Postuum uitgereikt te Apeldoorn op 9 juni 1950.
Hij is getrouwd met Johanna Clara Maria Ludmilla Hund.
Zij zijn getrouwd op 6 mei 1924, hij was toen 28 jaar oud.
Kind(eren):
Martin Lelivelt (rechts op de foto met zijn broers Herman links en Jan), woonwagenbouwer en aannemer van beroep, ving regelmatig uit Duitsland ontsnapte krijgsgevangenen, piloten en onderduikers op. Joop ter Haar, Hendrik Leemreize en zijn dochter Mia waren hem daarbij behulpzaam.
Op 20 April 1944 werd hij in zijn woning aan de Schievegatsdijk in Lichtenvoorde gepakt, vervoerd naar Vught, gemarteld en uiiteindelijk op 25 juli 1944 gefusilleerd bij Fort Rhijnauwen. Hij was 48 jaar oud.
Te zijner ere werd de Schievegatsdijk omgedoopt tot Martin Leliveltstraat.
Bij de pilotenhelpers in Lichtenvoorde
Op een morgen zijn ze door een ondergrondse groep opgehaald en meegenomen naar een voor mij onbekend adres.
Dat bleek later Lichtenvoorde geweest te zijn (bij Mia Lelivelt). Zij zijn allebei door de Amerikanen bevrijd in België, na de grote opmars augustus-september.
Er was nog een afscheidsdiner! voor de gasten; 17 april vertrokken ze. Een bijzondere opmerking van vader Jan Garben heeft ons toen getroffen. Hij zei: "Jammer dat die jongens weg zijn, jullie hadden er zulk een goede aanspraak aan."
Gevaar met ons allen telde hij niet. Het afscheid was in het huis van Garben, iedereen toen aanwezig sprak Engels, oma Garben, toen al een beetje in de war, zei: "Wat spreken die lui toch voor taal?" Iemand zei toen: "Latijn." Was beter voor de veiligheid. Dat hoorde ze in de kerk ook en wist ze ook niet wat het betekende
Mia Lelivelt die Harry hierboven noemt, was de dochter van de verzetsman Martinus Antonius Lelivelt, timmerman in Lichtenvoorde. Martin Lelivelt was de centrale figuur in een groep pilotenhelpers in Lichtenvoorde. Veel neergeschoten vliegeniers hebben een tijdje bij hem in huis ondergedoken gezeten. Zijn dochter Mia kookte voor deze mensen. Eerder al hadden zij luitenant Babcock geholpen, de bommenrichter van de Amerikaanse bommenwerper die op 4 januari 1944 bij Vinkwijk is neergestort.
Op een avond kwamen een paar marechaussees uit 's-Heerenberg Stinnett en Glassman met een auto afhalen bij Garben in Azewijn. Ze gingen op weg naar het tramstation in Lichtenvoorde, waar de Amerikanen om 9 uur 's avonds aan twee pilotenhelpers zouden worden overgedragen. Helaas kreeg de auto onderweg een lekke band, maar het oponthoud kon tot een kwartier beperkt blijven. Desondanks waren de twee wachtende mannen in Lichtenvoorde al zenuwachtig geworden.
Na de overdracht werden Stinnett en Glassman via een omweg naar een boerderij bij Lichtenvoorde gebracht. Terwijl ze daar van surrogaatkoffie en boterhammen met rauwe ham zaten te genieten, vroeg een van de pilotenhelpers om allerlei gegevens, zoals hun naam, geboortedatum, het type van hun vliegtuig en de namen van de andere bemanningsleden. Ze gaven die informatie zonder aarzelen, maar toen naar hun vliegopdracht werd gevraagd, weigerden ze die te geven. Ook toen hun aan de hand van ingevulde lijsten werd getoond dat eerdere Amerikanen wel hun vliegopdracht hadden genoemd, hielden Stinnett en Glassman voet bij stuk: ze beantwoordden deze vraag niet.
Diezelfde avond werden ze naar een ander adres gebracht, waar ze hun eerste nacht in Lichtenvoorde doorbrachten. De volgende dag werden ze verplaatst naar het huis van Martin Lelivelt. Daar maakten zij op 20 april 1944 een hachelijk moment mee. De Duitse Sicherheitsdienst was de pilotenhelpers op het spoor en inderdaad kreeg ook Martin Lelivelt bezoek van een aantal SD'ers. Terwijl die de benedenverdieping en de kelder van het huis doorzochten, ging Mia Lelivelt zo onopvallend mogelijk naar de zolder, waar Stinnett en Glassman zaten. Onmiddellijk doken zij hun schuilplaats in, maar in de haast vergaten zij het trapje voor het luik weg te halen. Even later stonden de SD'ers op de zolder, maar het trapje wekte geen argwaan. Stinnett en Glassman waren door het oog van de naald gegaan.
Met Martin Lelivelt is het minder goed afgelopen. Hoewel er in zijn huis geen belastend materiaal werd gevonden, werd hij toch gearresteerd. Op 25 juli 1944 werd hij in Fort Rhijnauwen bij Utrecht gefusilleerd. Hij was toen 48 jaar oud. Het is niet bekend waar hij begraven is, maar zijn naam staat op het verzetsmonument in Fort Rhijnauwen. De straat waar hij woonde in Lichtenvoorde heet nu Martin Leliveltstraat.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Martinus Antonius Lelivelt | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1924 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna Clara Maria Ludmilla Hund | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.