liet zich 22 Jan. 1636 inschrijven als phil. stud. aan de groninger hoogeschool.
In 1639 was Sirp's zoon Duirt, geboren in 1618, meerderjarig en verkreeg hij door het uitkopen van andere erfgenamen, Allersmaheerd in handen. Duirt bekleedde aanzienlijke
functies in het gewestelijk bestuur en het Aduarderzijlvest, ook was hij grietman van Ezinge en Hardeweer. Hij noemde zich Duirt Elama toe Allersma.
Hij veranderde de heerd in een buitengoed met singels en hoven. Duirt stierf in 1682 zonder kinderen die hem overleefden. De Elema's zijn hoofdelingen, geen jonkers. Allersma mag
daarom geen borg heten. (zie Ommelander borgen en steenhuizen).
Bron: Bron: Stichting Historische Kring Baflo: halfjaarlijkse uitgave De geschiedenis van Baflo-serie geestelijk leven en kerken, Hoofdstuk 3: Sirp Elema, L. B. Datema — Brugma, oktober 2011.
DBNL:
[Elema, Duurt]
ELEMA (Duurt), In 1636 student te Groningen. later hoveling te Ezinge, Feerwerd, Hardeweer, Grootegast en Doezum. Erfschepper van de Aduarder zijlen, medegecommitteerde Raad ter Admiraliteit te Harlingen, grietman te Ezinge en te Hardeweer. In 1640 werd hij hr van Allersma, in 1647 lid van de Provinciale Rekenkamer van Stad en Lande en in 1671 Gedeputeerde.
Geb. 4 Oct. 1618 op Allersmaheerd te Ezinge, vandaar dat hij aan zijn naam toevoegde ‘tho Allersma’, overl. aldaar 1682, zoon van Sirp R. Elema tho Allersma en Hillegunda Swalue, liet zich 22 Jan. 1636 inschrijven als phil. stud. aan de groninger hoogeschool. Op 11 Sept. 1639 trad hij in het huwelijk te Eenrum met Meeuwertien Fockens, dochter van Jacob Fockens (overl. 1652) en Ettien Louwens (overl. 1645). Zij stierf 31 Oct. 1645, waarop hij hertrouwde 18 Juli 1647 in de kerk te Ezinge met Margaretha Nutte, die overleed 13 Maart 1658. Daarna huwde hij 30 Maart 1660 met Abeltje Mellema, wed. Uckema, overl. 1679. In 1640 was hij heer van Allersma geworden, dat hij tot een fraai landhuis met grachten, singels en hoven liet maken. Hij was erfschepper van de Aduarderzijlen, mede-gecommitteerde Raad ter Admiraliteit te Harlingen, Grietman te Ezinge en Hardeweer, in 1647 lid van de Provinciale Rekenkamer van Stad en Lande, welk ambt hij vele jaren vervulde; in 1671 was hij lid van de Gedeputeerde staten. Hij stierf kinderloos.
Daar met hem zijn familietak uitstierf, deden de erfgenamen in de zijlinie hun aanspraken gelden. Allersma ging toen over op zijn achterneef Dr. Reneke Busch, een kleinzoon van Dr. Nicholas du Bois en Cornelia Elema.
Zijn portret en dat zijner eerste vrouw bevindt zich in het groningsch museum.
Zie: F.R. Elema, Genealogie Elema (Groningen 1923), 26-28; J. Vinhuizen en G.A. Wumkes, Het Avondmaalszilver in de provincie Groningen (Sneek 1913), 14, 15; J.A. Feith, Allersma in Groningsche Volksalmanak (1901), 50-66, met afbeeldingen van het landgoed.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen