Van 1874 tot 1878 was Lütge hervormd predikant te Nederhorst den Berg, van 1878 tot zijn emeritaat in 1919 te Amsterdam. N.G.J. van Schouwenburg tekent hem in zijn "Nagelaten Sporen" (Amsterdam 1943) alsvolgt: "Wij zien dus Ds. Lütge weer voor ons. Een patriarchale figuur. Corpulent, deftig; altijd in gekleede jas met een hooggesloten vest en een smal, zelf gestrikt dasje. Op straat: de hooge hoed; eerbiedwaardige lange, grijze lokken komen er onder uit. In de hand de wandelstok met ivoren knop. Een bril met gouden montuur op de eenigszins gebogen neus. In den winter en bij strenge koude een zware pelsjas.... zoo bewoog hij zich met korte passen door Amsterdam. Door heel de stad, want Ds. Lütge is pastor over allen die hem volgen, waar ook binnen de uitgestrekte gemeente woonachtig. Jaren lang heeft Ds. Lütge zich bediend van een rijtuig. Achterover geleund in zijn coupétje, met zijn "eigen" koetsier, verraadde het dikwijls, waar de predikant een langdurig bezoek bracht bij één der "vrinden". In later jaren werd het rijtuig vervangen door de tram en voor weinig conducteurs was hij een vreemde. Wellicht was zijn van nature vrijgevige aard daar ook niet vreemd aan." In Amsterdam ontpopte Lütge zich als één van de felste tegenstanders van Abraham Kuyper. Het herstel van de kerk werd volgens Lütge niet bereikt door menselijke inspanningen, maar door de rechte prediking van de Kerk: "Jij moet ophouden het zelf te doen en je moet het aan God overlaten, dat Hij het doe!", riep Lütge Kuyper na, toen Kuyper na een lange avond discussiëren eindelijk wegging. Lütge heeft veel gedaan voor de "wederopbouw" van de Amsterdamse Hervormde Gemeente na de Doleantie, met name op het gebied van de catechese (hij gaf overigens cijfers bij het overhoren op de catechisatie!)
Bekendheid kreeg Lütge als hoofdredacteur van het "Amsterdamsch Zondagsblad", waarin hij veel over Kohlbrugge publiceerde. Naast preken is er een aantal theologische werken van hem uitgegeven, onder andere over de kerk in Bohemen en een vertaling van een tweetal werken van Bullinger (samen met dr. G. Oorthuys).
Heemse (Hardenberg)
Hij is getrouwd met Clasina van Ravesteijn.
Zij zijn getrouwd op 27 augustus 1874 te Rotterdam ,ZH, hij was toen 24 jaar oud.Bron 2
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Heinrich Andreas Johannes Lütge | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1874 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Clasina van Ravesteijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||