dochter van heer Jan, door Peter Jacops van Esch en door Aert van Kervelem. Datum op St. Sebastiaensdag 1472, getuigen Huijskens en Hoppenbrouwer.
Komen is heer Peter Bressers en maand een pacht aan van 2 mud rogge per jaar die 3 jaar onbetaald is gebleven, te betalen uit bepaalde onderpanden volgens zijn brieven. Datum als boven, getuigen Goeswijn en Vrank.
Komen zijn Dirck Goossen Neven, Gerart Mathijssen, Dirck van de Hagelaer en Bartholomeus Jan Eessen en beloven samen aan Henrick van Gestel en aan diens huidige wettige vrouw Geertruid (m.i. is ze dochter van Aert zoon heer Rutgers, JT) dat als er lasten ontstaan voor het bezit van Geertruid over het dokument dat genoemde heer Peter (=heer Peter Bressers, JT) eerder aan genoemde Geertruid had gegeven voor notaris en getuigen, met name inzake een lijfpacht van 1 mud rogge en nog een ander mud rogge, welke een pacht heer Peter zelf eerder had verkregen van Ansem Deenen en het ander mud rogge had gekocht van Dirck de Cremer, dat Geertruid daarvoor altijd gevrijwaard zal zijn. Na haar dood versterven die 2 mud rogge op de natuurlijke kinderen die Geertruid bij heer Peter heeft verwekt gehad volgens het dokument ervan en daarna zullen bovenvermelde personen gevrijwaard blijven voor deze belofte en garantie en ook voor de vonnisbrief die Henrick van Gestel wilde hebben over het proces dat heer Peter Bressers en hij eerder tegen elkaar hebben gevoerd. Die vonnisbrief blijft in bewaring bij de klerk ten behoeve van bovenvermelde personen en ten behoeve van Geertruid. Datum 5 augustus 1482, getuigen Vlierden en Haest.
Komen is heer Peter de Bresser, priester en verkoopt met schepenbrief van Oirschot aan Henrick van Esch ten behoeve van Dirck Henrick Simon Backs een pacht van 3 lopen rogge, maat van Oirschot, met 8 achterstallige termijnen, welke pacht Henrick zoon wijlen Wouter van de Chaem als man van Aleijt natuurlijke dochter van Aert Rutgers van Oudenhoven verwekt bij Katarina dochter van Gijsbrecht Beijs aan deze Peter de Bresser had verkocht, welke pacht genoemde Katalijn als moeder aan Aleijt in haar testament had vermaakt, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, etc. waarin Katalijn nu woont in Oirschot, ter plaatse genoemd de VRijthof, b.p. de erfgenamen van Joerden Daniels, de gemeenschappelijke weg, de erfgenamen van Willem Snijders, Margriet dochter van Jan Joerdens, Aert van Kervelem, de VRijthof, volgens de brief en het testament. De verkoper belooft alle lasten af te handelen. Datum 28 januari 1483, getuigen Crom en Brouwer.
Op 15 april 1483 is hier verschenen heer Peter de Bresser, priester en heeft ongedwongen en met vrije wil verklaard dat er eerder een kwestie was onder schepenen te Oirschot in het jaar 1481, waarbij schepenen hem een dokument (instrument, JT) afhandig hadden gemaakt, welk dokument Geertruit natuurlijke dochter van Aert Rutgers bij deze schepenen in bewaring had gegeven om daarmee haar rechten te verkrijgen. Genoemde heer Peter verklaart hier als priester onder de eed die hij in de naam van het H. Scarament voor het H. Altaar destijds heeft gezworen, dat Rutger Goessens, Gerard Mathijssen, Dirck van de Hagelaer, Philips van Geldrop en Peter Janssen van der Bruggen destijds als schepenen in het jaar 1481 met Henrick van Esch als secretaris, erbij aanwezig waren toen het plaatsvond en hij vraagt nu hen te laten verklaren dat zij geen wetenschap van het gebeurde zouden hebben gehad, noch hulp daarin hebben gehad, noch ´stekkengeld´ hebben ontvangen of hen zaken zijn aangeboden, waardoor dat dokument destijds vernield mag zijn, verloren geraakt of afhandig werd gemaakt. Heer Peter verklaart ook nog dat hij bereid is voor het kapittel te verschijnen als hem daarom wordt gevraagd om al deze punten te laten verifieren en onder ede zoals dat hoort te verklaren, zoals hij dat voor zijn ´overste macht´ kan laten doen. Datum als boven, getuigen alle schepenen.
Na zijn dood geven zijn natuurlijke kinderen Dirk en Katelijn, alsmede Aart Emont Emonts man van Marie, hun zuster, een huis van heer Peter Bressers te Hilvarenbeek aan de Gelderstraat, gelegen tussen een erf van Henrik Joost Kepkens en een straat, en strekkend van de straat tot een erf van Henrik Simon Back, in 1487 in erfpacht aan Elisabeth dochter van Jan Beris van Oerle
Hij heeft/had een relatie met Geertruijt Aert Rutgers van Oudenhoven.
De relatie startte
Kind(eren):
Heer Peter Dirk Jacobs Bressers