Noot: Anna Elisabeth staat vermeld als "Dopeling was slavin in Suriname. Is 40 jaar oud."; ook vermeld Elisabeth Danforth, wed. Lemmers. Het is dus mogelijk dat het een tot-slaaf-gemaakte van haar betrof.
Hij is getrouwd met Maria Alexandrina van Eijk.
Zij zijn getrouwd tussen 1 januari 1746 en 31 december 1746 te Paramaribo, Paramaribo, Suriname.
https://www.surinameplantages.com/archief/b/brouwerslust/
https://www.surinameplantages.com/archief/b/brouwerslust/ :
"1745 – Wesselius Brouwer als in huwelijk hebbende de wed: Jan Wriedt. (warrand 1745)
Op de uitgiftekaart van 1746 staat vermeld dat de grond via loting was toegewezen aan "mejuffrouw de wed: Johan Wriedt". Maar niet lang daarna huwde de weduwe met Wesselius Brouwer, en op de warrand van 1747 staat daarom vermeld dat de grond was toegewezen aan "Wesselius Brouwer als in huwelijk hebbende de wed: Jan Wriedt". Wesselius Brouwer (?-1765) huwde in 1746 met Maria Alexandrina van Eijk (?-1757), de weduwe van Jan Wriedt. Zij was eigenaresse van de plantage Wriedt-eyk aan de boven- Commewijne. Uit haar vorige huwelijk bracht zij twee minderjarige kinderen mee: Laurens-Johannes (?-?) en Anna Catharina (1741-?) geh. 1759 Walter Kennedy.
Haar huwelijk met Wesselius Brouwer schijnt kinderloos te zijn gebleven. Maria Alexandrina overleed in 1757 en werd op Brouwerslust begraven. Haar twee voorkinderen Wriedt waren ieder voor 1/3 deel erfgenaam van Brouwerslust; Wesselius Brouwer was eigenaar van het resterende derde deel. Wesselius Brouwer komt voor het eerst in de Surinaamse archieven voor in 1742. Hij werd toen aangesteld als keurmeester der suikeren en heeft die functie tot 1746 uitgeoefend. Via zijn huwelijk met de weduwe Wriedt in 1746 werd hij plantage-eigenaar. Het kapitaal benodigd voor het ontwikkelen van Brouwerslust werd verstrekt in 1753 via de negociatie van Deutz (later : Marselis). Deutz verstrekte f 66.000,- met de plantage Wried-eyk als onderpand. Brouwerslust werd aanvankelijk niet met hypotheek belast, maar aangezien het echtpaar boven de limiet geld opnam, werd in 1757 Brouwerslust alsnog belast met een hypotheek van f 38.760,-.
Uit de periode 1758-1765 zijn drie plantage-inventarissen bekend. We zien het aantal tot slaaf gemaakten groeien van 63 in 1758 tot 102 in 1765. In 1758 was de plantage F 93.735,- waard, en 1765 wordt de plantage getaxeerd op F 150.303,-.
1770 - W. Brouwer en I.L. Wriet
Op de kaart van Lavaux van 1770 komt Brouwerslust voor met de volgende gegevens: 500 akkers, eigenaar: W. Brouwer en I.L. Wriet"