https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/index/nt00341/688d6e43-a160-4c4a-a3e2-11a505d4858d :
"Voornamen Pieter Constantijn
Achternaam Nobel
Beroep -
Straat en huisnummer -
Plaats Amsterdam
Land Nederland
Plaats plantage Rust en Werk
Locatie plantage Suriname
Uitgekeerd eigenaren 69.600,00
Aantal slaven 259
Vergoed eigenaren 232
Borderelnummer PL189
Opmerkingen Boedel; Pieter Constantijn Nobel stichtte de negotie waartoe plantage Rust en Werk en plantage Lust tot Rust en Einde Rust behoorde. Commisarissen van toezicht waren: Johan Gerard Kruimel, Gerardus Blancke en Abraham jacobus Broes; Gemachtigden in Nederland: Carel Fredrik Gulcher (advocaat uit Amsterdam), Rodolphe le Chevalier (Amsterdam), Charles le Chevalier (Amsterdam) en Johannes Preyer (Amsterdam). Invullers borderel: Jean Frouin en Pieter May, mede voor S. van Lierop. Zij allen tekenden wel voor ontvangst van de tegemoetkomingsgelden
Bronverwijzing Nummer toegang: 2.02.09.08, inventarisnummer: 227"
Zie ook: Nelly Pannekoek, op.cit.: "door de erven Constantijn Gerard in 1781 aangekocht, Eendracht, Hisveld en den Uitvlugt, Slootweg en Klein Westphalen Hoopt"
https://www.surinameplantages.com/archief/r/rustenwerk
Plantage "Rust en Werk
Sranan Tongo Naam Granman-Gron
Locatie Commewijnerivier
Grootte 500 akkers (1770); 800 akkers (1819); 782 akkers (1827)
Producten Koffie (1819); Cacao (1820)
Familienamen Emancipatie 1863
Aage, Accord, Akkers, Ameide, Amper, Atell, Balker, Beemster, Bengels, Bergrots, Bierst, Bitters, Blaksmit, Blankenburg, Bloek, Bode, Bokkel, Botler, Botman, Brellinge, Brukker, Cingel, Dager, Demkes, Drenthen, Dresser, Drogiste, Eelst, Eenvoud, Ekhoven, Eng, Galema, Ganger, Ginkel, Glasser, Grebbe, Haanwijk, Hagestein, Haller, Harde, Heemstede, Helm, Heusden, Hoep, Hoever, Houder, Hulsenaar, Inker, Jegel, Jutphaas, Karper, Klemmer, Kloof, Klosteren, Koker, Kuils, Langerak, Lede, Linzen, Loenersloot, Loodpot, Loote, Lustrust, Machinist, Maste, Meeren, Mokkum, Namreg, Niese, Nijveld, Noop, Okker, Oord, Oudaan, Ouderzuil, Paals, Padders, Penny, Pimpel, Plettenberg, Plettenborg, Ploeger, Pluim, Pomper, Ponter, Poortsteen, Porte, Pummel, Reinauwen, Rente, Reute, Rotvang, Rubbers, Runstraat, Rustoord, Ruwiel, Schaffel, Sikkel, Slijpers, Sluisas, Solingen, Sparenburg, Sporte, Staal, Stamper, Steden, Steiger, Stemmer, Stolkwijk, Stormdijk, Stoutenburg, Strens, Strooker, Struiken, Timmerse, Toestel, Tulle, Tulper, Uithoorn, Uitzigt, Ukken, Valker, Verweg, Vijfhoven, Vinker, Vleuten, Vogelaar, Voorn, Vouwe, Vreeland, Wageman, Weger, Weste, Wijk, Wikkeling, Wimpel, Wulven, Zool en Zwam.
Omschrijving
De EBG wijdde op 13 oktober 1844 op deze plantage een kerk in voor de tot slaaf gemaakten.
Eigenaren
1770: Wigbolt Crommelin
1819: Boedel P.C. Nobel
1826: Erven Weduwe P.C. Nobel
1863: Erven Pieter Constantijn Nobel."
zie:https://nl.wikipedia.org/wiki/Rust_en_Werk
https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/index/nt00341/688d6e43-a160-4c4a-a3e2-11a505d4858d :
"Voornamen Pieter Constantijn
Achternaam Nobel
Beroep -
Straat en huisnummer -
Plaats Amsterdam
Land Nederland
Plaats plantage Rust en Werk
Locatie plantage Suriname
Uitgekeerd eigenaren 69.600,00
Aantal slaven 259
Vergoed eigenaren 232
Borderelnummer PL189
Opmerkingen Boedel; Pieter Constantijn Nobel stichtte de negotie waartoe plantage Rust en Werk en plantage Lust tot Rust en Einde Rust behoorde. Commisarissen van toezicht waren: Johan Gerard Kruimel, Gerardus Blancke en Abraham jacobus Broes; Gemachtigden in Nederland: Carel Fredrik Gulcher (advocaat uit Amsterdam), Rodolphe le Chevalier (Amsterdam), Charles le Chevalier (Amsterdam) en Johannes Preyer (Amsterdam). Invullers borderel: Jean Frouin en Pieter May, mede voor S. van Lierop. Zij allen tekenden wel voor ontvangst van de tegemoetkomingsgelden
Bronverwijzing Nummer toegang: 2.02.09.08, inventarisnummer: 227"
https://www.surinameplantages.com/archief/e/einderust:
Pplantage "Einde-Rust
Sranan Tongo Naam Pikien grandson
Locatie Commewijnerivier
Grootte 792 akkers (1819)
Producten Koffie (1819); Cacao (1820)
Eigenaren
1819: Erven van de weduwe P.C. Nobel"
±1774-1788: P C Nobel
1788- 1808: Wed. P C Nobel - Pannekoek
1808 -Erven Wed. P C Nobel-Pannekoek
Hij had een relatie met Maria Pannekoek.
Kind(eren):
Gebeurtenis (Ondertrouw) op 24 november 1769 in Amsterdam, Noord-Holland, Nederland .Bron 3
zie de goede samenvatting door Nelly Pannekoek, die ik gebruikte bij de samenstelling van deze genealogie:
" Aantekeningen
gebeurtenis: functie
1766 Vaandrig der burgerij,
1773 kapitein
Hij is enige tijd lid van het koopmansgeslacht dat in Amsterdam een bestuursfunctie heeft bekleed. In 1786 verkozen tot schepen, werd hij in mei 1787 op aandrang van de patriotten op onwettige wijze in de raad verkozen. Na de benoeming van een nieuwe burgemeester werd hij nog in hetzelfde jaar door Willem V als raadslid geremoveerd.
Zakelijk was P.C. Nobel betrokken bij de koffiehandel en bij de financiering en administratie van Surinaamse plantages, hoewel hij ook in meer persoonlijke zaken als intermediair optrad. Zijn naam wordt genoemd in verband met de volgende plantages:
Rust en Werk, Lust tot rust, 't Einde rust en remoncourt.
In 1774 genegotieerd ten comptoire van P.C. Nobel Halle in Saxen en Onoribo door de erven Constantijn Gerard in 1781 aangekocht, Eendracht, Hisveld en den Uitvlugt, Slootweg en Klein Westphalen Hoopt, alle genegotieerd ten comptoire van P.C. Nobel.
In 1766 kwam Constantijn Gerard op voor zijn belangen in de plantages Lustrijk en Constantia en bij zijn overlijden werd het door hem bezeten Courtvlugt tussen zijn zes erfgenamen verdeeld.
Tijdens de reis die zijn neef en latere schoonzoon P.C. Groen in de jaren 1792-1794 naar west-Indie maakte, bezocht deze in Suriname ook de ""Plantage P.C. Nobel"", zonder deze echter met name te noemen.
Een consolidatie van het eigen bezit der familie in Suriname vond plaats bij de dood van Maria Pannekoek in 1808, als uitvloeisel van het in 1803 door haar notaris Holtz verleden testament. Er werd daarbij een scherp onderscheid gemaakt tussen de persoonlijke en de zakelijke belangen.
Zakelijk: de twee dochters die met kooplieden zijn gehuwd, dus Groen en Gulcher, krijgen alleen hun legitieme portie en de rest wordt verdeeld tussen Pietronella Johanna en Constantijn Gerard, tenzij de twee met de kooplieden gehuwde dochters er mee accoord gaan dat hun aandeel in de nalatenschap onder fideicommis blijft en pas aan hun kinderen tot uitkering komt.
Tenslotte volgen voorschriften m.b.t. de bezittingen in Suriname, die tot de boedel behoorden. Alles wordt beheerd onder de titel Erven C.G. Nobel. Zo moet ook gehandeld worden met het 1/4 deel van de suikerplantage Berkshove en de koffieplantage Oostrust, na het overlijden van haar moeder overgeboekt op de naam Erven Catharina Lont, wed. Anthony Pannekoek.
Dit hele pakket bezittingen in Suriname moet worden geadministreert door haar executeurs onder de naam Wed. P.C. Nobel, maar wanneer haar zoon Constantijn Gerard 25 jaar wordt zal die het beheer overnemen. Tot dat tijdstip wordt het beheer gevoerd door Pieter Nobel, Balthasar Nobel en Angelus Jacobus Criperus, practiserend advocaat.
Tenslotte krijgt men begrip voor de schok die door de familie moet zijn heengegaan toen het bericht van het overlijden van Constantijn Gerard hen bereikte.
Zie landsarchief Suriname (source: De Nederlandsche Leeuw 1979)"
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pieter Constantijn Nobel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Pannekoek | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||