Gehuwd (1) met NN NN.
Gehuwd (2) 1620 in Peize met Catharina Luinge, geboren 1580, overleden 1656 in Peize, dochter van Roelof Luinge, eerder getrouwd in Peize met Wolter Allerts.
Jan Schuiringe, schulte van Peize 1627-1638. Genealogie Luinge: Catharyna (Trijne) Luijnge, weduwe Jan Schuiringe is in 1641 schultinne. Zij wordt herhaalde malen vermeld in de Grondschattingsregisters Peize 1641-1655 (OSA 845).
Etstoel 1623: Jan Schuiringe verzoekt om de benoeming van mombers over de
voorkinderen van zijn vrouw. Als mombers worden benoemd Jan Geerts,
voormond, Gerrijt Roelefs, Egbert Jansen en Doe Arens als voogden.
Etstoel 1639: De minderjarige kinderen van wijlen Jan Schuiringe, in leven schulte te
Peize en Catharina Luijnge, of hun mombers verzoeken om goedkeuring om de aangeërfde vaderlijke goederen te mogen verhuren. Zij krijgen toestemming om dat voor drie of vier jaar te doen met de moeder Catharina Luinge, mits zij daarover overleggen met de mombers van de voorzoon Jan Schuiringe, die dan zijn deel van de inkomsten zal moeten genieten.
Eveneens in 1639 zijn er rechtszaken tussen zowel de mombers van de kinderen van Wolter Allerts en Catharina Luinge als de mombers van de kinderen van Jan Schuiringe en Catharina Luinge en jr. Adam van Heerd van Groningen. Het gaat daarbij om goederen te Winde die Jan Schuiringe zou hebben verkocht. De mombers van de kinderen doen een beroep op naarkoop wegens sibbe (verwantschap). Dit wordt uiteindelijk in 1645 afgewezen.
In 1708 bezitten de schults Allert Reinder Wolthers en Jan Schuiringe en consorten tesamen 2 1/8 waardeel in de Woldse slag van de totaal 4 1/4 (scheiding van de Woldse Slag in Peize, in Drentse Rechtsbronnen, Willekeuren). Deze aandelen moeten wel komen van Roelof Leunge, Peizerwold, die bij de verdeling van de marke in 1577 twee waardelen toegewezen krijgt in de Woldse Slag. In dezelfde slag heeft Egbert Leunge een half waardeel, dit moet waarschijnlijk zijn Egbert Lunsche.
In 1657 procederen Abel Lunsche, Roelof Luinge en Willem Peling, respectievelijk getrouwd met Marritjen, Ameltijn en Jacobijn Schuringe, erfgenamen van wijlen Jan Schuiringe, in leven schulte van Peize, tegen Allart Wolters, schulte van Peize en Reijner Wolters over goederen die hun aller moeder Catharina Luinge voor haar overlijden zou hebben overgedragen.
In 1652 klaagt Jan Schuiringe Steven Ebbinge en Roelof Altinge, de mombers van zijn halfzusters, aan. Volgens de eiser zijn zijn halfzusters uitgeboedeld en heeft hij derhalve recht op de hele erfenis. Deze zaak loopt nog in 1659.
Bron: G. Alting: Genealogie van de Drents-Groningse familie Alting, Lochem 1996)
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.