Aangezien Cornelia niet werd vrijgemaakt op 30 xii 1861 met haar kinderen [Adolphus Johannes, Antoinetta Martha, Jacob Eduard en Constantia Cornelia Randon] of vermoedelijke andere verwanten [Alexander Jacques, Jacqueline Jeannette] is aangenomen dat zij voor die datum overleed.
Kind(eren):
Noot: de naamis mogelijk afgeleid van Hanna Hoheb Brandon wed. Simon Abendanon, die Cornelia en haar kinderen wilde vrijmaken. Cornelia's geschiedenis is vergelijkbaar met die van Alexander Jacques Randon wiens vrijdom ook werd verzocht door Hanna. Het valt op dat de naamgenoten bij elkaar zijn gebleven, mogelijk doordat Cornelia vroegtijdig overleed en Johan Hendrik Flu werd aangesteld als curator om vrijdom te regelen. Alle naamgenoten uit deze 'tak' werden vrijgemaakt op 30 xii 1861. Een verwantschappelijke relatie tussen Cornelia, Alexander Jacques en Jacqueline Jeannette is waarschijnlijk, maar vooralsnog niet bewezen.
Hertzelfde geldt voor de verwantschappelijke relatie tussen Cornelia en de overige naamdragers. Het is mogelijk dat Cornelia verwant was aan Anna Beatrice Randon, geboren rond 1799 en dus van een eerdere generatie. De relatie tussen Anna Beatrice met Adolf Samuel, Henriette Constantie Randon en Christina Maria Randon is ook onduidelijk, al ligt het vor de hand te veronderstellen dat de laatste twee dochters waren van Anna Beatrice; alle drie zijn vrijgemaakt op i vii 1863. Hun geschiedenis is complexer, al zijn er aanwijzingen dat er een band bestond met Cornelia en haar kinderen.
Over Anna Beatrice [AB] is het minst bekend, want bij haar manumissie staat slechts vermeld dat zij vrouw was en verbleef te Paramaribo op 1 vii 1863. De 'invoerder' van deze informatie vermeldt nog ' Vermoedelijk verwant aan de in Paramaribo op 1 vii 1863 geëmancipeerde Adolf Randon , Harriette Randon en Christina Randon'.
Christina was eigendom van de dames Wilhelmina en Maria Louisa Philips, verkregen door aankoop van R. Nerder in 1853 en door hen vrijgemaakt op 1 vii 1863.
Harriette Constantie en haar zoon Adolf Samuel werden vrijgemaakt door D[aniel] M[ozes] Fernandes, wonende aan de Wagenwegstraat 99.
Aangenomen dat dit dezelfde Daniel Mozes betreft als de genoemde in het Wijkregister 183vrijgemaakt8, toen wonende aan de Wagenwegstraat 254 met zijn vrouw Hanna Daniel Davilaar, dan blijkt dat weduwe van Simon Abendanon (Hanna Hoheb Brandon) bij hen inwoonde. Zij had zelf geen tot-slaaf-gemaakten op haar naam, maar Daniel Mozes wel, namelijk 20, te weten: 1 'kleurling' man, 1 'kleurling' vrouw, 4 'kleurling' jongens; 2 'neger' mannen; 8 'neger' vrouwen; 2 'neger' jongens en 2 'neger' meisjes.
Het is mogelijk dat onder hen zich enkele van de laterenaamdragers bevonden. In Wijkregister 1846 is dit aantal teruggebracht tot 10 tot-slaaf-gemaakten, te weten 1 'kleurling' vrouw, 8 'neger' vrouwen en 1 'neger' jongen. Mogelijk was de jongen de latere Adolf Samuel Randon. In 1863 werden uiteindelijk slechts 4 personen door D M Fernandes vrijgemaakt: Georgina 'Mietje' Esser [*1823]; 'Sabina' Christiana Louis [*1803] en 'Henriette' Constantie Randon [*1819] met haar zoon 'Adolf' Samuel Randon [*1838].
Verder onderzoek moet uitwijzen of Anna 'Beatrice' werd vrijgelaten door D M Fernandes onder een andere naam of eerder overleed. Hetzelfde geldt voor 'Cornelia'.
Wel is duidelijk dat de geslachtsnaam Randon nauw samenhangt met Hanna Hoheb Brandon en de familie van Daniel Mozes Fernandes.
De Surinaamse geslachtsnaamwas geen lang leven beschoren. In de VT1921 staat nog 1 vermelding, in de VT1950 geeneen.