Noot: geen vermelding gevonden in NG Doopboek 1688-1732; datum gebaseerd op vermelding in Plantage Suriname 30 xii 2020 , die over het algemeen betrouwbare informatie bevat.
(1) Zij is getrouwd met Pieter Melon.
Toestemming voor het huwelijk is 16 september 1717 verkregen te Amsterdam, Noord-Holland, Nederland.Bron 3
(2) Zij is getrouwd met Frans Laurens Wriedt.
Zij zijn getrouwd op 26 augustus 1727 te Paramaribo, Paramaribo, Suriname.Bron 4
"Bron : Philip Dikland
1699 – Floris la Rue (inventaris ARA 1699) De aanlegdatum en de vroege geschiedenis der plantage is onbekend, maar de plantage was mogelijk al aangelegd in de Engelse tijd. Hij wordt met name genoemd op de kaart van gouvernementslandmeter Willem Mogge uit 1672. Meestentijds heeft de plantage samen met
de buurplantage Claverblad één geheel gevormd. De vroegste vermelding is in 1699. In dat jaar liet eigenaar Floris La Rue de plantage 2 x inventariseren, in September en November. In November werd de plantage bovendien gepriseerd ; de waarde bedroeg toen 372.110,- ponden suiker. Uit deze inventarisaties komt Rorac naar voren als een middelgrote, ietwat vervallen,
plantage. Slechts 55 akkers van de 1000 waren beplant met riet. Het woonhuis was al oud. De “cookroom” erachter was vervallen. Het voornaamste gebouw was de suikerfabriek:
“…. Een Watermolen en kookhuijs aen malkanderen, gedeckt met cingels.... , daerin rietsuijker keetels, een becken, twee leepels en twee schuijmers, drie koelbacken en een sester en verdere toebehoren om suijker te maecken ….”
De slavenbevolking bestond (in September) uit 9 mannen, 8 vrouwen, 3 jongens, 2 meisjes. Naar 18e-eeuwse maatstaven was dat weinig, maar voor de 17e eeuw redelijk veel. Floris la Rue arriveerde in Suriname vanuit Middelburg. Zijn functie in Suriname en zijn tijd van aankomst zijn niet meer bekend. In 1692 huwde hij te Suriname met Helena Jacobs van der Hulst:
“….. 1691 den 17 december ondertrout Floris la Rue van Middelburg, met Helena Jacobs van der Hulst J:D: van Amsterdam, getuijgen Abrah: Scharphuijsen en juffr: des Orme:, den 6 Janua: getrouwt…..” Het huwelijk heeft slechst kort geduurd, en is kinderloos gebleven. Omstreeks 1696 is Helena overleden. Floris hertrouwde met Agneta Scholte. Blijkens de huwelijksaantekening in het kerkboek woonde hij toen aan de Surinamerivier, waarschijnlijk op plantage Rorac : “….. 1697 den 8 maart ondertrouwt Floris la Rue w: van Middelburg woonende in Suriname met Angnieta Scholte J:D: van Amsterdam woonende aen Paramaribo den 14 ditto in den houwelijcken staet bevestigt ter presentie van Marrinus Craffort en Nicolaes Barense als
getuijgen door A. D. Hoij paster ….”
Uit dit huwelijk zijn 3 kinderen bekend, Anna (1697), Floris (1699) en wederom Floris (1700). Vooral de geboorte van Floris no. 2 is een heel spectakel geweest:
"… 1700 20 maert gedoopt het soontje van Florus La Rue en Angneta Scholten woonende in Suriname, geboren woensdagh den 17 maert 's ochtens tusschen 8 en 9 uijren op de rivier van Zuriname in de boot een half uijr van 't fort zijnde, genaemt Florus Alexander Potamyus. Getuigen Marrinus Craffort en Alexandrina Mellum echte luijden aen Paramaribo. C: Nussella ....."
Na 1700 staan Floris sr. en Agneta niet meer in de archieven vermeld. De archieven zijn niet compleet, en het kan niet duidelijk worden achterhaald wat er aan de hand is. Is een van beiden gestorven ? Zijn zij geretourneerd naar Nederland ? Het blijft gissen. In 1712 trouwt ene Jean la Rue, geboren in Suriname. Interessant. Is hij een zoon van Floris uit een voorgaand huwelijk ? Het staat nergens vermeld, terwijl de dooparchieven van die tijd
toch compleet zijn.
1727 - Anna la Rue
Anna La Rue was erfgename van de plantage Rorac. Zij huwde ten eerste male met de Raadsheer van politie Pieter Melon. Het huwelijk is kinderloos gebleven. Na Melon’s overlijden hertrouwde Anna in 1727 met Frans Laurens Wriedt, de latere eigenaar van de grote plantage Sardam aan de Cottica :
"......1727 augustus 26 sijn door mij onderschreven in de rivier van Suriname op de plantage Rorack met malkanderen getrouwt Frans Lourens Wriedt jongm: geboren te Rosien int Meckelenburgs, en mevrouw Anna la Rue geboren in Suriname weduwe van den Edl: Achtb:
Heer Pieter Melon - A: A: Engel pastor...."
Uit datzelfde jaar 1727 is er een inventarisatie van de plantage bekend. Ongetwijfeld is dat gebeurd omdat Anna hertrouwde en haar erfenis uit de boedel Melon moest worden afgescheiden.
In die jaren is de plantage snel gegroeid. Waren er in 1699 nog 22 slaven, in 1747 was de slavenmacht gegroeid tot 265 mensen. De grote plantage langs de hoge Rorac-heuvel moet in die tijd een markant gezicht zijn geweest. Anna overleed in januari 1730 en werd op plantage begraven. Frans sloot al zeer spoedig een
volgend huwelijk: "......1730 mei 31 zijn door D: Engel op de plantagie Rorac in de riviere Surinam na gedane ondertrou en doorgegane drie huwlijks proclamatiens getrout, Frans Laurens Vriet en Anna du Four - quod attestor E: Viera pastor......"
Anna du Four was toen 24 jaar oud. Het echtpaar bouwde een riant huis aan hetgouvernementsplein, waar thans het paleis van justitie staat. Het waren Surinames gouden jaren, en het echtpaar Wriedt heeft er volop van genoten.
1744 – Anna du Four
Frans overleed in 1744 en Anna erfde het volledige plantagebezit. Zij hertrouwde met Jan Pieterse Visser, burgerkapitein en Raad van Politie, die in 1747 de aarde vaarwel zei. Onder bizarre omstandigheden trouwens ; Visser was door gouverneur Mauricius verbannen uit Suriname, en het schip waarmee hij repatrieerde leed schipbreuk. Als voorzorg had Visser ten tijde vam zijn vertrek het gezamenlijk bezit laten inventariseren,waaraan hij dus buitengewoon weinig plezier heeft beleefd.. Het plantagebezit bestond uit Sardam, Rorac, Claverblad, Ornamibo, en Jagersburg, en was in totaal Nf 660.000,- waard. Het grote huis op het plein werd getaxeerd op Nf 45.000,-. In 1756 trouwde Anna ten derde male, ditmaal was de gelukkige Adam Hendrik baron van Wangenheim, een jonge adjudant die in 1750 was meegekomen met de troepenmacht van Von Sporche. Zij was toen 50 jaar, hij 33. Het motief achter het huwelijk is wederzijds voordeel: Zij wilde een adellijke titel, en hij wilde een onbezorgde financieele toekomst. Het echtpaar bezat toen de plantages Het Claverblad en Rorak aan de Suriname, Saardam aan de Cottica, en investeerde in de aanleg van de plantage Heimlust aan de Motkreek. Maar Adam kon niet wennen in Suriname, Anna kon hem blijkbaar ook niet erg bekoren, en hij vertrok in 1758 met het schip "Christina" weer naar Europa. Door het korte huwelijk had hij de rest van zijn leven geen financieele zorgen meer. Anna bleef achter, en beheerde het rijke plantagebezit vele jaren lang in haar eentje . Zij overleed in 1772:
"......1771-januari 28 Debet Boedel Anna von Wangenheim geb: Dufour - A kerkegerechtigheid voor 't begraven van haar selfs in de oude oranje tuijn f 50,- / boete volgens resolutie der Edele agtbaare Hove van Politie & Crimineele Justitie f 500,- hollands...."
De vier plantages, tezamen getaxeerd op Nf 1.100.000,-, werden geerfd door de familie Van Wangenheim. Uiteindelijk werden Sardam en Heimslust verkocht, en Rorac en Claverblad bleven in het bezit van de familie. Waarom dit zo is gedaan is niet duidelijk. Met name Sardam, op de lage vruchtbare kleigrond langs de Cottica, had betere mogelijkheden dan de oude gronden van Rorac en Claverblad. Het grote huis aan het Plein werd verkocht, de erfgenamen hadden het niet nodig, zij woonden niet in Suriname. Het werd gekocht door de overheid, die er in 1773 het Paleis van Justitie in onderbracht. "
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Anna la Rue | ||||||||||
(1) | ||||||||||
Pieter Melon | ||||||||||
(2) 1727 | ||||||||||
Frans Laurens Wriedt | ||||||||||