https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/sporen-van-slavernijverleden/jan-bavius-de-vries
http://www.hkharderwijk.nl/156.pdf : fol.076v
https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/sporen-van-slavernijverleden/jan-bavius-de-vries
https://suriname.nu/surinamezoeken/knowledge-base/cores/
https://www.surinameplantages.com/archief/v/vriesenburg
Plantage "Vriesenburg
Locatie Pericakreek
Grootte 358 akkers (1737); 380 akkers (1819)
Producten Koffie (1819); Verlaten (1833)
Eigenaren
1737: Mevrouw de Vries
1770: Erven Do. Klein
1819: Fonds J.J. Ponsclet en zoon qq.
1835: U. Wilkens
Hij is getrouwd met Maria Catharina Cores.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
Gebeurtenis (Property) rond 1751 in Plantage Goed Succes (Maatschappijvlugt), Cotticarivier, Suriname : eigenaren.
Gebeurtenis (Property) rond 1751 in Plantage Bodenburg ("Saffyn"), Matapicakreek, Suriname : eigenaren.
Gebeurtenis (Residence) tussen 1744 en 1751 in Suriname .
Gebeurtenis (Residence) tussen 1751 en 1762 in Culemborg, Gelderland, Nederland : het gezin woont in Culemborg en IJsselstein.
Gebeurtenis (Residence) tussen 1762 en 1768 in Harderwijk, Gelderland, Nederland .
https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/sporen-van-slavernijverleden/jan-bavius-de-vries:" Plantages in handen van De Vries
Het echtpaar De Vries-Cores verkrijgt in de jaren 1751-1752 naast Vriesenburg ook de plantages en slavenmachten van Goed Succes en Bodenburg/Saffijn. In 1771 wordt Jan Bavius de Vries eigenaar van plantage Vrieshoop.(2) Coresburg , vernoemd naar De Vries’ echtgenote is in 1744 door slaafgemaakten aan de Orleanekreek aangelegd. Zij produceren er koffie en katoen. Coresburg blijft in ieder geval tot 1843 eigendom van de familie, maar is al in 1832 bijna verlaten. Dan wonen er nog zes mensen, waarschijnlijk ouderen - die zichzelf daar moesten zien te redden. Op plantage Vriesenburg Nova verbouwen slaafgemaakten katoen en koffie. Koffieplantage Bodenburg blijft ongeveer negentig jaar in handen van de familie De Vries. Uit de Surinaamse orale traditie is een verhaal over een plantage Goed Succes ook wel Geertruidenberg genoemd bewaard. De bastiaan, Basja Adjuku, beschermde zijn mensen tegen wrede meesters met zijn krachtige winti. De zweepslagen op een slavenrug, zouden alleen door de meesters gevoeld worden.(3)
Naar Harderwijk
Kort na de geboorte van zoon Johan Cornelis François de Vries in 1751 vertrekt het gezin naar Nederland, waar ze wonen in Culemborg en IJsselstein. In 1762 vestigen Jan Bavius, Maria Catharina en hun kinderen zich in Harderwijk.(4) Het stadsbestuur biedt hen het groot burgerschap aan, een burgerschap met extra privileges, waarvoor meestal moest worden betaald.(5) Een aantrekkelijk aanbod omdat de stad een universiteit had waar de zoons rechten konden studeren.(6) Waarschijnlijk spelen zijn zus Hendrietta Susanna van Steenbergen-de Vries en zwager, goede vriend en mede-Surinameganger Willem Hendrik van Steenbergen uit Harderwijk hierin een rol. Zij hadden al in 1757 vanuit Suriname een huis gekocht in Harderwijk.
'Jonge mans slaaven'
In maart 1763 verkoopt Jan Bavius de Vries zijn plantage Vriesenburg Nova voor 36.000 gulden inclusief ''alle sijne bepotingen, beplantingen, slaaven, gebouwen, gronden'' aan zwager Willem Hendrik van Steenbergen. Bijzonder is dat bij deze overdracht de tot slaafgemaakte met de naam Primo, ''een sekere kriool neger'' daarbij apart wordt genoemd.(7) Dat Jan Bavius de Vries zich vanuit Harderwijk nog steeds met zijn andere plantages bemoeit, blijkt uit een notariële akte uit juni 1763.(8) Bij een Amsterdamse notaris geeft Jan Bavius een opdracht aan de West Indische Compagnie. De fiscaal, de hoge ambtenaar over de Noord en Zuyd Kusten van Afrika, die op het punt staat af te reizen met het schip De Juffrouw Elisabeth, moet vierendertig 'jonge mans slaaven' kopen voor De Vries' 'plantagien in de Colonie van Suriname'. De fiscaal krijgt bijna vierduizend gulden voorschot om op korte termijn zeventien mannen in te schepen, 117 gulden per persoon. Als het bericht over hun aankomst in Suriname is ontvangen, zal nog eens bijna tweeduizend worden betaald voor de overige zeventien mannen. In het jaar 1763 voeren maar liefst achttien schepen onder Nederlandse vlag vanaf de kust van Afrika naar Suriname en Curaçao Aan boord bij vertrek waren 6192 Afrikanen. Onderweg stierven 561 van hen. De andere 5631 wachtte een leven in slavernij. Onder hen de jonge mannen die De Vries had gekocht.
Gebrandmerkt
Jan Bavius de Vries vraagt expliciet om Fidasche of Cormantijnse mannen, afkomstig uit Fort Amsterdam aan de Guineese kust. Blijkbaar gaven slavenhouders en -handelaren dit advies onderling al door, voordat de arts D.H. Gallandat in Noodige onderrichtingen voor de slaafhandelaren (1769) over hen schreef. Naast de leeftijd, het vermogen tot zien, horen, de uitwendige gebreken en de inwendige kwalen, zou de regio een factor van betekenis in de aankoop van mensen zijn, volgens Gallandat. ''Dit is de reden waarom de Guineesche slaven (alle andere zaken gelijk staande) altoos veel duurder verkocht worden, dan de Angoolsche. Onder de Guineesche slaven zijn de Cormantijnsche, de Fantijnsche en Fidasche de besten''. Jan Bavius de Vries geeft de ongewone gruwelijke opdracht om de mannen al aan de kust van Guinea met zijn initialen IBDV te brandmerken.
Burgemeester en slavenhouder
In 1770 werd Jan Bavius de Vries lid van het stadsbestuur van Harderwijk. Naast de koloniale bestuurservaring en de al genoemde relatie met Van Steenbergen, is ook het huwelijk van zoon Johan Cornelis François de Vries met de dochter van Harderwijks burgemeester Mechtelt van Westervelt daarin van belang geweest.(9) Van 1773 tot 1778 is Jan Bavius de Vries burgemeester. Zijn eigen financiële gewin vaart daar wel bij. De Vries vraagt een lening van honderdvijftigduizend gulden voor zijn plantage Coresburg. Tegelijkertijd verschaft hij leningen aan mensen die een huis willen kopen.(10) In 1765 koopt hij een touwbaan aan een gracht net buiten de stadsmuur. Deze gracht en de nabijgelegen Frisialaan worden naar de Vries genoemd.(11) Zo heeft 'de schatrijke Harderwijkse burgemeester Johan Bavius de Vries' een belangrijke rol gespeeld in de verbinding tussen het stadsbestuur, de militair-koloniale elite en de slavernij.
[...]
Bronnen:
Zie voor het archiefstuk waarin Jan Bavius de Vries de opdracht geeft tot het brandmerken, Stadsarchief Amsterdam.
(1): Dit verhaal is deels geschreven in tijden van corona. Dit betekent dat niet alle archieven beschikbaar waren. Het onderstaande verhaal is zeker voor aanvulling vatbaar, met name met onderzoek naar de vrouwen in deze geschiedenis.
(2): De slaafgemaakten noemden deze plantages /Reyziger en /Saffijn. Zie: A. van Stipriaan, Surinaams Contrast (1993), 457 & 469. Zie ook: Suriname Heritage Guide; Bodenburg & Coresburg.
(3): van Stipriaan, Surinaams Contrast, 282.
(4): In 1757 wordt zoon Charles Bavius de Vries geboren in IJsselstein. In de Franse tijd was hij burgemeester worden van Ede.
(5): Streekarchivariaat Noord-West Veluwe, afdeling Harderwijk. Het Oud Archief der gemeente Harderwijk (1935), verwerkt door P. Berends. Drukkerij Flevo Harderwijk, inv. nr. 165, p. 93.
(6): In 1770 begint J.C.F Bavius en in 1775 Charles Bavius aan hun opleidingen in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk.
(7): Oud Rechterlijk Archief Harderwijk, inv.nr. 153., (1754-1765) Recognitie Boek der Stad Harderwijck, p. 531-532.
(8): Stadsarchief Amsterdam, Notarieel Archief, archiefnummer 5075, inv.nr. 14080.
(9): De familie Van Westervelt had ook aandelen op plantages in Suriname en was eigenaar van Landgoed Kasteel de Essenburg in Hierden.
(10): Kroniek van Harderwijk 1231-1931, p. 160.
(11): Tot aan 1930 heet de gracht Vriesegracht, maar dit is uiteindelijk verbasterd naar Friesegracht.
Rechten
© Rune Sassen, Dineke Stam, Else Gootjes , CC-BY-NC"
https://koloniaalerfgoedtevoet.nl/harderwijk/#bavius:
"Johan Bavius de Vries (1717-1798) was in de 18e eeuw een van de grote plantage-eigenaren in de Nederlandse kolonie Suriname. Dat dankte hij aan zijn vader en zijn vrouw. Zijn vader was in 1730 commandant van de Nederlandse troepen in de kolonie en kocht vrijwel direct grond om een plantage aan te laten leggen. Zijn vrouw, Maria Catharina Cores (1720-1768) was geboren in Suriname in een plantersfamilie. Zij bracht een forse bruidsschat mee. Het echtpaar bezat uiteindelijk de koffie- en katoenplantages Coresburg, Vriesenburg, Vrieskoop, Bodenburg en Goed Succes. Die plantages konden alleen floreren door het werk van duizenden slaafgemaakte Afrikanen, die door Nederlandse slavenhandelaren vanuit West-Afrika waren aangevoerd. In 1762 keerde de schatrijke Johan Bavius de Vries met zijn gezin terug naar Nederland en vestigde zich in Harderwijk. Vanuit Harderwijk bleef hij zich overigens nog volop met zijn plantages bezighouden, inclusief de aankoop van nieuwe slaafgemaakten in West-Afrika. Om niet opgelicht te worden, liet hij hen zelfs voor transport naar Suriname brandmerken.
De Vries koos waarschijnlijk Harderwijk als domicilie omdat zijn zwager, oud-militair Willem Hendrik van Steenbergen, in 1757 opdracht had gegeven tot de bouw van het kapitale huis aan de Vischmarkt 55/57, het latere Burgemeestershuis. Zijn familiewapen siert nog steeds de bovengevel van het pand. Van Steenbergen was getrouwd met Hendriette Susanna de Vries, de zus van Johan Bavius. Ook Van Steenbergen bezat plantages in Suriname en was een zakenpartner van zijn zwager. Toen Van Steenbergen in 1868 terugkeerde naar Nederland – met in zijn gevolg vier gekleurde vrije mensen en drie slaafgemaakten – bleef hij niet in Harderwijk maar kocht al in 1769 kasteel Keenenburg in Schipluiden. Johan Bavius de Vries, die in Suriname al verschillende bestuursfuncties had vervuld, maakte van 1770 tot 1795 deel uit van het Harderwijkse stadsbestuur, in 1773 en 1778 als burgemeester. Die positie dankte hij ook aan het huwelijk van zijn oudste zoon Johan Cornelis Franciscus de Vries (1750-1823). Deze trouwde in 1770 met de dochter van de Harderwijkse burgermeester Mechtelt van Westervelt, ook een man die zijn rijkdom in Suriname had vergaard. Deze Johan Cornelis Franciscus de Vries zou burgemeester van Harderwijk worden, eigenaar van het vroegere huis van zijn oom, het Burgemeestershuis, èn hij bleef eigenaar van een aantal plantages in Suriname. Zo bleef Harderwijk tot in de 19e eeuw verbonden met Nederlands koloniale slavernijverleden."
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Bavius de Vries | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Catharina Cores | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||