Hij is gedoopt rond 1675.
Roelof is een 'Monnikemeijer'. Als hij introuwt op 't Erve Hobers heet hij (zoals gebruikelijk) "Hobers".
Hij is overleden na 1757 (ondertrouw zoon Albert Hobers in Amsterdam) en voor 16 mei 1767. Op deze datum wordt hij niet meer genoemd als bewoner van 't erve Hobers in het Register van het Hoofdgeld "des Carspels van den Hardenberg".
Hij is getrouwd met Jennegien Alberts.
Toestemming voor het huwelijk is 26 september 1712 verkregen.
Zij zijn getrouwd op 9 oktober 1712 te Hardenberg.Bron 1Anno 1712, den 26 september, Roelof Jansen, weduwnaar tot Ane, met Jannetje Alberts, j.d. tot Holtheme; hier getrouwt den 9 octoberZe zijn in de kerk getrouwd op 9 oktober 1712 te Hardenberg.Bron 1
Kind(eren):
Roelof is eerder getrouwd geweest met Egbertien Alberts Hobers, dit zal rond 1700 geweest zijn. Uit dit huwelijk zijn 3 kinderen geboren, te weten Harmen (circa 1705), Aeltjen (circa 1707) en Jan (1709). Egbertien is voor of begin 1712 overleden. Waarschijnlijk komt Roelof van erve Monnekemeijer, bij de doop van zijn zoon Albert wordt hij namelijk Roelof Monnekemeijer genoemd.
Folio 328 vo Volmachtstelling voor Burgemeesteren, Schepenen en de Raden van de Stad Zwolle, waar is verschenen Egbertjen Hobers, weduwe van wijlen Egbert van Dijk, woonachtig te Zwolle, die benoemd tot haar volmachtigde de Heer Jacobus Riemsdijk, Verwalter Scholtus van Hardenberg, in de boedelscheiding van haar overleden ouders Roelof Hoberts en Jannegien, en van haar onlangs overleden zuster Lutjen Hobers.
Actum Zwolle, 23 april 1773.
Folio 328 vo, 329 Volmachtstelling voor Burgemeesteren en Regeerders van de Stad Amsterdam, waar zijn verschenen Jacobus Smit en zijn ehevrouw Elsje Borgveld, die eerder getrouwd geweest is met wijlen Albert Hoberts, en dan nog Henricus ter Hagrijs, suppoost van de Weeskamer van Amsterdam, in kwaliteit als op 1 november 1775 door Heren Weesmeesteren aangestelde voogd over Willem Hoberts, de zoon van Elsje Borgveld, die benoemen tot hun volmachtigde de Heer J. v. Riemsdijk, Schout van Hardenberg, in de transporten van de goederen die de erfgenamen van Roelof Jansen Hoberts op 17 mei 1774 bij publieke verkoping hebben verkocht.
Amsterdam, 22 november 1775.
Folio 329, 329 vo Overdracht van het eerste perceel, uit het het Erve en Goed Hoebertink of Hoeberts te Ane, zijnde het woonhuis op ‘t Erve Hoeberts met zijn grond en wheere, de beide goorens bij ‘t huis, en een kalverweide bij ‘t huis, vier naast elkaar gelegen stukken zaailand op de Camp samen ongeveer vier mudden, een stukje zaailand van twee en half schepel genaamd het Vennegien, een derde part van de turfveenakkers in de Roode Schanse, en een vijfde part van een volle Drift en Plaggenwhaere exempt van de plaggenwhaere op de Cijpshaer, door Aaltien Hoberts, weduwe van Egb. Melenberg, zijnde in deze geadsisteerd met haar zoon Albert Melenberg als Momboir; Harmen Hoberts; Eva Marrink, weduwe van wijlen Jan Hoberts, voor haarzelf en namens haar dochter, geadsisteerd met haar schoonzoon M. Odink als Momboir; de Heer J.H. van Langen, als in huwelijk gehad hebbende Fennegien Hoberts, voor zichzelf en namens zijn zoon en dochter; Annegien Hoberts, weduwe van Jan Monnekemeijer, geadsisteerd met haar schoonzoon Hend. Schuldink als Momboir; Jan Hoberts en zijn huisvrouw Jannegien Gerritsen; en dan nog Verw. Scholtus J. van Reimsdijk in kwaliteit als gevolmachtigde van Egbertien Hoberts, weduwe van E. van Dijk, luid procuratie voor Burgemeesteren, Schepenen en Raden van de Stad Zwolle op 23 april 1773, en als gevolmachtigde van Jacobus Smit en Elsje Borgveld, welke Elsje Borgveld eerder getrouwd is geweest met wijlen Albert Hoberts, en van Henricus ter Hagrijs, suppoost van de Weeskamer van de Stad Amsterdam, als op 1 november 1775 door de Heren Weesmeesteren benoemd tot voogd over Willem Hoberts, de zoon van Elsje Borgveld, luid procuratie voor Burgemeesteren en Regeerders van de Stad Amsterdam op 22 november 1775, alle tezamen kinderen en erfgenamen van wijlen Roelof Jansen Hoberts en zijn ehevrouw Jannegien Alberts, aan Jan Hoberts en zijn huisvrouw Jannegien Gerritsen te Ane. De percelen zijn op 17 mei ten overstaan van dit Gericht bij publieke verkoping door Jan Gerritsen aangekocht.
Actum Hardenberg, 22 december 1775.
Folio 329 vo, 330 Overdracht van het tweede perceel, uit het het Erve en Goed Hoebertink of Hoeberts te Ane, zijnde genaamd de Hofste ongeveer vijf schepel land in zijn bepaling bij ‘t huis van nagenoemde D. Monnekemeijer gelegen, met de last van onderhoud van ‘t Hekke bij Hekmans huis, zo verre ten laste van ‘t Erve Hoberts geweest is, en dan nog de halfscheid van het derde perceel, bestaande dit perceel in zijn geheel, in Vennegies Gooren, zijnde drie stukjes land bij de Hofste gelegen, gehorende bij beide voornoemde percelen het recht van plaggensteken na rato van de grootte van de percelen, door Aaltien Hoberts, weduwe van Egb. Melenberg, zijnde in deze geadsisteerd met haar zoon Albert Melenberg als Momboir; Harmen Hoberts; Eva Marrink, weduwe van wijlen Jan Hoberts, voor haarzelf en namens haar dochter, geadsisteerd met haar schoonzoon M. Odink als Momboir; de Heer J.H. van Langen, als in huwelijk gehad hebbende Fennegien Hoberts, voor zichzelf en namens zijn zoon en dochter; Annegien Hoberts, weduwe van Jan Monnekemeijer, geadsisteerd met haar schoonzoon Hend. Schuldink als Momboir; Jan Hoberts en zijn huisvrouw Jannegien Gerritsen; en dan nog Verw. Scholtus J. van Reimsdijk in kwaliteit als gevolmachtigde van Egbertien Hoberts, weduwe van E. van Dijk, luid procuratie voor Burgemeesteren, Schepenen en Raden van de Stad Zwolle op 23 april 1773, en als gevolmachtigde van Jacobus Smit en Elsje Borgveld, welke Elsje Borgveld eerder getrouwd is geweest met wijlen Albert Hoberts, en van Henricus ter Hagrijs, suppoost van de Weeskamer van de Stad Amsterdam, als op 1 november 1775 door de Heren Weesmeesteren benoemd tot voogd over Willem Hoberts, de zoon van Elsje Borgveld, luid procuratie voor Burgemeesteren en Regeerders van de Stad Amsterdam op 22 november 1775, alle tezamen kinderen en erfgenamen van wijlen Roelof Jansen Hoberts en zijn ehevrouw Jannegien Alberts, aan Derk Monnekemeijer en zijn huisvrouw Wibbegien Assen. De percelen zijn op 17 mei ten overstaan van dit Gericht bij publieke verkoping door Derk Monnekemeijer aangekocht.
Actum Hardenberg, 22 december 1775.
Folio 330, 330 vo Overdracht van de halfscheid van het derde perceel, uit het het Erve en Goed Hoebertink of Hoeberts te Ane, bestaande dit perceel in zijn geheel, in Vennegies Gooren, zijnde drie stukjes land bij de Hofste gelegen, voorts het zevende perceel, zijnde De Kleine Vlasakker op de Vooresch groot twee schepel, het twintigste perceel, zijnde twee stukjes in de Bongerties van samen ongeveer twee schepel, het achtendertigste perceel, zijnde een koeweide op de Anerweerd, en het acht en veertigste perceel, zijnde een dagwerk hooiland op de Hoogte en een derde part van twee dagwerken hooiland in de Laagte, beide in de Steegemaat onder Holtheme gelegen, door Aaltien Hoberts, weduwe van Egb. Melenberg, zijnde in deze geadsisteerd met haar zoon Albert Melenberg als Momboir; Harmen Hoberts; Eva Marrink, weduwe van wijlen Jan Hoberts, voor haarzelf en namens haar dochter, geadsisteerd met haar schoonzoon M. Odink als Momboir; de Heer J.H. van Langen, als in huwelijk gehad hebbende Fennegien Hoberts, voor zichzelf en namens zijn zoon en dochter; Annegien Hoberts, weduwe van Jan Monnekemeijer, geadsisteerd met haar schoonzoon Hend. Schuldink als Momboir; Jan Hoberts en zijn huisvrouw Jannegien Gerritsen; en dan nog Verw. Scholtus J. van Reimsdijk in kwaliteit als gevolmachtigde van Egbertien Hoberts, weduwe van E. van Dijk, luid procuratie voor Burgemeesteren, Schepenen en Raden van de Stad Zwolle op 23 april 1773, en als gevolmachtigde van Jacobus Smit en Elsje Borgveld, welke Elsje Borgveld eerder getrouwd is geweest met wijlen Albert Hoberts, en van Henricus ter Hagrijs, suppoost van de Weeskamer van de Stad Amsterdam, als op 1 november 1775 door de Heren Weesmeesteren benoemd tot voogd over Willem Hoberts, de zoon van Elsje Borgveld, luid procuratie voor Burgemeesteren en Regeerders van de Stad Amsterdam op 22 november 1775, alle tezamen kinderen en erfgenamen van wijlen Roelof Jansen Hoberts en zijn ehevrouw Jannegien Alberts, aan Wolter Willink te Ane. De percelen zijn op 17 mei ten overstaan van dit Gericht bij publieke verkoping door Wolter Willink aangekocht.
Actum Hardenberg, 22 december 1775.
Folio 330 vo, 331 Overdracht van het vierde perceel, uit het het Erve en Goed Hoebertink of Hoeberts te Ane, zijnde een stuk zaailand, genaamd Het Kruisstukke, groot zes spint, gelegen op de Vooresch, door Aaltien Hoberts, weduwe van Egb. Melenberg, zijnde in deze geadsisteerd met haar zoon Albert Melenberg als Momboir; Harmen Hoberts; Eva Marrink, weduwe van wijlen Jan Hoberts, voor haarzelf en namens haar dochter, geadsisteerd met haar schoonzoon M. Odink als Momboir; de Heer J.H. van Langen, als in huwelijk gehad hebbende Fennegien Hoberts, voor zichzelf en namens zijn zoon en dochter; Annegien Hoberts, weduwe van Jan Monnekemeijer, geadsisteerd met haar schoonzoon Hend. Schuldink als Momboir; Jan Hoberts en zijn huisvrouw Jannegien Gerritsen; en dan nog Verw. Scholtus J. van Reimsdijk in kwaliteit als gevolmachtigde van Egbertien Hoberts, weduwe van E. van Dijk, luid procuratie voor Burgemeesteren, Schepenen en Raden van de Stad Zwolle op 23 april 1773, en als gevolmachtigde van Jacobus Smit en Elsje Borgveld, welke Elsje Borgveld eerder getrouwd is geweest met wijlen Albert Hoberts, en van Henricus ter Hagrijs, suppoost van de Weeskamer van de Stad Amsterdam, als op 1 november 1775 door de Heren Weesmeesteren benoemd tot voogd over Willem Hoberts, de zoon van Elsje Borgveld, luid procuratie voor Burgemeesteren en Regeerders van de Stad Amsterdam op 22 november 1775, alle tezamen kinderen en erfgenamen van wijlen Roelof Jansen Hoberts en zijn ehevrouw Jannegien Alberts, aan Roelof Tielen te Ane. De percelen zijn op 17 mei ten overstaan van dit Gericht bij publieke verkoping door Roelof Tielen aangekocht.
Actum Hardenberg, 22 december 1775.
Gezin van Roelof Jansen Monnikkemeijer (Hobers)
Hij is getrouwd met (1) Egbertien Alberts Hobers rond 1700 te Hardenberg.
Kind(eren):
Harmen Hobers ± 1705-> 1775
Aeltjen Roelofs Hobers ± 1707-> 1775
Jan Hobers 1709-< 1775
Hij is getrouwd met (2) Jannegien Alberts Willink op 9 oktober 1712 te Hardenberg.Bron 3
"Den 26 dito: Roelof Jansen, weduwnaar tot Ane, met Jannetje Alberts, j.d. tot Holtheme; hier getrouwt den 9"
Toestemming voor dit huwelijk is 26 september 1712 verkregen te Hardenberg.Bron 3
Kind(eren):
Egbertjen Hobers 1713-1798
Lutgert (Lutjen) Hobers 1714-± 1772
Jannigjen Hobers 1716-< 1767
Annegjen Roelofs Hobers 1718-> 1775
Albert Hobers 1721-± 1721
Aeltje Hobers 1722-< 1748
Albert Hobers 1724-1758
Jan Roelofs Hobers ± 1726-< 1776
Hendrik Hobers ± 1730-> 1748
Lukas Hobers 1731-< 1748
Notities bij Roelof Jansen Monnikkemeijer (Hobers)
Inleiding
We kunnen ons een beeld vormen van het gezin van Roelof Hobers (voorheen Monnikemeijer) op grond van een beperkt aantal bronnen. Er zijn doopinschrijvingen van acht van zijn kinderen; daarnaast noemt de volkstelling van 1748 de "kinders over de 10 jaren out", die dan op de boerderij wonen. Er is echter een prachtige bron die goed de samenstelling van het gezin van Roelof Hobers en Jannigjen Alberts toont: de verdeling van zijn erfenis bij de "notaris" (scholtus J van Riemsdijk). Al deze bronnen samen maken het mogelijk het gezin reconstrueren. Roelof Hobers wordt op één van de doopaktes van zijn kinderen Roelof Monnikkemeijer genoemd. Blijkbaar komt hij (of zijn vader) van 't erve Munnekemeijer, dat ook in Ane ligt. Hij is dus ingetrouwd op 't erve Hobers en neemt op dat moment de naam "Hobers" aan.
Huwelijk met Egbertien Alberts Hobers
Eind 1600 is Albert Hobers de boer op 't erve Hobers. Veel gegevens van zijn gezin zijn bij de grote brand in Hardenberg van 1708 verloren gegaan. Omdat dochter Egbertien in 1678 in Gramsbergen gedoopt is, is haar doopakte wel bewaard gebleven. Als boer Albert te oud is om het boerenwerk te verrichten, neemt deze dochter Egbertien zijn taken over. Als ze begin 20 is trouwt ze met een boerenzoon uit Aene Roelof Jansen Monnikemeijer. Roelof komt op 't erve Hobers wonen. Over de 'bruidsschat' hoeft niet lang gepraat te worden. De traditie schrijft alles voor. Het echtpaar krijgt (minstens) drie kinderen. Alleen van Jan is de doopinschrijving bekend. De namen van de andere twee: Harmen en Aeltjen, zijn bekend uit andere bronnen, maar blijkbaar vóór de brand in Hardenberg gedoopt. Egbertien zal omstreeks 1712 overleden zijn; haar man hertrouwt in 1713. De oudste zoon Harmen blijft zijn hele leven ongetrouwd op de boerderij wonen. De twee dochters zullen uittrouwen.
Huwelijk met Jannegien Alberts
In oktober 1712 hertrouwt Roelof Hobers; het is voor een boer vanzelfsprekend dat hij als weduwnaar met drie kleine kinderen zo snel mogelijk een vrouw zoekt. Zijn nieuwe bruid heet Jannegien Alberts en komt uit het nabijgelegen Holtheme. Er zal ongetwijfeld een momberstelling zijn opgemaakt bij het gericht in Hardenberg. In zo'n momberstelling worden mombers (voogden) aangesteld die de belangen van de kinderen uit zijn eerste huwelijk moeten behartigen. Helaas is er een hiaat in het rechterlijk Archief van Hardenberg in uitgerekend deze jaren. We zouden anders een goed overzicht hebben van zijn gezin. We zullen dit soort momberstellingen later vaak tegenkomen.
Den 26 dito: Roelof Jansen, weduwnaar tot Ane, met Jannetje Alberts, j.d. tot Holtheme; hier getrouwt den 9
Dit huwelijk duurt vele jaren en wordt gezegend met tien kinderen. Het eerste kind dat uit dit huwelijk geboren wordt, krijgt de naam "Egbertjen". Het is gebruikelijk dat zo'n eerstgeborene de naam van de overleden vorige echtgenoot krijgt. Zo kunnen we dus aannemen dat de eerste vrouw Egbertje Hobers was.
Hoofdgeld 1723
In 1723 moet Roelof belasting betalen; het zogenaamde "hoofdgeld". Voor iedereen op de boerderij die ouder is dan 16 jaar moet hij 15 stuiver betalen. Er zijn in dat jaar 5 bewoners ouder dan 17 (afb.1): "Hobert 5 personen ..... 5"
Rechtzaak tegen Roelof Hobers; 1728
Op 9 februari 1728 moet Roelof Hobers voor het gerecht in Hardenberg verschijnen. Het is niet duidelijk waarvan hij beschuldigd wordt, maar wat wel duidelijk wordt is dat hij niet meewerkt aan zijn proces. Hij is blijkbaar bij eerdere zittingen niet op komen dagen. De uitslag van het proces is niet bekend, maar of hij het heeft kunnen winnen van de rentmeester van Hardenberg Hardenberg valt te betwijfelen.
Hardenberg, den 9 Febr: 1728
Righter: Arnold Voltelen
Keurnoten: Dr Jan Doornick en Berent Gerh. Kramer
Erschenen Dr. Baerselman als bediende van de Rentmr. Jacobus van Riemsdijck diend op op huijden, nae voorgaande citatie [dagvaarding] van eisch en aensprake [eis] teg. Roelof Jansen op Hoebers met een document sub A cocluderende als daerbij versoekende dat de gedaegde hiertoe magh worden aangecijst en bij uijtblijven oftefante van tegenhandelinge contenuerende tot contumacie [weerspannigheid, niet verschijnen op de rechtzitting, waardoor Roelof geen recht op verdediging heeft] als nae landreght onder protest van kosten
Waarop gecompareert Roelof Jansen Hobers versoekt van het op heden tegen hem ingediende copie en termijn van ses weken, onder protest van kosten.
Quod Conceditur
Bron: Rechterlijk Archief Schoutambt Hardenberg; Toegang 55.2.1 Inv. 35
Verponding Salland; 1733
Bij resolutie van 16 juni 1601 voerden de Staten van Overijssel een belasting onder de naam 'verponding' in, die werd geheven over onroerend goed, zoals grond en huizen. Deze belasting moest betaald worden door de gebruiker van "t Erve, die tot op zekere hoogte een recht van verhaal had op de eigenaar. Uit het verpondingregister blijkt dat Roelof Hoebers in 1733 de eigenaar is.
de buirschap Anen
Namen der tegenswoordige Eijgenaren, so niet anders weet: ........de boer Roelof Hoebers
De namen der goederen ....................................................Hoebers
Verpondigen ordinaris .......................................................10-15:-
Contributie ordinaris...........................................................18-18-
Volkstelling 1748
In augustus 1748 vond in Overijssel een volkstelling plaats. Gedeputeerde Staten wilden namelijk een eenmalige "personele quotisatie" invoeren: een hoofdelijke omslag naar inkomen. Dank zij deze telling weten we nu precies wie er in dat jaar op 't erve Hobers woont.
Schoutamt Hardenberg, den buijrschap Ane
Namen van de Huijsen ..................Hobert
De man ........................................Roelof
de vrouw........................................Jennegien
kinders over de 10 jaar oud..........Harmen, Ludgert, Jennegien, Jan en Hendrik
Er zijn, in tegenstelling tot vrijwel alle andere boerderijen in Ane, geen "kinders onder de 10 jaren out". Ook zijn er op de boerderij geen "dienstboden, knegten, meijden, schepers en koehoeders of andere in of bijwoners". 't Erve Hobers is dus een volledig familiebedrijf. Op de boerderij wonen de boer Roelof Hobers , die dan al ruim 70 jaar is met zijn vrouw Jannegien. De ongetrouwde zoon Harmen uit zijn eerste huwelijk, die de 40 al ruim gepasseerd moet zijn. De 34-jarige dochter Lutgert, de 32-jarige dochter Jannigjen, zoon Jan (ruim 20); hij zal later de boerderij overnemen. En tenslotte zoon Hendrik (leeftijd onbekend). Harmen, Ludgert en Hendrik blijven kinderloos volgens het hieronder genoemde testament. Ze zullen ongetrouwd gebleven zijn. Jannigjen (Jennegien) trouwt vrij snel na de volkstelling met de "Heer Jan Hendrik van Langen". De enige die dan overblijft om met vrouw de boerderij over te nemen is Jan Hobers. ( zie testament hieronder)
De 'vertrokken' kinderen
De oudste zoon Jan is ten tijde van de volkstelling al zo'n acht jaar getrouwd met Eva Marrink. Ze wonen in Hardenberg en hebben twee dochters: Christina en Hendrica Hobers.
Dochter Egbertjen, dan 25 jaar, woont in Zwolle. Ze zal vijf jaar na de telling trouwen met weduwnaar Egbert van Dijk. Moeder Jannegien is getuige bij dat huwelijk van haar oudste dochter. Egbertjen Hobers krijgt zelf geen kinderen.
Dochter Annegjen ( 30 jaar) is ook het huis uit: ze is getrouwd met Jan Monnekemeijer.
De 26-jarige dochter Aeltje heeft al drie kinderen. Ze is getrouwd met Egbert Melenberg en woont met haar gezin in de buurt van haar ouderlijk huis in Ane, 't erve Melenberg. Haar gezin wordt bij deze volkstellelling daar beschreven.
Zoon Albert is op het moment van de volkstelling 18 jaar. Hij heeft de boerderij verlaten en is het verst weggegaan. Albert vertrekt als "backer" naar Amsterdam, waar hij gaat wonen op de Haarlemmerdijk. Hij trouwt daar in 1757 met Elsje Bergveld. Vader Roelof heeft hier weet van, want het huwelijk is "met vaders consent goet ingebracht". Wat de familie nooit heeft geweten is wat er van deze Albert geworden is. Albert Hobers laat vrouw en kind in de steek en vertrekt in 1758 met de noorderzon. Niemand zal ooit meer iets van hem vernemen. Bij deze zoon Albert heb ik uitvoerig beschreven wat er met hem gebeurd is.
Ook een kleinzoon van Roelof, Jan Melenberg ( zoon van Aaltje Hobers en Albert Melenberg) zal naar Amsterdam vertekken. Hij woont daar in den Blomstraat.
Overdracht van het het Erve en Goed Hoebertink of Hoeberts te Ane
Na het overlijden van Roelof en Jannegien (data onbekend) blijft de boerderij in de familie. Het is daartoe nodig dat alle levende erfgenamen samen komen bij de schout van Hardenberg om te tekenen voor de overdracht van de boerderij aan de jongste nog levende broer: Jan Roelofs Hobers en zijn vrouw Jannegien Gerritsen. In het Rechterlijk Archief Schoutambt Hardenberg is de volgende akte te vinden. Deze akte noemt alle erfgenamen bij de verdeling van 't erve Hobers.
Folio 329, 329 vo Overdracht van het eerste perceel,
uit het Erve en Goed Hoebertink of Hoeberts, ter plaatse Hoberts genaamd, gelegen in de Boerschap Ane, onder dit Schoutampt, bestaande in het woonhuijs met sijn grond en wheere, de beide goorens bij ?t huijs, en een kalverweide mede bij ?t huijs gelegen genaamd de kleine Hogt, vier stukken zaaijland op den Camp naast malkanderen gelegen te samen ongeveer vier mudden landt, Een stukjen zaaijland het Vennegien genaamd ongeveer groot twee en een half schepel, Een derde part van drie turfveene akkers in de Roode Schanse, benevens een vijfde part van een volle Drift en Plaggenwhaere, exempt van de Plaggewhaere op de Cijftshaere; door Aaltien Hoberts, weduwe van Egb. Melenberg, sijnde in dezen geadsisteerd met haar zoon Alb. Melenberg als Momboir; Voorst Harmen Hoberts; Eva Marrink, wed. van wijlen Jan Hoberts, voor haarselvs en namens haar dogter, geadsisteerd met haar schoonzoon M. Odink als Momboir; de Heer J.H. van Langen, als in huwelijk gehad hebbende Jannegien Hoberts, voor sigselvs en namens zijn zoon en dogter; Annegien Hoberts, wed. van Jan Monnekemeijer, geadsisteerd met haar schoonzoon Hend. Schuldink als Momboir; Jan Hoberts en sijn huisvrouw Jannegien Gerritsen tutore marito; En dan nog ik Verw. Scholtus J. van Riemsdijk selvs in qualiteit als gevolmagtigde van Egbertien Hoberts, wed. van E. van Dijk, luid procuratie voor Burgemeesteren, Schepenen en de Raden van de Stad Zwolle op 28 april 1773 gepasseerd, en als gevolmagtigde van Jacobus Smit en Elsje Bergveld, welke Elsje Bergveld bevorens is getrouwd geweest met Albert Hoberts, voorts van Henricus ter Hagrijs, suppoost van de Weeskamer der Stad Amsterdam, als op den 1 november 1775 door de Ed. Agtb. Heren Weesmeesteren gesteld en geordonneerd tot voogd over Willem Hoberts, soon van Elsje Bergveld, luid procuratie voor Burgemeesteren en Regeerders der Stad Amsterdam op den 22 november 1775 gepasserd en uitgegaan; Alle te Samen kinderen en Erfgenamen van wijlen Roelof Jansen Hoberts en zijn ehevrouw Jannegien Alberts, aan Jan Hoberts en zijn huisvrouw Jannegien Gerritsen te Ane.
Actum Hardenberg, 22 december 1700 vijfenseventigh.
"Een duisend en vierhonderd Caroli guldens"
In de vorige akte gaan alle erfgenamen akkoord met de overdracht van 't erve Hobers en het daarbij behorende land aan hun broer Jan Hobers en zijn huisvrouw Jannegien Gerritsen. Dat doen ze pas nadat ze allen hun eigen erfdeel uitbetaald hebben gekregen. Jan en Jannegien hebben daartoe zelf een hypotheek moeten afsluiten, waardoor we nu de waarde van de boerderij in 1774 kennen:
......Erschenen sijn Jan Hoberts en sijn huijsvrouw Jannegien Gerritsen, tutore marito, woonagtig tot Ane: En verklaarden sij comparanten wegens door haar op den eersten September 1774 opgenomen en aan haar verstrekte penningen, oprecht en deugdelijk schuldig te wesen aan Juffrouw Maria Westhof Wed van wijlen de Heer Gerrit van de Mariënberg, woonachtig te Brugt: Een capitale somma van Een duisend en vierhonderd Caroli guldens
Dan volgen ellenlange juridische voorwaarden waaronder de rente drie en een halve gelijke guldens van ieder honderd gerekend en de benoeming van het onderpand haar eigendommelijke allodiatie en door haar selvs bewoond en gebruikt wordende keuterplaatse Hoberts genaamd, gelegen in de boerschap Ane
Ze kunnen beiden naamtekenen en de Scholtus voorziet de akte van zijn zegels omdat ze zelf geen zegel hebben. Op de plaats van LS ( afbeelding) zat het Lak Segel. (Afbeelding)
't Erve Hobers en de Nieuw-Amsterdamse tak
De nieuwe boer op 't erve Jan Hobers, overlijdt kort na het tekenen van deze akte. Zijn weduwe Jennegien Gerritsen met de baby Roelof blijft op de boerderij wonen. Ze hertrouwt dan de vrijgezel Jan Alberts van Almelo. De overgrootmoeder van deze Jan van Almelo werd ooit als Jannigje Hobers op deze boerderij geboren. Haar achterkleinzoon Jan neemt nu de naam Hobers weer aan. Zijn kleinzoon zal de naam Hobers naar Nieuw-Amsterdam brengen.
Leestip
Roelofs zoon krijgt een zeemansgraf:
Klik op zoon Albert Hobers * 1724.
De kleinzoon die in Kaap de Goede Hoop overlijdt:
Klik op zoon Albert Hobers * 1724 en klik door naar diens zoon Willem Hobers * 1758.
Roelof Jansen (Hobers) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1712 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jennegien Alberts | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||