Anno 1680 heeft het Broederschap geteert ten huijse van Cornelis Verweij. Ende sijn alsoen int voors. Gilt gecomen dese naebeschreve persoonen
Eerstelijck Hendrick Anthonisz. met Dood
sijn vrou Anneke Tonis Dood
Cornelis Cornelisz. Verkerck Dood
Cornelis Verkerck (In 't laetst van Maert)
Kornelis Verkerk
Wij Carel Rijckewaert scholtus tot
Beusichem ende Soelmondt, Dirck Samp
ende Dirck de Ronde schepenen der &sz [voorschreven]
dorpen, den condt ende tuijgen dat voor
ons in eijgener persoone gecompareert
ende erschenen is, Cornelis Thonisz
Verkerck, ende bekende voor hem
ende sijnen erven wel en deuchdelijck
schuldich te wesen sijnen soon Cornelis
Cornelisz Verkerck en sijnen erven
een capitale somme van drie hondert
ende vijftich Car[olische] gulden ijederen gulden tot twintich
stuivers hollants het stuk gereeckent, spruijten
van deuchdelijcke verstreckte penn[ingen] vet?? handen
van Jan Thonis van Dijll des &sz [voornoemde] kints oom in
voldoeninghe der uijtcoops penn[ingen] ontfangen
van t'versterft van sijn bestevader Anthonis
Jansen van Dijll sal[iger] belovende ten restecte
vandien een vrije jaerlicxse lofbane rente
van seventien gulden tien stuij[vers] des jaers ende
elle jaer, daer van t'eerste jaer &lchenen?? en
omgecomen sal weesen op den sesten junij xvic
een entsestich, end dat soo voorts van jaere
tot jaere gedurende totte volle effectie-
vele afflossinghe ende betaelinghe toe van
t'voorsz[schreven] capitael, welcke rente den comp[eran]t
selffs sal genieten ende proffiteren ter tijt
ende wijlen toe, dat sijnen voorn[oemde] soon Corrnelis
tot sijnen mundigen dage ofte trouwdag sal
sijn gecomen, ende verder niet, als wan-
neer den comp[eran]t gehouden blijft t'&sz [voornoemde] capitael
op te brengen ende aff te lossen, ende dat met
goet geest ende ganghbaer gelt, tot ver
seeckertheijt van het voorsz[chreven] capitael heeft
den comp[eran]t bij desen tot een speciaale heijpoteeck
ende onderpant gestelt sijne huijsinghe en
hoffstede staende ende gelegen tot Beusichem
inde Gansesteegh, daer boven naest gehuijst
ende geervst is, de weduwe en erffgenamen
van sal[iger] Cornelis Aertsz, ende beneden Corn[elis]
Handricksz, soo belooft hij comp[eran]t der
halven de &sz [voorschreven] capitale somme van drie
hondert vijftich gulden, op tijt voorsz[chreven] op te
brengen, ende te betalen aen handen van sijnen
voorsz[chreven] soon, ende soo die &sz [voorschreven] capitale somme
op tijt voorsz[chreven] niet vol en al betaelt en
werden, soo sal ende mach den &n [voornoemde] Cornelis
Cornelisz &kerck de selve somme mogen
repeteeren ende executeren, aen en uijt
het voorsz[chreven] gestelde onderpant, schaer
schooff, ende aen keune vandien, als des
heeren verwonnen schult van lande
int waertschap Buren, sonder daer
ijets ter contrarie tegens te mogen
doen, ofte laten geschieden in ofte buijten
regten, renunchieren tot dien ??
als naer rechten, sonder des ten
waeren oirconde soo hebben wij scholtus
ende schepenen voorn[oem]t elcxe onsen
zegel onder aen desen openen brieff
doen hangen, gegeven inden jaere
ons heeren duijsent ses hondert
tsestich den sesten junij
Cornelis Cornelisz
Verkerck, ende bekende wel ende
deughdelijck schuldigh te weesen
aen ende ten behoeve van Susanna
Jans Hopman, naergelate onmun-
dige kint van wijlen Jan Jansen
Hopman in echt verweckt bij Heer-
truijda Hermens een haer erven
een capitale somme van een hondert
en vijftigh car[olische] guldens, tot saeke
van deughdelijcke geleende ende
verstreckte penningen die hij comp[eran]t
bekent uijt handen van voorsz[chreven] kints
moeder Geertruijda Hermens ende
desselffs bloetvoogt Evert Jansen
Hopman ten vollen ontfangen enden
t sijnen oirbaer conventeert te
hebben, belovende ten respect
vandien een vrije jaerlijcke lofrente
van negen gulden des jaere en jaer
daer van het eerste jaer rente van
alles vrrij omgecomen en verscheenen
sal wesen op den vijftiende december
xvic een en tachtentich, en dat soo voort
jaerlij[cxs] op den vijftiende december
tot de volle effectuele afflossinge
ende betalinge toe...
den comp[eran]t bij desen specialijck verbindt en
veronderpandt, eerstt seeckere ontrent
elff hont weijlants gelegen op
Beusichem genaempt de Reupels
daer aen d'een sijde naest gelant sijn
de kinderen en erffgenamen van Aert
Aertsz op den Beijert, ende aen d'anderen
sijde de kerck van Beusichem, Item
noch seecker ackerke boulants met
eeb eijndeken bomgaerts daer teijnden
aen geleegen op Beusichem in den
Legenweert, daar aen d'een sijde Jan
Stenis, en aen d'ander sijde t'lant
van Dirck Jansen Verkerck...
Op heden onder dato deses is door
tusschen spreecken van d'ondergeschreve
huwelijcx en dedinghe vrinden opge-
zight gemaeckt ende geslooten en
vast onverbreeckelijck en wettelijck
houwelijck eerstdaeghs te solemni-
seren naer kerckelijcke ordre tusschen
Cornelis Cornelisz Verkerck jonghman
toecomende bruijdegom geassisteert
met sijn behout oom Dirck de Ronde
ter eenre ende Lijsbetjen Huijberts
vander Lee jonge dochter geassisteert
Jantjen Peters Romeijn haer moeder
mitsgaders Cornelis Huijbertsz vander
Lee haer broeder met d'ome en vrinden
hier ondergeteeckent, toecomende
bruijdt ten andere sijde, ende brenght
dienvolgende voors[chreven] toecomende
bruijdegom tot subsidie en onderstant
deses huwelijcx aen eerstelijck de
huijsinge en bomgaert soo de selve staen
em gelegen is tot Beusichem in de
Gansesteege. Item twee mergen
boulants gelegen achter voors[chreven] huijsingh
en boomgaert, item vier hont op
Soelmondt genaempt de Veluwe
en halve mergen op het enge mitsg[aders]
twee mergen weijlants gelegen
op Beusichem in de Reupels, eene
mergen weijlants in de Voorcoop
noch twee hont mede op Beusichem
op den Noort en dan laetstelijck noch
twee hont boulants gelegen
In de kantlijn:
De vijff hondert
gul[den] die mijn huijs-
vrouw in dese ten
houwelijk sijn ge-
looft bekenne
ick onders[chreve] ont-
fangen te hebben
al voor dato dese
uijt hande van mijn
schoonmoeder
Jantjen Peters
Romeijn actum
den 26 april 1682
Cornelis
Cornelisz
&kerck
in de Legenweert met den boomgaertjen
daer annex, met noch vier hont
boulants op Tricht waer ende
tegens voorn[oemde] Jantjen Peters Romeijn
haar voors[chreven] dochter en toecomende
bruijdt bij desen ten houwelijck belooft
mede te geven aenstonts aen contante
penningen de somme van vijff hondert
gulden, als dat haer voors[chreven] dochter
bij en naer afflijvigheijt van haer voorn[oemde]
moeder in deijlinge van haer vader
en moederlijcke erffportievan goeden
de voors[chreven] somme van vijff hondert
gulden sal moeten missen en daer alvooren
sal affgetogen werden, ende is voorts
geconditioneert en versprorcken
inval den voorn[oemde] toecomende bruijde-
gom desen we?lt quam te overlijden
sonder kint off kinderen bij den
anderen in echt verweckt hebbende
nae te laten dat in sulcken gevalle
de voorrn[oemde] toecomende bruijdt, in
plaetse van een mergen gave sal
hebben en bezitten de helfte van den
bruijdegoms voorn[oemde] aengebrachte
goederen met de halve lasten daer
op en aen gehorende. En dat naer doode
van toecomende bruidt de voors[chreven]
helfte van goederen wederom sullen
gaen en keeren aen en op de rechte sijde
en linie daer de selve oirspronckelij[k]
van daer gecomen sijn, ende soo
wamee?? de bruijdt in voege voors[chreven]
voor haere toecomende bruijdego[m]
quame te overlijden dat hij bruijdegom
in sulcke gevalle daer is tegens tot
en bruijdegomschat is mergengave??
sal profiteeren uijt den bruijts ge-
zeetste effecte en goederen de somme
van een hondert guleden, ende sal
dan het overige van den bruijts
goederen ?? mede keren aen de sijde
daer de selve van daer gecomen
sullen wesen. vorders sal winst en
?? staende huwelij[k] te vallen
tusschen de contragents wesen
gemen, onder t welcke is te ver-
wachten successien nieten sullem
wesen gecomprehendeert, ende
?? voorn[oemde] toecomende bruijdegom
en bruijdt mitsgaders de wedersijts
ondergeteeckende huwelijckx en
dedinghe vinden in alle t'geene
voorn[oemd] en goet genoege en welbe-
hagen hadden soo ?? t'selve
alsoo heijlighlijck nae te komen en
t achtervolgen onder verbandt en
submissie als naer rechten, den
t oirconde dese beteeckent tot
Beusichem op den 21e april 1841.
Cornelis Cornlisz &kerck
Lisabet Huijberts vander Lee
Dirck de Ronde
Jannecken
Pieterse
Romeijn
Jan Cornelisz
vander Lee
Hermen Jansen
van Asch
Cornelis Jans ??
present secretti
??de Ronde
Wij Mr. Anthoni de Maurick
scholtus, Dirck Sam en Hendrick
Jacobsz van Beeck, schepenen der
heerlijckheden Beusichem en Soelmondt
doen condt en certificeren, dat voor
ons in eijgener persone gecompar-
eert en erschenen is, Cornelis Verkerck
ende transporteerde droegen op en
gaff over bij desen, aen en ten behoeve
van d'hr: en mr: Thomas Bolwerck
predicant tot Beusichem, den vrijen
eijgendom van seekere ontrent elff
hont weijlants, off soo groot en kleijn
t'selve met sijn bepoot en houtgewas
gelegen is op Beusichem in den Achter-
coop genaemt de Reupels, daer
oostwaerts naest gelant sijn d' erff-
genamen van Aerts Aertsz opden
Beijert, zuijtwaerts Hillichien Jans
vande Sluijs, westwaerts de kerck
van Beusichem, en noortwaerts Jan
Otten Verkerck, off wie alomme
met recht daer naest en rontsomme
gelant mag wesen, renuncierende
diensvolgens den comp[aran]t daer van
ten behoeve als voore met handt
halm en mondt, soo dat hij daer
van ontrechtight, en gemelte heer
Bolwerck en sijnen erven aen t'selven
geerft en gerechtight is, en blijven
sal, met belofte van vrijdinge
en waeringe als erffcooptrecht is
doch op de laste van twee stuij[vers] acht
penn[ingen] tot uijtganck jaerlijcx aen het
Broeders Gilt alhier, bekennende
wijders den comp[aran]t van de totale
cooppenn[ingen] des voorsz[chreven] lants ter somme
van ses hondert en vijftigh gult[den]
met noch vijff gult[den] ten rantsoene
daer boven, ingevolge de coopconditie
voldaen te wesen, waer van de betalinge
van den veertighsten penningh voor
Sijn hoogh[ei]t ons gebleeken is, sonder
argh in oirconde der waerheijt
hebben wij scholtus en schepenen
voorn[oem]t dese met onse respectiven
uijthangende zegelen, en onderteeckeninge
van den secret[ari]s alhier bevestight
Actum den sevende junij xvic acht
en tachtigh
Wij Dirck de Ronde Secret[ari]s en sub[stituu]t
scholtus, Dirck Dircksz de Ronde, en
Cornelis Gerritsz Stichter schepenen
der dorpen ende heerlijckheden Beusichem
en Soelmondt, doen condt en certificeren
dat voor ons in eijgener persone gecom-
pareert en erschenen is, Cornelis Verkerck
ende transporteerde droegen op, ende gaff
over bij desen, aen en ten behoeve van Jerphaes
Anthonisz Knobbout, den vrijen eijgendom
van seeckeren acker boulants groot
ontrent een halven mergen, off soo groot
en kleijn, den selven nu ter tijdt gelegen
is, onder Soelmondt, op het voorste
Engh, daer boven naest gelegen is voorn[oemd]
Knobbout met den acker de welcke
Dirck Joosten op heden even voor het
passeren deses aen hem heeft getranspor-
teert, ende beneden den Armen Poth
van Cuijlenborgh, en dat op de
laste van drie stuij[vers] tot uijtganck
jaerlijcx aen de kerck van Beusichem
renuncierende diensvolgende den
comp[aran]t daer op voorts van het voorn[oemde]
lant, ten behoeve als voore met handt
halm en mondt, soo dat hij daer van
ontrechtight en gemelte Knobbout
en sijnen erven naar luijdt den coopcon-
ditie daer aen geerft en gerechtight
is, en blijven sal met belofte van
vrijdinge en waeringe als erffcoop-
recht is, bekennende wijders den
comp[aran]t van de cooppenn[ingen] den voorn[oemde]
lants ter somme van twee hondert
en vijff en t'seventigh gulden voldaen
te sijn, waer van de betalinge an den
veertighsten penn[ing] ons gebleecken
is, sonder argh in oirconde der
waerheijt hebben wij sub[situu]t scholtus
en schepenen voorn[oem]t, des met onse
respective uijtgehangende zegelen en
onderteeckeninge van voors[chreven] secret[ari]s
bevestight, Actum den een en twintighste
januarij xvic drie en t'negentigh
Wij mr. Anthoni de Maurick
scholtus, Dirck de Ronde en Cornelis
Stichter schepenen der dorpen en
heerlijckheden Beusichem en Soelmondt
doen condt en certificeren, dat voor
ons in eijgener persone gecompareert
en verschenen sijn, Gerbert Hermensz
mr. schoenmaecker tot Beusichem
en Neeltien Jacobs desselve echte
huijsvrouw, geadsisteert met haer
voors[chreven] man, als selver gekozen
vooght, ende tranporteerden droegen
op ende gaven over bij desen, aen en
ten behoeve van Cornelis Verkerck
den vrijen eijgendom van seeckere
huijsinge ende erve, met het
geene daer in en op aert en nagel-
vast is, staende ende gelegen in de
dorpe van Beusichem aen het Merkt-
velt, daer boven naest gehuijst en
geerft is, Jan Jansen van Doesborgh
en beneden Rijck van Rijnberck
cum focus, waer van de comp[aran]ten
op heden even voor het passeren deses
door Cornelis Hendricksz van Cooten
cum focus transport bekomen
hebben, en dat op de laste van een
gulden en dard'halft hoen jaerlijcx
tot thijns aen d'erffgen[amen] van
Juffr[ouw] van Leeuwesteijn (alias vande
Veght) nevens de servituijt van
het maecken en onderhouden van
de straet recht voor het huijs gelegen
van outs daer aen behorende, en
voorts met sijne gerechtigheijt
tot de Wagewegh, breder vermogens
coopconditie daer van sijnde, renun-
cierende diensvolgens de comp[aran]ten
daer op voorts van het voorn[oemde] huijs
en erff tne beheove van alee voore met
handt halm en mondt, soo dat
zij daer van sijn ontrechtight, en
voorn[oemde] Verkerck en sijnen erven
daer aen geerft en gerechtight is
en blijven sal, met belofte van
vrijdinge en waeringe als arffcoop
gerechtight is, Bekennende wijders de
comp[eran]ts van de cooppenn[ingen] des voors[chreven]
huijs en erve die uijt geheel
bedragende sijn de somme van
vier hondert en vijfftigh gulden
met twee ducatonnen ten rantsoene
daar boven voldaen te sijn, waer
van de betalinge van den veertighsten
penn[ing] ons gebleecken is, sonder argh
in oirconde der waergheijt hebben
wij scholtus en schepenen voorn[oem]t
des met onse respective uithangende
zegelen, en onderteeckeninge van onse
secret[ari]s bevestight, Actum den ses
en twintighsten april xvic drie
en t'negentigh
Wij Cornelis van Rijnberck scholtus
Teunis Peterssen van Muijswinckel, en
Jan Vinck, schepenen der dorpen ende heer-
lijkheden Beusichem en Soelmondt, doen
condt en tuijgen dat voor ons in eijgener
persoonen gecompareert en verscheenen zijn
Huijbert en Cornelis Verkerck, mitsgaders
Jantje Verkerck geassisteert met haar
voorsz: broeder Huijbert Verkerck, als
is dezen haaren gekozen voogt, meerder-
jaarige kinderen van wijlen Cornelis
Verkerck en Elisabeth Huijberts vander
Lee in leven egteluijden voor haar selven,
en Claas Claasz de Jong behoudt oom
en mits t' overlijden van Cornelis Huijbertsz
vander Lee, nu in dezen als voogt over
Peter en Anthoni Verkerck, onmundige
naargelatene kinderen van voorsz egte-
luijden, ende verklaarden ingevolge de
gedande verkopinge, en het consent van
den vice Heere Drossaart deses Graafschap
als oppervoogt van des Heeren wegen
over voorsz onmundige, mede tot het
transporteren van het nabenoemde lant
op de regueste van voorn. Cornelis Huijberts
za bij sesselfs appmt van den 18 febraurij
dese jaare 1713 hem verleent, elks in
opgemelde qualiteit te cederen transpor-
teren en in vollen vrijen eijgendom
over te geven, sulks zij doen bij dezen, aan
en ten behoeve van Adriaan Vinck
schepen deses gerechte, seeckere Camp
weijlants, groot elff hont, off zoo groot
en kleijn die van outs en nu ter tijdt
gelegen is op Beusichem genaamt den
Hermis Camp, daar aan de eene zijde
naast gelegen is den cooper selfs, en
aan d'ander zijde de vaart. Dit met
de servituijt van de selve vaart
ter halver grift, voor zoo veel die hen het
benedenste Eijnt, daat teijnden dwars
is heenschietende , en van outs daar aan
gehorende is, renuncierende diensvolgens
de comp[teran]ten daarop voorts van het voors[chreven]
lant, ten behoeve als voore, met lant
halm en mondt, soo dat zij jder in
voors[chreven] qualiteit, daar van sijn ontregtigt
en meergem[elde] Adriaan Vick, en zijnen
erven daar aan geeft, en geregtigt
zijn en blijven sullen, met belofte
van vrijdinge, en waaringe, als erffcoop
regt is, bekennende de comp[eran]ten wijders
dat de cooppenn[ingen] des voors[chreven] landts, die
in het geheel bedragende zijn de somma
van vijftien hondert en vijftig gulden
door de cooper voldaan zijn, en bij de
drie eerste en meerderjarige comp[teran]ten
geemploijeert, tot aflossinge van ver-
scheijde capitalen en reddinge van hun luijder
gemeenen boedel, van welke voors[chreven] cooppenn[ingen]
de betalinge des veertigsten penningh ons
alhier gebleeken is, sonder arg. in oirconde
der waarheijt hebben bij scholtus en dese met onse res-
pecive uijthangende zegelen en onder-
teekeninge van de secret[ari]s alhier be-
vestigt, actum den seventienden julij
seventien hondert en dertien.
Hij is getrouwd met Lijsbeth Huiberts van der Lee.
Toestemming voor het huwelijk is 22 april 1681 verkregen te Beusichem.
Zij zijn getrouwd op 8 mei 1681 te Beusichem.Bron 10Kind(eren):
HET BOECK VAN ST. ANTHONUS GHILT BEUSICHEM 1640 - 1741 op www.hogenda.nl
Akte op FS Beusichem
https://regionaalarchiefrivierenland.nl Toegansnr. 1512 inv.nr. 219, folio 341v-342
https://regionaalarchiefrivierenland.nl Toegansnr. 1512 inv.nr. 221, folio 133v-144v
https://regionaalarchiefrivierenland.nl Toegangsnr. 1512 inv.nr. 243, scan 39-40
https://regionaalarchiefrivierenland.nl Toegangsnr. 1512 inv.nr. 231, scan 213v-214r
https://regionaalarchiefrivierenland.nl Toegangsnr. 1512 inv.nr. 232, folio 34
https://regionaalarchiefrivierenland.nl Toegangsnr. 1512 inv.nr. 232, folio 38
https://regionaalarchiefrivierenland.nl Toegangsnr. 1512, inv.nr. 234, folio 91
https://www.regionaalarchiefrivierenland.nl/