Hij is getrouwd met Hedwig BOTH van der EEM.
Ze zijn in de kerk getrouwd in het jaar 1337 te Veere, hij was toen 24 jaar oud.
Kind(eren):
Heer van Veere en Zandenburg. Hij komt het eerst voor in het jaar 1326 als neef van den graaf en moest toen nog jong zijn geweest, in 1331 zoon genoemd van de Vrouwe Wissekerke, welk ambacht men vermoed dat zijn moeder tot weduwe-goed had bekomen, en in 1336 als knape aan het grafelijk hof.
Het volgend jaar was hij reeds ridder.
In 1339 kreeg hij een gafelijk voorrecht voor die van Vere en den Polder, waarbij in 1341 tolvrijdom gevoegd werd, terwijl hij in 1346 in evengenoemde polder (heer Wolfaerts nieuwe polder Insula) een kerk stichtte, waarover hij een geschil had met het abt van Middelburg.
In 1344 en 1345 vinden we hem nog in de omgeving van graaf Willem IV, na wiens dood hij gewikkeld werd in de twisten tussen graaf Willem V en diens moeder keizerin Margreta [*]
Hij verleende aan zijn stad Vere, waarmee hij door Margareta op 24 september 1346 beleend werd, in 1346 en 1349 uitgebreide privilegien.
Met zijn vrouw draagt hij in 1350 " die veste en de die woninghe te Dunebeke in Walcheren" op aan de graaf als leen. Bij deze belening beloofde deze, dat dit goed nimmer van Vere en Zandenburch
zou worden gescheiden.
Wolfert III overleed voor het einde van de maand juni 1351.
[*] Margaretha van Beieren benoemt haar zoon Willem V tot graaf van Holland en Zeeland.
Willem krijgt de steden en een deel van de adel tegen zich. De ontevredenen vragen Margaretha de macht weer in handen te nemen.
Dit is het begin van wat later de Hoekse en Kabeljauwse twisten wordt
genoemd. Daarbij staat Willem aan de Kabeljauwse en zijn moeder aan de Hoekse kant.
Op 7 december 1354 sluiten zij vrede en Margaretha staat Holland en
Zeeland af, ze behoudt Henegouwen.
Wolferd van Borselen, heer van Veere en Zandenburg, werd reeds in 1318 met zijn ooms Floris en Claas als grondbezitters te Zandijke in de Zeeuwse rekeningen vermeld, na 1331 ook in andere platsen.
In 1336 was hij knape aan het hof van Willem II, op 30.9.1337 was hij ridder toen hij een akte in verband met Voorne bezegelde, voor Veere kreeg hij in 1341 tolvrijdom en op 21.6.1345 behoorde hij bij de edelen die tegenover enkele steden, waavan graaf Willem IV geld had geleend, voor deze vorst borg stonden.
Hij overleed in juni 1351 en tr. Hadewich Both van der Eem, overleden tussen 1363 en 1371, vermoedelijk dochter van Gijsbert Both, heer van der Eem, en van Magaretha van Arkel.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Wolfert III van BORSELEN | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1337 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hedwig BOTH van der EEM | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.