Nederlands Hervormd
Huizenbezitter/-verhuurder
(1) Hij is getrouwd met Maria Hendrika Lobé.
Zij zijn getrouwd op 14 juni 1896 te Rotterdam, Zuid-Holland, Nederland, hij was toen 21 jaar oud.
Opmerkingen akte nr. 1713 Rotterdam Akte Jaar 1896 Nummer i042
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Pietertje Spuij.
Zij zijn getrouwd op 7 januari 1903 te Rotterdam, Zuid-Holland, Nederland, hij was toen 27 jaar oud.
Kind(eren):
De naam Arie Bremer komt drie keer voor: Vader -Zoon - Kleinzoon. Een van deze drie is geboren op 22-03. Overlijdens advertentie uit de "Gereformeerde kerkbode", orgaan van de Gereformeerde kerk van Rotterdam van 01/07/1933: volgens deze advertentie werd Arie Bremer 58 jaar. De krant kwam wekelijks uit. Het is dus aannemelijk, dat Arie Bremer overleed in de laatste week van juni 1933.
(Research):Het eiland Tiengemeten Tiengemeten, een van de Zuidhollandse Eilanden, gelegen tussen de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee is ontstaan in de 17e eeuw als onbeduidende zandplaat in het toen nog ongetemde Haringvliet. De oppervlakte van deze plaat was 10 "gemet", (ongeveer 5 hectare). Dit verklaart de naam van het eiland. Pas tussen 1750 en 1860 is het eiland in een aantal stappen ingepolderd voor de landbouw. Het eiland is nu ongeveer 1000 ha groot. Daarvan bestaat 700 ha uit akkers. Het landschap is hier weids en zakelijk ingericht. De Blanke Slikken (300 ha) liggen buitendijks en zijn nooit ontgonnen. Het landschap is hier ruig en natuurlijk. In de polders liggen drie kleine nederzettingen. Veel van de vroegere arbeiderswoningen zijn lange tijd gebruikt als weekeindhuisje. Deels staan ze nu leeg. Ook de meeste boerderijen staan momenteel leeg. Tiengemeten kwam op 20 november 1790 uit erflating aan Arnout Jan van Brienen, Heer van de Groote Lindt, Dortsmonde en Stad. De laatste alleenbezitter van het eiland was A.N.J.M. Baron van Brienen van de Groote Lindt, wiens erfgenamen, na zijn overlijden in 1903, gemeenschappelijk eigenaren bleven en die op 26 februari 1907 het gehele eiland, met uitzondering van de in 1805 opgerichte quarantaine-plaats, bij notariële akte inbrachten in de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen "Eiland de Tiengemeten", gevestigd te 's-Gravenhage. De quarantaine-plaats werd opgeheven en vervangen door een kruitmagazijn der Koninklijke Marine, hetwelk echter ook niet meer bestaat. Het eiland is bij de ramp van 1933 geheel overstroomd en er vielen helaas enkele slachtoffers te betreuren. Nadien werd het gehele eiland met behulp van Waterstaat hersteld. De binnendijken werden toen gesloopt, zodat het ingedijkte gedeelte thans één polder vormt. Het eiland behoort tot de gemeente Korendijk en wel voor plm. 2/3 gedeelte tot de kern Zuid-Beijerland en voor plm. 1/3 gedeelte tot de kern Goudswaard. De bedijkingen zijn ontstaan in de periode 1780 (Vredepolder) tot 1854 (Brienenswaard). Vanaf 1765 lagen van zee komende schepen met specerijen in quarantaine tegen de oostpunt van het eilandje, waar in 1768 voor dit doel een haventje werd gegraven. Nog tot 1805 had de landsregering deze plaats (het Quarantainepoldertje) als zodanig in gebruik. Vrij kort daarop werd dezelfde plek als marinedepot, inclusief kazerne en kruitmagazijn ingericht, doch dit is allemaal reeds lang historie. In 1958 nl. werd de Quarantaine van Domeinen overgenomen door de N.V. Tiengemeten. Oorspronkelijk onderhielden 2 veerlieden de verbinding tussen de Hoeksche Waard en het eiland Tiengemeten en wel J. Troost vanaf de Quarantaine en St. Bijl vanaf de Nieuwendijk. J. Troost heeft het veer gestaakt in 1960 en W. Bijl heeft het veer overgenomen van St. Bijl. De veerdienst is tegenwoordig - net als het eiland zelf - in eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten met een zoon van W. Bijl als schipper. Reeds vanaf 1903 werd het beheer over het eiland gevoerd door de familie Overwater: vanaf 1903 - 1937 door de heer P.S. Overwater, vanaf 1937 - 1960 door de heer L.I. Overwater, vanaf 1960 door de heer P.S.D. Overwater. Vanaf 1997 is Tiengemeten het eigendom van de vereniging Natuurmonumenten. Reeds vanaf 1912 is er een telefoonverbinding en geruime tijd was er zelfs een hulptelegraaf- en telefoonkantoor. In 1924 werden de kosten van de P.T.T. iets hoger en voor het behoud van het telefoonstation werd toen van elke boer een bijdrage gevraagd van f 12,50 per jaar. In 1952 werd het eiland voorzien van electriciteit, hetgeen een enorme verbetering was. De petroleumlamp kon worden opgeborgen en de boeren konden ook in de schuren gebruik gaan maken van jacobsladders of transporteurs. Nog een grotere verbetering werd tot stand gebracht toen rond 1961 het eiland werd voorzien van leidingwater. Men had nu niet meer te lijden van droge zomers, waarin de regenputten droog kwamen te staan en drinkwater per schip moest worden aangevoerd. Er werd ook wel zoet water aangevoerd voor bespuiting van de boomgaarden, welke werden geëxploiteerd door J.H. Vos. Tijdens de bezetting door de Duitsers in 1940 - 1945 werd het eiland onder water gezet (in 1944). Er stond net zoveel water dat de grond drassig bleef en er geen vliegtuigen konden landen. Tijdens de watersnoodramp in 1953 werd het eiland als het ware geheel overspoeld. Er onstonden plm. 22 gaten in de dijk en men had toen nog eb en vloed, zodat het zoute zeewater in en uit de polder bleef lopen, totdat men de gaten zodanig had gedicht dat dit niet meer mogelijk was. Bij deze ramp zijn de opzichter D. Ardon en zijn broer G. Ardon verdronken. De bouwlanden hadden ook heel erg geleden door het zoute water en de eerste jaren werd veel gerst verbouwd omdat andere gewassen nauwelijks wilden groeien. Ook de boomgaarden waren er niet al te best aan toe en de heer J.H. Vos zag er van af om de boomgaarden te blijven exploiteren. De N.V. heeft toen de boomgaarden in eigen beheer genomen tot 1967 en toen de fruitprijzen zo laag werden dat met aanzienlijke tekorten moest worden gewerkt is men ertoe overgegaan om te verpachten. Door de afsluiting van de zeegaten in verband met de uitvoering der Deltawerken is er geen eb en vloed meer en zijn de benodigde aanpassingswerken uitgevoerd, welke door het Rijk zijn bekostigd. Het eiland was oorspronkelijk een sluispolder, dat wil zeggen dat het overtollige water bij eb vanzelf uit de polder liep terwijl bij opkomend water de deuren zich sloten. Nu er geen eb en vloed meer is moet het overtollige regenwater worden uitgemalen en zijn er drie elektrische gemalen geplaatst. Ook de loswal en de haven zijn aangepast en er kwam zelfs een nieuwe weegbrug met een weegvermogen van 30 ton. Door de uitdieping van de haven en het maken van een behoorlijke gelegenheid om aan te leggen met de door de boeren aangekochte pont konden zelfs vrachtauto's geladen met producten en materialen van en naar het eiland komen. Na de ramp in 1953 werden in de jaren 1954/'55 ook de doorlopende wegen geasfalteerd. Vanaf elke boerderij kan men rechtstreeks de geasfalteerde wegen bereiken en ook dit is een aanzienlijke verbetering. Er is een wegcommissie die er toezicht op houdt, dat de wegen en bermen goed worden onderhouden. Ook is er een brandspuit op het eiland, welke reeds zijn goede diensten heeft bewezen. Ondanks het feit dat men op het eiland nagenoeg alles heeft wat het vasteland kan bieden moet men altijd over het water om het te bereiken en dat gaf met het aantrekken van arbeidskrachten wel enige moeilijkheden. De aantrekkelijke lonen, welke in het Deltagebied worden betaald hebben tot gevolg gehad dat maar een 10-tal arbeiders meer op het eiland werkzaam was. De bij de boerderijen behorende knechtswoningen waren dan ook nagenoeg allemaal verhuurd als weekendhuisjes. Zo ruw geschat woonden er rond 1980 70 mensen op het eiland. De meeste gewassen werden rechtstreeks afgevoerd, doch voor het eventueel opslaan van aardappelen hebben zes van de tien boeren zich verzekerd van koelruimte in het koelhuis "Delta" op het eiland, met een opslagruimte van 1000 ton. In 1990 werd Tiengemeten door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gezien als een belangrijk nieuw natuurgebied. Het eiland werd opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), het netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. In 1994 wees de Provincie Zuid-Holland het eiland aan als natuurontwikkelingsgebied. Sinds 1997 is de vereniging Natuurmonumenten eigenaar van het eiland. Tegelijkertijd waren daarmee alle plannen van projectontwikkelaars om het eiland te gebruiken als recreatiepark of voor de opsiag van verontreinigd slib definitief van de baan. Het laatst overgebleven eiland in zuidwest Nederland wordt een uniek natuurgebied. Tiengemeten-Natuureiland gaat samen met de Ventjagerplaten en Spuimonding deel uit maken van een natuurgebied van meer dan 3000 ha. Het eiland is een aanwinst voor natuurrecreanten. Rust, ruimte en ongereptheid op korte afstand van een groot stedelijk gebied. Tiengemeten, een eiland ooit in handen van bedrijven met grootse bouwplannen is nu een eiland in eigendom van Natuurmonumenten, waar de natuur haar gang gaat en de mens tot rust kan komen.
11:13
Y
Y
PHOTO
Kinderen van Arie Bremer-Pietertje Spuij (vlnr): Pieter-Pieternella-Jacoba-Arie.
Y
PHOTO
De vier dochters van Arie Bremer: Pietronella-Maria-Jacoba (Moeder: Pietertje Spuij) en Antje (Moeder: Maria Lobe)
PHOTO
Tante Rie, Tante Co, Tante Nel
PHOTO
Overlijdens advertentie uit de "Gereformeerde kerkbode", orgaan van de Gereformeerde kerk van Rotterdam, zaterdag 01-07-1933.
1 July 1933
PHOTO
Betaalbewijs voor het onderhouden van een graf voor drie lijken, t/m 31/08/1932.
18/12/1926
PHOTO
Graf onderhoud voor de periode van 01/09/1937 tot 31/08/1942.
1 September 1937
PHOTO
Gezinskaart van Arie Bremer, waarop zowel zijn eerste vrouw met kinderen als zijn tweede vrouw met kinderen.
dit als heeft geschreven door Marcella Bremer
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Arie Bremer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1896 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Hendrika Lobé | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1903 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Pietertje Spuij | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.