Hij had een relatie met Alberada van Henegouwen.
Kind(eren):
Voor het eerst vermeld als aanvoerder van een groep Noormannen die in dejaren 923-926 eerst de Loirestreek en daarna, afwisselend, Artois,Beauvaisis en Bourgondië plunderden. Opnieuw vermeld (de voornaamstebron voor hem is de kroniek van Flodardoard van Reims (onder de titelHistoria Remenensis Ecclesiae o.a. uitg. door J. Heller en G. Waltz inMGH, Scriptores XIII, pag. 409-599) die in de tussenliggende jaren hemniet noemt; niettemin neemt men algemeen aan dat het één en dezelfdepersoon betreft) vanaf 944 toem hij de abdij Saint-Médard de Soissonsplunderde. Was vanaf 945 (voor 24-06-945 echter aanwijsbaar als)medestander van koning Lodewijk IV (en dus jarenlang vijand van Hugo deGrote). Werd vanaf 947 steeds als graaf aangeduid en werkte toen samenmet de aartsbisschop van Reims. Bouwde een burcht te Roucy die in 948 invergevorderde staat was, en voor de aartsbisschop van Reims één teMareuil-sur-Ay in 949, welke echter door Hugo de Grote verwoest werd(952). Zag Roucy ingenomen worden door Heribert III van Vermandois toenhij afwezig was om zijn schoonmoeder bij te staan toen zij opnieuwweduwe was geworden (10-09-954), maar kreeg Roucy terug bij de door haarbereikte verzoening met Hugo de Grote. Nam deel aan het beleg vanPoitiers (zomer 955) waarbij hij de burcht Sainte-Radegonde veroverde.Werd als getuige vermeld in oorkonden van koning Lotharius (07-11-956 en05-10-961). Voor het laatst vermeld toen hij enkele aan Reimstoebehorende dorpen plunderde (966) (bron: Karel de Grote II (Amsterdam: NGV, 1991) 581).
Ragenold van Roucy | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Alberada van Henegouwen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.