Hij is getrouwd met Ariaantje Aerts van der Neut.
Zij zijn getrouwd op 20 november 1678 te Waarder.
Kind(eren):
Huwelijken Hervormde kerk Waarder 1654-1722
den 20 dito (nov. 1678) Pieter Willemse Gravesteijn, j.m. van Sluipwijk en aldaar wonende, met Ariaentje van der Neut, j.d. van de Lange Weijde en aldaar wonende. Met attestatie te Sluipwijk getrout.
Archief:Nederlandse Hervormde gemeente van Waarder
Beschrijving index:Trouwen (kerk) Waarder, 1678 - 1678
Bruidegom:Pieter Willemse Grauwesteijn
Geboren:Sluipwijk
Plaats:Sluipwijk
Bruid:Ariaentje van der Neut
Geboren:Lange Weide
Plaats:Lange Weide
Ondertrouw:20-11-1678 te Waarder
Afkondigingen en attestaties:Attestatie verstrekt voor huwelijk te Sluipwijk.
Trouwen:Sluipwijk
Instelling:Nederlands-hervormde gemeente Waarder
Aktedatum:20-11-1678
Opmerkingen:De datum van afgifte van de attestatie is niet vermeld.
Beheersnummer:R061
Archief:Gaarder van de impost op het trouwen en begraven te Reeuwijk, Sluipwijk, Stein c.a. en Middelburg
Beschrijving index:Begraven (belasting) Sluipwijk, 1717 - 1717
Inventarisnummer:6
Folionummer:52
Naam:Pieter Willemsz Gravesteijn
Geslacht:Man
Overlijden: Oukoop
Relatie:Vader van Hendrik Gravesteijn
Aktedatum: 04-08-1717
https://www.streekmuseumreeuwijk.nl/oudedag-voorziening-in-1722/
Het geslacht Gravesteijn heeft enkele eeuwen in Reeuwijk en Sluipwijk gewoond. Reeds in 1622 worden als inwoners in Sluipwijk genoemd: Gerrit Roelen (Gerrit zoon van Roel) en Anneke Meesen met hun kinderen. In latere akten blijkt deze Gerrit Roelen de achternaam Gravesteijn te dragen. Ook nu nog komt de naam in Reeuwijk en Sluipwijk voor.
Jacob Pietsersz was een zoon van Pieter Willemsz Gravesteijn (kleinzoon van bovengenoemde Gerrit Roelen) en Adriaantje Aerts van der Neut, de ouders van Willem Thijsz zijn niet bekend.
Willem Thijsz had op 5 februari 1705 een huijs ende erve staande en leggende op Gravekoop onder Sluipwijk gekocht van de Schout Philippus Marsbagh. De prijs bedroeg 12 gulden contant plus nog 12 gulden te betalen in vijf achtereenvolgende jaarlijkse termijnen. Dit bezit stelde hem in staat de volgende overeenkomst te sluiten:
In manieren en Conditien hierna volgende zijn Willem Thijsz Gravesteijn ende Jacob Pietersz Gravesteijn met den anderen in t bijzijn en door tusschenspreecken van Dirk Gijsbertus Heij en Jan Poot diacenen en opsieners van de Armen van Sluypwijk geconvenieert en overeengekomen, dat Willem Thijsz Gravesteijn in vollen eijgendom sal overgeven en transporteren aan Jacob Pietersz Gravesteijn een huijs ende erven staande en gelegen op Langgravekoop onder de jurisdicitie van Sluypwijk, belent ten Oosten de Kerfweteringe, ten Westen en Zuijden de Erfgenaemen van Jan Wouters Hoflant en ten Noorden Philip Thijssen Verwoerd. Ende dat vrij sonder eenige belastinge, anders als gemeenlants lasten, zulx daarvan tot hiertoe betaelt zijn geweest, waarvan Jacob Pietersz Gravesteijn de verlopene tot sijne laste sal moeten neemen en deselve betalen ender voorts met soodaighe bantwerken, op en overpaden van andere doende ende lijdende serviuten en gerechtigheden als het voorsz huijs en erve is hebbende van outs subject, ende tot nu beseten is geweest.
En nu de ingebouwde oudedag-voorziening: de akte gaat verder met:
dat den voorn. Willem Thijsz Gravesteijn sijn leven lang geduijrende sal hebben ende behouden het vrije gebruijk ende bewooninge van de kamer aan de oostzijde vant voorz huis met de bedstede in deselve kamer, ende wijders met den voorn. Jacob Pietersz Gravesteijn of den bewooner van voorsz huijs over eenen haart gaan ende alsdaer genieten vrij vier (=vuur) en ligt, en ook door denselven om niet sal moeten werden bewast ende beplast en ook den baart geschoren, alletwelken denselven Jacob Pietersz Gravesteijn voor hem, sijne erven, successeurs aanneemt en belooft bij desen sonder dat de voorn. Willem Thijsz Gravesteijn ter voorsz saecken ijets verschuldigt sal sijn, od uijt dien hoofde ijetwat van hem gepretendeert sal mogen werden. Dat de gemelde Jacob Pietersz Gravesteijn bij t doen van t voorsz transport ten behoeve van den Armen van Sluijpwijk sal uijtkeren een somme van acht gulden. En daerenboven moeten betalen de onkosten ter saecke van t schrijven deser Conventie, het doen van t transport en t geen daartoe behoort, niets daervan uijtgesondert.
t oirconde deze onderteijkent op den 26e Meij 1722
t merck gestelt Jacobus Graveestijn
bij Willem Mij present
Thijsz Gravesteijn H. van Eijck Secrets.
Jacob Pietersz Gravestein werd op 10 mei 1731 te Sluipwijk als overleden aangegeven. Of Willem Thijsz toen nog in leven was, is mij niet bekend. Zo ja, dan heeft Jacobs weduwe, Grietje Bekman, naast de opvoeding van haar zeven kinderen ook nog de zorg voor een oude man gehad.
M.P. Dorissen-van Vlaardingen
Noten:
Jurisdictie rechtspraak
Banwerken werk dat op publiek gezag wordt verricht
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pieter Willemsz Gravesteijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1678 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ariaantje Aerts van der Neut | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.