zie Soetska Boskopu, op.cit. voor een kopie van het eerste nummer
zie ook http://www.drewry.net/TreeMill/indiI604.html :"The first printer in Suriname
Beeldsnyder Matroos, after one and a half years in Suriname, writes a petition to the Lords Directors of the Society of Suriname in Amsterdam. He asks "for authorization and privilege to the printing of Archives, Ordinances etc.". The request is presented at the meeting of November 6, 1771 and approved on June 3, 1772. Beeldsnyder Matroos gets 25 years exclusive rights (see NA NL 1:05:03, inv 62 ).
In early 1774, he demands the same kind of privilege, also for a period of 25 years, to print the documents of Police and Criminal Justice (see NA EN 1.05.1001, inv 573 (1)).
The Surinamese Government grants him this and from that time Beeldsnyder Matroos hasthe exclusive right to the printing of these and other official documents.
In August 1774, Beeldsnyder Matroos requests and gets the privilege, again for 25 years, to print and publish a "weekly news paper or newspaper". (see NA EN 1.05.1001, inv 573 (4)).
Only two days after the granting of the privilege, on Wednesday, August 10th, 1774 the first Surinamese neswpaper: the Weekelyksche Wednesdays Hedendaagsche Surinamese Courant (WWSC) was printed - a weekly, usually four pages.
After two years Beeldsnyder Matroos sells the press to Nicolaas Vlier (b. Amsterdam, 1730/1 - d. Paramaribo, 1781) and returns to Amsterdam on leave.
The press then passed through the hands of Sara Johanna de Beer (b. Paramaribo 1749/1750 - d. Paramaribo c. 1811) and Willem Hendrik Poppelmann (b. c 1750)
In 1792, Poppelmann retired from the printing trade. In August, he sells his printing company to Wolphert Weijergang Beeldsnijder (1764-18 ??) from Curaçao, son of M F Beeldsnijder.
Wolphert Weijergang changes the name of the paper to 'Weeklyksche Suriname Courant'."
http://www.drewry.net/TreeMill/indiI604.html
zier ook http://www.drewry.net/TreeMill/indiI604.html
http://www.drewry.net/TreeMill/indiI604.html
http://www.drewry.net/TreeMill/indiI604.html
http://www.drewry.net/TreeMill/indiI604.html
Noot: jkvr. Johanna Helena Thelings heeft diverse malen een testament opgemaakt, waaronder een maal met de benoeming van WJBS als executeur testamentair [een keer ervoor met de benoeming van diens moeder C.de Pedersen, en daarna met andere leden van de familie De Pedersen. Zoals gesteld door haar zou WJBS een testament in Den Haag hebben opgemaakt, met een soortgelijk verzoek aan haar. Het is niet bekend of WJBS dit testament heeft herroepen. Wel is duidelijk dat het [waarschijnlijke] Surinaams nageslacht van hgem en Be[e]tje van Beeldsnijder aanzienlijke middelen ter beschikking hadden in de jaren volgende op WJBS' overlijden.
De verwantschapsrelatie was mogelijk alsvolgt:
- Margaretha Fehrsen [/1665 - 1712] was getrouwd met NN Thelen [mogelijk Theelen of Theling]: het is mogelijk dat Johanna Helena Theling afstamde Margaretha Thelen-Fehrsen
- Margaretha F. [her]trouwde met Ernst Jacob de Pedersen [±1674-1717],
- waaruit Catharina Margaretha de Pedersen 1704 - /1773] ∞ Tiberius Beeldsnijder Matroos [1694-1757]
- waaruit WJBS [1742-1793] die dus een [achter]neefje zou zijn geweest volgens dit scenario van Johanna Helena Theling.
Alternatief: een Margarita Thalings
zie Soektsa Boskopu - La Singularité is de bijzonderheid , 2015 meldt zijn overlijden rond 1793; mede op grond van dit gegeven en het gestelde in de begrafenisacte "Domkerk [...]De WelEdelG. Heer Beeldsnijder Matroos, raad van de WestIndische Colonie is van Amersfoort alhier ingevoert en zonder statie bijgezet." Deze lezing wordt bevestigd door een andere bron, die stelt dat WJBM overleed te Amersfoort.
Hij heeft/had een relatie met Elisabeth Sabina "Betje" van Beeldsnijder Matroos.
Noot: er bestaat geen formeel bewijs voor dit huwelijk, maar het is zeer waarschijnlijk dat een dergelijke relatie bestond. Onder de geldende wetgeving was het onmogelijk voor iemand met de status van WJBM (1e Fiscaal, gouverneur generaal) om een relatie aan te gaan met een slaafgemaakte zoals Betje. Niettemin werden dergelijke relaties getolereerd mits niet geformaliseerd door een burgerlijk huwelijk. Zie R.A.J. van Lier, Samenleving in een grensgebied [3e druk ; Amsterdam: Emmering]: p.78. De waarschijnlijkheid van de relatie wordt geillustreerd door de doopakte van Betje's drie kinderen, waarvan twee de naam Van Matroosen kregen, later veranderd in Matroos of Matroos Beeldsnijder. De drie kinderen ontvingen, voorzover bekend, een goede opleiding die ondenkbaar geweest zou zijn voor kinderen van slaafgemaakten als Betje.
Kind(eren):
Noot: in diverse publikaties [zoals in Soektsa Boskopu ' La Singularité is de bijzonderheid', 2015 en drwery.net ] wordt aangenomen dat W J Beeldsnijder Matroos de vader was van de "onechte mustiese kinderen" Castor Jacob van Matroosen en Polux Const van Matroosen. Hij was in elk geval de eigenaar van deze twee kinderen van Betje, zoals ook van haar eerste kind Elizabeth [ later genaamd Bijval].
Formeel is er geen bewijs voor deze relatie aangezien er noch een document bestaat waaruit een 'Surinaams huwelijk' blijkt, noch een document waarin de kinderen van Betje van Beeldsnijder Matroos geêcht worden. Niettemin is er reden om aan te nemen dat deze laatsten wel degelijk afstammelingen zijn van WJBM en dat Marjorin Elisabeth Bijval [MEB] daarmee gelijkgesteld werd:
1. in de doopakte van 1780 worden de drie kinderen samengenomen
2. MEB heeft kennelijk voldoende middelen om in 1819 twee aanzienlijke plantages te kopen
3. Betjes zonen krijgen een goede scholing waardoor een plantage administrateur wordt.
4. Betje wordt de eigenares van een huis met erf in de Joden Breestraat te Paramaribo
Uit het [nog niet gevonden] testament van WJBM moet blijken welke verantwoordelijkheid hij nam voor Betje en haar drie kinderen.
zie ook: Nico Eigenhuis in https://suriname.nu/surinamezoeken/knowledge-base/beeldsnijder-matroos/
"Wolphert Beeldsnijder Matroos
De eerste Surinaamse krant werd in 1774 door toedoen van Wolphert Beeldsnijder Matroos gepubliceerd. Hij fungeerde als voorzitter van de Surinaamse Lettervrienden en over de levensloop van hem en zijn gezin is het nodige te vertellen.
Wolphert Jacob Beeldsnijder Matroos (1742-1793) werd in Utrecht geboren als zoon van Tiberius Beeldsnijder Matroos en baronesse Catharina Margaetha van Petersen. Wolphert reisde in 1770 af naar Suriname waar hij in 1774 de eerste Surinaamse krant publiceerde.
Hij behoorde tot het bestuur van de Hortus Surinamensis die werd opgericht door het genootschap ter beoefening van de natuurlijke historie met P.F. Roos, Antonie Bom en Jacob Voegen van Engelen. Hij was tevens de eerste voorzitter van het genootschap De Surinaamsche Lettervrienden, opgericht in 1785, waaruit in 1788 het genootschap De Surinaamsche Landbouw voortkwam.
Wolphert Jacob Beeldsnijder Matroos kreeg kinderen met de slavin Adjuba . In 1781 werden moeder en kinderen gemanumitteerd waarna moeder Adjuba (1742-1830) door het leven gaat als Elizabeth ‘Betje’van Beeldsnijder, hun dochter als Majorin Elizabeth Bijval, en hun (tweeling-) zoons kregen de namen Castor Jacob Matroos en Pollux Cons Matroos. De beide broers werden door hem voor hun opleiding naar Amsterdam gestuurd.
In 1783 werd Wolphert Jacob Beeldsnijder Matroos waarnemend gouverneur van Suriname. In 1790 zou hij terug gaan naar Nederland, waar hij drie jaar later in Den Haag overleed. Zijn zoon (Castor) Jacob (1780-1817) ging na zijn studie naar Suriname waar hij een gezin vormde.. Hij keerde terug naar Nederland en ligt begraven in de Oude Kerk te Amsterdam.
Majorin Elisabeth Bijval (1774-1843) zou trouwen met de EBG-er Buschman, die in 1779 eigenaar werd van plantage Singularite. Na diens overlijden vertrok ze -inmiddels tevens eigenaresse van katoenplantage Bremen aan de Warrappakreek- in 1817 naar Nederland met hun huisbediende Johannes Charles. In 1833 werd de plantage Bremen door de oceaan geheel weggespoeld en hierna zou zou de familie Buschman in 1841 la Singularité van de hand doen aan Jan Frederik Taunay, destijds de grootste administrateur van Suriname. Majorin Elisabeth Bijval overleed in Londen.
In 1974 werd een speciale postzegel uitgegeven met de opdruk “200 jaar weekelijkse woensdagsche courant Mr Beeldsnijder Matroos”."
De geslachtsnaam 'Matroos' komt betrekkelijk veel voor in Suriname; bij de Volkstelling 1811 onder het Engelse bewind worden de volgende naamdragers van vrije personen vermeld:
Hendrik Louis Matroos
James Lodewijk Matroos
Wilhelmina Carolina Matroos
√Joseph Francois Matroos
√Wm: Wolfhert Matroos Wolfhert
√J: N: Matroos
√Johanna Elisabeth Matroos
Petronella Helena Matroos
Cornelis Georg: Mat: Matroos
Louis Ernst Matroos
Jetta Johanna Matroos J
De met √ gemerkten zijn opgenomen in deze genealogie en zijn op de een of andere wijze verbonden met WJ Beeldsnijder Matroos. Ernst en Jacob Matroos staan hierbij niet vermeld; het is mogelijk dat een buitenslands verbleef [Jacob], dan wel elders in de Census verschijnen [Ernst].
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen