(1) Hij is getrouwd met Philipa Joanna Lespinasse.
Zij zijn getrouwd voor 1755.
(2) Hij heeft/had een relatie met Elisabeth Bisdom.
Gebeurtenis (Ondertrouw) op 22 maart 1764 in Amsterdam, Noord-Holland, Nederland .Bron 3
Gebeurtenis (Residence) voor 1764 in Amsterdam, Noord-Holland, Nederland : Heeregracht bij de Wolvestraat.
(3) Hij is getrouwd met Susanna Catharina van Castricum.
Toestemming voor het huwelijk is 29 maart 1765 verkregen te Amsterdam, Noord-Holland, Nederland.Bron 4
https://gw.geneanet.org/britteo2010?lang=nl&iz=2&p=nicolaas&n=freher :
"Nicoalaas was in 1745 eigenaar van de suikerplantage Charlottenburg aan de Cotticarivier in Suriname Tevens raadsheer van de Politie en Criminele Justitie in Suriname. In 1740 was hij ontvanger van de Hoofdgelden en later ook nog van de In- en Uitgaande Rechten. Hij had belangen in de koffieplantages "Weltevreden", aan de Beneden Commewijne, "Charlottenburg", aan de Cottica en "Bel à Soir" aan de Pauluskreek. Nicolaas vestigde zich uiteindelijk te Amsterdam. Dat was omstreeks 1756. Hij vestigde zich aanvankelijk aan de Herengracht 617, en kocht later het riante huis Herengracht 498 en liet dit verbouwen in Louis XV stijl. In 1757 kocht hij bovendien het luxueuze buiten "Oostermeer" aan de Amsteldijk. In 1763 staat Nicolaas vermeld als commissaris van de Buitenlandvaarders. Beroepen: planter, raadsheer.
Op 31 oktober 1757 werd de buitenplaats voor de niet onaanzienlijke som van f 26.000,00 verkocht aan Nicolaas Freher.
Freher was zeer gecharmeerd van Oostermeer en heeft het zeer verfraaid. Hij liet ondermeer de koepel bouwen en een aanlegsteiger met een schuitenhuis aan de Amstel. Hierin bracht hij een visschuit en twee pramen onder. Hoenders, eenden, duiven en pauwen werden aangekocht om het park te verlevendigen. Ook werden er broeikassen neergezet. Na de dood van Nicolaas kocht zijn weduwe, Susanna Catharina van Castricum, met wie hij buiten de gemeenschap van goederen in tweede echt gehuwd was geweest, de plaats met de boerderij voor f 25.000,00 uit de nalatenschap van haar echtgenoot. Zij vestigde zich er voorgoed. De verhouding tot haar jongste stiefzoon Mattheus Freher was prima, daar zij hem geheel Oostermeer vermaakte, onder voorwaarde dat hij het buiten zelf zou bewonen.
Nog tijdens haar leven werd deze bepaling herroepen en bepaalde zij dat Mattheus 'Oostermeer' in volle eigendom zou verkrijgen. Na haar dood nam Mattheus zijn intrek op Oostermeer. Wegens teruggang in zaken, de familie Freher bezat grote belangen in Suriname, moest Mattheus in maart 1807 een hypotheek nemen op zijn bezit. Helaas overleed hij op 1 mei 1807. Oostermeer had hij nagelaten aan zijn broer Hendrik Freher. De nalatenschap van Mattheus omvatte veel schulden, waardoor al zijn bezittingen moesten worden verkocht. Op 23 december 1807 werd Joan Gerard Kruimel voor f 9.800,00 eigenaar van de buitenplaats."
Nicolaas Freher | ||||||||||
(1) < 1755 | ||||||||||
Philipa Joanna Lespinasse | ||||||||||
(2) | ||||||||||
Elisabeth Bisdom | ||||||||||
(3) | ||||||||||
Susanna Catharina van Castricum | ||||||||||